Yves Chung: ‘In mijn vak moet je impulsief kunnen beslissen’

Yves Chung

Chinese vindingrijkheid, Italiaanse verfijning en Kempense nuchterheid: vintagecollector Yves Chung verzamelt drie gemeenplaatsen in één persoon. De selfmade ondernemer, bekend van het tv-programma ‘Stukken van mensen’, doet dat met ongekunstelde flair. En zonder diploma.

Yves Chung (41), half Chinees, kwart Italiaans, begroet ons hartelijk aan de vooravond van de grote corona-onrust. Hier in zijn magazijn in Herentals kom je enkel op afspraak. Wel 24 op 24, vermeldt de inkompoort. Loslaten is moeilijk, zegt de zaakvoerder van Pellegrini Design, terwijl hij ons meetroont tussen de rijen Eames en Corbusiers, Arne Norells en Isamu Noguchi’s.

Hij houdt graag nog alles in eigen hand: van loten bezichtigen en deals onderhandelen, tot klanten rondleiden en spullen transporteren. Misschien, droomt de vintage-expert luidop, komt later een van zijn zoons in de zaak terecht. Al is dat nog niet voor morgen, klinkt het lachend, want de oudste is tien. Dat de designer het allemaal zonder diploma voor elkaar heeft gekregen, blijft in het gezin Chung een goed bewaard geheim. “Ik ben heel dankbaar dat ik van mijn hobby mijn job heb kunnen maken. Het is een klein wonder dat het me gelukt is.”

Heb je dan werkelijk geen enkele artistieke opleiding genoten?
“Nee, ik geloof dat ik een van de uitzonderingen ben in het vak. De meeste van mijn collega’s hebben toch iets gestudeerd in de richting van architectuur of meubelontwerp. Ik heb in verschillende scholen gezeten. Zowat alles heb ik gedaan, maar niets afgemaakt. School was gewoon niet mijn ding, ik kon me moeilijk concentreren. Op mijn achttiende ben ik gestopt, zonder diploma. Het enige waar ik toen aan dacht: hoe kan ik zo snel mogelijk geld verdienen om een motor te kopen? Die passie voor mooie dingen had ik toen al. Ik ben dan allerlei interimjobs gaan doen tot ik ergens een vast contract kreeg. Toen heb ik meteen die Suzuki gekocht (lacht).”

Je hebt ook nog een tijdje gehandeld in tweedehandsmotoren.
“Klopt. Het probleem met machines is: ze gaan kapot. Met een stoel of zetel gebeurt dat zelden, als ze tenminste goed gemaakt zijn. Zie je die zetel daar (wijst)? Dat is Zwitsers, van het designlabel de Sede. De zitting is gemaakt van het nekleer van een buffel. Verbazend dik, je moet dadelijk maar eens voelen. En het frame binnenin is echt massief eik, onverwoestbaar. Voor mij zijn alle meubels hier kunstwerken. Kijk (wijst naar iets anders), dit is Hollands, Martin Visser, jaren 1970. Dat tuigleer in cognac, dat is toch ontzettend knap? Niet eens zo duur ook, deze set verkoop ik voor 2.500 euro. Vintage moet je zien als een investering. Je kunt er jarenlang van genieten en als je beslist om te verkopen, krijg je bijna zeker je geld terug.”

“Vintage moet je zien als een investering. Je kunt er jarenlang van genieten en als je beslist om te verkopen, krijg je bijna zeker je geld terug.”

Wanneer besefte je dat je met vintage winst kon maken?
“Ik ben gestart als verzamelaar, tot mijn collectie stoelen en meubels te groot werd en ik dingen moest verkopen. Dat bleek al vrij snel return op te leveren. Toen ging er bij mij wel een belletje rinkelen. Ik werkte op dat moment nog voor een firma die serreglas verkocht. Ik ben mijn voormalige baas nog altijd dankbaar dat ik naast mijn werkuren mijn eigen zaak mocht uitbouwen. Op een bepaald moment ben ik dan volledig zelfstandige geworden. Sindsdien is de onderneming alleen maar gegroeid. Tegenwoordig doe ik ook aan vastgoedstyling en verhuur ik meubelstukken voor de inrichting van filmsets. Die dingen zijn allemaal op mijn pad gekomen, ik heb er nooit echt naar gezocht.”

Maar het geloof was wel groot toen je de stap waagde?
“Jazeker, die doortastendheid is misschien wel iets dat ik van mijn vader heb geërfd. Chinezen zijn entrepreneurs. Ik denk dat dat ook mijn sterkte is tegenover sommige andere collega’s, die al wat langer twijfelen over een deal. Ik herinner me nog de beginperiode, toen ik naar opportuniteiten zocht in Amerika. Op een zeker moment bood er zich een mooie kans aan, waarop ik meteen het vliegtuig heb genomen. In mijn vak moet je heel impulsief kunnen kopen en beslissen. Als je twijfelt, is iemand anders ermee weg.”

Had je dan al meteen genoeg kennis?
“Nee, ik heb gaandeweg veel moeten leren. Dat doe ik nu nog, bijvoorbeeld als ik in ‘Stukken van mensen’ kunstwerken zie passeren die buiten mijn expertisedomein liggen. Maar soms moet je een gokje wagen. Ik heb altijd mijn laatste cent in nieuwe deals gestoken. Als een stuk wat minder snel verkocht raakte, was dat leergeld. Tot hiertoe heb ik, hout vasthouden, amper foute beslissingen genomen. Eén keer maar heb ik echt een groot risico genomen. Een nieuwe connectie in Amerika bood me een deal aan, op voorwaarde dat ik vooraf zou betalen. Ik heb toen 30.000 euro van mijn rekening overgeschreven zonder die man ooit gezien te hebben. Dat was al het spaargeld voor de verbouwing van ons huis.”

Was je vrouw daar gelukkig mee?
“Nee (lacht). Maar ze heeft altijd wel vertrouwen gehad in mijn intuïtie. Al was het die keer wel nagelbijten tot de spullen er waren.”

“Ik heb maar één keer een groot risico genomen, wel met al het spaargeld voor onze verbouwing.”

Je inschattingsvermogen zit dus wel oké.
“Ja, maar je moet wel een beetje geluk hebben. Ik heb altijd enorm geïnvesteerd in mijn contacten. Netwerken is alles in deze job. Mooie vintage verkoopt zichzelf, het grote struikelblok is het vinden van goede stukken. In het begin reed ik 200 kilometer voor een stoeltje van 200 euro. Inmiddels kan ik via mijn partners volledige partijen opkopen. Maar de start is niet makkelijk. In Duitsland en Nederland, waar mijn rechtstreekse concurrenten zitten, liggen de prijzen voor design hoger dan hier. Handelaars kunnen er dus ook meer bieden. Als kleine garnaal moet je je in die vijver durven begeven.”

Krijg je vaak stukken aangeboden?
“Pas nog belde iemand mij die een appartement had geërfd. Dat stond vol met design en kunst. Daar ben ik natuurlijk direct naartoe gereden. Maar mensen bieden ook heel wat rommel aan, zeker nu ik wat tv-bekendheid heb. Dat gaat van versleten lusters tot vintage schminkdozen. Enkele afleveringen geleden werd in ‘Stukken van mensen’ een croco Delvaux aangeboden. Ik krijg nog elke dag mails over handtassen. Mijn principe? Ik koop alleen iets als ik het zelf echt mooi vind. Die passie voor een stuk wil ik kunnen overbrengen aan de klant. Een oprecht verhaal verkoopt nog altijd het best.”