Vlaanderen: per definitie internationaal

De meest open economie ter wereld, goed voor 83 procent van de Belgische export, 15de op de wereldranglijst voor goederenexporteurs… Inderdaad, dat gaat over ‘ons’ Vlaanderen. Dat we een topregio zijn voor bedrijven die willen internationaliseren, staat vast. Ook dat we die positie moeten blijven behouden. Maar hoe?

Vlaanderen is sinds mensenheugenis een draaischijf voor internationale handel. Door de traditioneel opgebouwde kennis hebben we enkele speerpuntindustrieën zoals voeding, textiel en hout, staal- en non-ferro en de petrochemie. Hieruit vloeiden nieuwe specialisaties voort zoals lifesciences, biotech en automotive. Al die industrieën steunen op een gespecialiseerde technologische toevoerketen.

Voedingsbodem voor innovatie

Combineer die technologische specialisatie met een kleine lokale consumptiemarkt, een gedreven handelsgeest en een vraag naar die specialisaties in andere landen en je weet meteen waarom de Vlaamse technologische industrie een hoge internationalisatiegraad kent. Die moeten we behouden en blijven stimuleren. Niet alleen creëert het tewerkstelling voor onze bedrijven, en dus ook welvaart voor onze maatschappij, maar internationale contacten geven ook aanleiding tot nieuwe inzichten en partnerships. Een ideale voedingsbodem voor innovatie.

Internationaliseren doe je niet achter je laptop: je moet de hort op.

Niet zomaar internationaliseren

Maar internationaliseren doe je niet op een drafje. Een methodische aanpak, met macro en micro-economische cijfers in de hand en kennis van lokale technische voorschriften op zak, brengt je al een heel eind op weg. Toch is dat geen garantie op succes. De factor toeval zal steeds aanwezig zijn. Je botst al eens op de verkeerde tussenpersoon, of je onderschat een lokaal cultureel gegeven. Of soms is er gewoon pech mee gemoeid, bijvoorbeeld door een verlies van lading door diefstal.

Internationaliseren doe je niet achter je laptop: je moet de hort op. Ook de nieuwe lichting van digitale start- en scale-ups, die het in hun technologisch DNA hebben dat ze kunnen schalen vanuit hun co-workruimte, moeten op een bepaald moment hun incubator verlaten en persoonlijke contacten leggen met buitenlandse klanten en/of technologiepartners.

Hulp bij internationaliseren

Internationaliseren hoef je niet alleen te doen. Er zijn verschillende organisaties die je kunnen bijstaan, waaronder uiteraard Flanders Investment & Trade met hun sterk netwerk in het buitenland en geüpdatete website veroverdewereld.be. Vanuit Agoria werken de Technology Clubs op zes verticale markten: ‘Building & Infrastructure’, ‘Energy’, ‘Financial Services’, ‘Food & Beverage’, ‘Sports Entertainment’ en ‘Transport Mobility’. Die Clubs brengen de markttrends en specifieke business intelligence in kaart en introduceren hun leden bij beslissingsnemers van mondiale spelers. Agoria trekt ook Scaleup.International, een onderzoeksproject rond internationalisering voor scale-ups, dat volgend jaar moet resulteren in een begeleidingsprogramma voor scale-ups die willen internationaliseren. We mogen best fier zijn op ons innovatievermogen en op onze troeven als kennisregio. Het is tijd om komaf te maken met onze typische Vlaamse bescheidenheid. Geen bluf, maar lef!