Kansen voor de Belgische automobielsector: het moment is nu

De mens houdt niet van verandering. We zijn gewoontedieren, maar ook dieren die een fenomenaal aanpassingsvermogen hebben. De piek in het aanpassingsvermogen (of is het eerder gewenning?) hebben we in België, en zo ook in de Belgische automobielsector, rond eind april bereikt.

Een land in crisis door een ongeziene pandemie. Een loodzware tol aan mensenlevens, en een maatschappelijke, politieke en economische stand-still. We werken massaal thuis of zijn technisch werkloos. Winkels en grenzen zijn dicht. En de boer ploegde letterlijk voort, want die moet onze #kooplokaal-rekken vullen. 

Proactieve aanpak

De snelle aanpassing aan deze uitzonderlijke situatie bewijst dat ook bedrijven niet bij de pakken blijven zitten. Met het besef dat de pandemie, naast bijzondere uitdagingen, ook unieke kansen biedt. Die kansen zijn er ook voor de Belgische automobielsector en mobiliteit in zijn geheel. De onduidelijkheid rond de heropeningsdata van de garages en concessies leidde tot een proactieve aanpak, waarbij automerken en hun dealers zichzelf versneld moesten heruitvinden. Ook bij BMW Group Belux, waar een aantal projecten rond virtuele showrooms en digital sales enabling-kanalen versneld geactiveerd werden. Sneller op consumentengedrag anticiperen en reageren creëert nieuwe kansen voor partijen die nu gedurfde stappen zetten.

“Één ding is zeker: er is nog een mooie toekomst weggelegd voor de auto.”

Het online salespad op

De pandemie heeft ook de laatste push gegeven in de doorstart van onlinesales in de auto-industrie; het verkoopkanaal waar enkel nieuwkomers in de sector echt op inzetten. Vanaf nu wordt er met gelijke middelen gestreden. De ‘traditionele merken’ zullen nu ook het onlinesalespad bewandelen, ongetwijfeld geoptimaliseerd door hun ervaring in fysieke verkoop, met de nadruk op service.

Uit contacten met fleetklanten blijkt dat de grotere bedrijven beseffen dat ze hun fleetpolitiek moeten aanpassen aan het post-covidtijdperk. Op amper zes weken tijd kwam het besef dat werken anders kan. Meer thuiswerken, mét impact op onze mobiliteit. De gemiddelde dienstwagen zal minder kilometers afleggen, wat mogelijkheden biedt voor versnelde elektrificatie van de bedrijfsvloot. Leasemaatschappijen kunnen de vloot verjongen en met minder gereden kilometers doorverkopen, gunstig voor de restwaarde in de toekomst.

Aanbod afstemmen op behoefte

De lockdownsituatie gaf ons ook de kans om onze omgeving te herontdekken, te voet of per fiets. We slaan massaal weer aan het sporten, wat absoluut positief is. De fiets, die is here to stay. De elektrische variant kende al een fenomenale groei, en die zal verderzetten. Want als het niet te ver is, denken we na of dat woon-werkverkeer dan toch niet haalbaar is. Ook hier weer kansen en opportuniteiten voor leasemaatschappijen om hun aanbod nog beter af te stemmen op de wens van de bestuurder. Een plug-in hybridewagen, gecombineerd met een elektrische fiets die beide geladen kunnen worden met één laadpas? Die bestaan al, maar kan efficiënter. En kun je beide laden aan dezelfde wallbox thuis met één maandelijkse vergoeding van de werkgever? Alweer nieuwe kansen voor energieleveranciers en elektrificatiespecialisten…

Eén ding is zeker: er is nog een mooie toekomst weggelegd voor de auto. In een land waar we met hypermoderne wagens rijden op een infrastructuur van de jaren 60, blijft de wagen de zekerheid en vrijheid bieden die de burger zoekt. Het openbaar vervoer, dat even traag evolueerde als onze infrastructuur, biedt nu nog minder zekerheid voor de reiziger. We gaan er keihard moeten voor werken, maar volgens mijn bescheiden mening ziet dit post-covidtijdperk er beter uit dan alles wat voorheen kwam.