emoties
Diversiteit

Omgaan met emoties: Boys do cry

12.04.2024
door Benjamin Van Synghel

Ja, mannen hebben gevoelens. Ja, ze moeten er meer over praten. Het zijn twee open deuren die we blijkbaar maar moeten blijven intrappen. Praten over emoties is nog steeds een taboe bij mannen. Zeker bij de wat oudere generaties. Boys don’t cry, weet je wel.

Het is toch bijzonder welke fenomenen we als kwaaltjes of aandoeningen beschouwen, en welke niet. Met permissie: we gaan even naar je darmen. Als je daar een opstopping voelt, gaan de alarmbellen rinkelen. Je schakelt over naar een vezelrijk dieet en/of je gaat naar de dokter. Je handelt dus met gezond verstand. Maar wat als die verstopping het gevoelsleven betreft? Zoek je dan even snel een oplossing? Nochtans is ook emotionele constipatie bijzonder ongezond. Het is een kwaal die velen onder ons decennialang met zich meedragen. Emoties uiten, het blijft ook anno 2024 niet eenvoudig. Vooral mannen kampen daarmee, zeker zij die tot de wat oudere generaties behoren.

Met de paplepel

“Het is een cliché, maar het klopt. Alleen is dit geen natuurverschijnsel, maar aangeleerd gedrag”, zegt Jens Van Tricht. De Nederlander richtte 10 jaar geleden al Emancipator op, een organisatie die de normen voor mannen en mannelijkheid wil veranderen. “Het begint al in de wieg. Onderzoek wijst uit dat jongensbaby’s met minder intonatieverschillen worden aangesproken dan meisjes. Ook worden ze langer aan hun lot overgelaten als ze huilen. We zien hetzelfde principe tijdens het opgroeien. Toon je een te grote gevoeligheid? Dan ben je een mietje. Onzin, natuurlijk.”

Het emotionele dwangbeeld wordt de man in wording met de paplepel ingegeven. Als we dat op zijn beloop laten, zijn de mogelijke risico’s enorm. De volgende zin voelt misschien als een kwantumsprong, maar is dat niet. Verslavingen, criminaliteit, dakloosheid en zelfmoord zijn erg mannelijke problemen. Wereldwijd liggen de zelfmoordcijfers het hoogst bij mannen boven de 50 jaar. “Dat hangt vast aan die socialisatie: gedrag aangeleerd door de maatschappij”, zegt Jens beslist. “Mannen zijn vaak hulpmijders, waardoor ze na een crisis echt in de problemen kunnen komen.”

Het begint al in de wieg. Jongensbaby’s worden met minder intonatieverschillen aangesproken dan meisjes.

- Jens Van Tricht, Emancipator

De kentering? 

Wat meer aandacht voor emoties kan dus geen kwaad. Of misschien is die kentering al ingezet. De coronacrisis is een waardevol voorbeeld. Die snertperiode was een bron van vele problemen, maar tegelijk kwam mentaal welzijn plots voor het voetlicht. “Er zit beterschap aan te komen”, zegt seksuoloog Wim Slabbinck. “Jongere generaties praten makkelijker over hun problemen, zijn minder bang om hulp te zoeken. Dat gaat de goede richting uit, maar er is nog werk aan de winkel. Bij de mannen zelf, maar ook de maatschappij heeft nog een lange weg te gaan.”

De seksuoloog verwijst naar een bekend Amerikaans experiment. Een studente barstte in tranen uit in de universiteitsbibliotheek. De vrouw werd vrijwel meteen aangesproken en getroost door voorbijgangsters. The sisterhood, heet dat dan. Wanneer een mannelijke student hetzelfde deed, waren de reacties helemaal anders. De passanten liepen in een boogje om hem heen. “Een man die duidelijke emotionele signalen uit, dat zijn we blijkbaar niet gewoon. In de praktijk zie ik hetzelfde: na een relatiebreuk krijgen veel vrouwen automatisch steun van hun omgeving. Bij mannen lijkt dat veel moeizamer te gaan”, duidt Wim.

Praten helpt

De problemen zijn duidelijk, is de oplossing dat ook? Ja en nee. “Er is geen quick fix en het zal nog lang duren, maar de eerste stappen zijn vrij eenvoudig. Praat erover, begin het gesprek erover, stel vragen”, zegt Jens. “Wij beginnen al onze vergaderingen met een check-in. We vragen iedereen uitdrukkelijk hoe het met hen gaat. Dat is een terugkerende oefening om te praten over onze emoties. Als je kind ziek is, als je moeder sterft, als je verliefd bent, als je nog 101 dingen moet regelen voor je vakantie, dan heeft dat een impact op hoe je functioneert. Zowel privé als op het werk. Dat mogen we best erkennen.”

Vorig artikel
Volgend artikel