Gezondheid

Zorgpersoneel: Van stethoscoop naar algoritme

21.10.2020
door Tom Cassauwers

De coronacrisis zette delen van ons zorgpersoneel de voorbije maanden nog meer in de vuurlinie. Maar op de achtergrond verandert hun beroep ook. Technologie maakt dat hun jobs op het punt staan te verschuiven.

Het coronavirus en de pandemische gevolgen ervan kwamen bovenop de druk die de zorgsector al ondervond omwille van een vergrijzende bevolking en een toename in chronische ziekten. Technologietrends haken daarop in.

Preventie dankzij technologie

“Er komen drie trends op ons af: connected, integrated en value-based healthcare”, begint Pascal Verdonck, CEO van MedTech Flanders en professor medische technologie bij de UGent. We gaan volgens hem naar een zorg die vaker buiten de muren van het ziekenhuis plaatsvindt, want iemand in een ziekenhuis behandelen kost de maatschappij veel geld. Om dat te realiseren moet technologie de zorgmedewerker met de patiënt verbinden. Wat op zijn beurt een geïntegreerde zorg verwacht waarbij instellingen makkelijk data delen, zoals bijvoorbeeld de medicatie die een patiënt neemt. Ten slotte moeten de twee bovenstaande elementen ook een goede beleving garanderen voor de patiënt.

Gezondheidszorg draait steeds minder rond pure genezing en meer rond continue, geïntegreerde zorg die op preventie inzet. “Dat realiseren we enkel met nieuwe technologie”, stelt Verdonck. “Zo moeten we bepaalde zaken automatiseren, om de druk op zorgpersoneel te verlagen. Maar er is ook mHealth, of mobiele gezondheid, die ons toelaat patiënten te volgen. Neem bijvoorbeeld moveUP, een app die een patiënt na een knie- of heupoperatie thuis oefeningen laat doen, en die nu erkend is door de Federale Overheid voor terugbetaling. De kinesist en chirurg volgen de oefeningen vanop afstand op, en het is daarbovenop goedkoper voor de samenleving, want de patiënt moet niet altijd afzakken naar het ziekenhuis.”

Dat beïnvloedt op zijn beurt het werk van zorgmedewerkers. “Iedereen, van paramedici en verpleegkundigen tot chirurgen en apothekers, moet leren omgaan met technologische verandering”, stelt Verdonck. “Vroeger bleef je werk decennia lang hetzelfde. Nu moeten we mensen opleiden om met die verandering om te gaan, een uitdaging voor onderwijs én human resources.”

“We moeten technologie goed beheren. Zoniet krijgen huisartsen een data-lawine over zich heen.”Bert Vaes, KU Leuven

Dossier vol gezondheidsdata

Iets dat eveneens doordringt tot bij de huisartsen. “Vergeleken met twee decennia geleden nam het aantal mensen met chronische aandoeningen sterk toe”, stelt Bert Vaes, huisarts en tegelijk onderzoeker aan de KU Leuven, waar hij de impact van data op huisartsen onderzoekt. “Dat confronteert ons met een complexere groep patiënten. Twintig jaar geleden behandelden we vaker acute aandoeningen, terwijl we nu meer de gezondheid van oudere, chronische patiënten managen, die vaak nog eens verschillende geneesmiddelen tegelijkertijd nemen.”

Om daarop in te spelen is opnieuw technologie nodig. Apps volgen patiënten in de toekomst misschien continu op, complexe AI-algoritmen maken zelf diagnoses en een huisarts bezit morgen mogelijks een dossier vol gezondheidsdata van jou. Maar dat brengt op zijn beurt risico’s met zich mee. “We moeten dit goed beheren”, stelt Vaes. “Zoniet krijgen huisartsen een data-lawine over zich heen. Dan zullen ze zich terugplooien op wat ze al weten: het contact met de patiënt, hun stethoscoop en hun bloeddrukmeter.”

Een algoritme is geen arts

Ook in ziekenhuizen moet een technologische kloof voorkomen worden. “Als technologie jobs vervangt en ze complexer maakt, dan bevooroordeelt dat de beter opgeleiden”, stelt Pascal Verdonck. “We moeten iedereen van het zorgpersoneel goed opleiden, van de chirurg tot de ziekenhuislogistieker. In sommige ziekenhuizen werkt zelfs de poetshulp met een tablet. Er zal een opwaardering van alle jobs optreden, en sommigen zullen het daar moeilijk mee hebben.”

Moet het zorgpersoneel dan voor hun positie vrezen? “Je kunt een arts nooit vervangen door een robot of algoritme”, stelt Vaes. “Iemand moet altijd het advies naar de patiënt vertalen, en dat verwacht een mens. Dat kun je niet wegcijferen. Het persoonlijk contact met de patiënt is cruciaal. Huisartsen kiezen ervoor om mensen op lange termijn bij te staan. Als huisarts word je als het ware oud met hen. Je begint als jonge arts met veel jonge patiënten en je evolueert met hen mee. Wij begrijpen de context, en dat vervang je nooit door technologie.”

Vorig artikel
Volgend artikel