AI dreigt digitale kloof te vergroten

Recent maakte onderzoekscentrum imec de resultaten bekend van het tiende Digimeter-onderzoek, dat zich focust op het brede digitaliseringsverhaal in Vlaanderen. Door te kijken naar de evolutie van het digitale gedrag van de Vlaming kunnen we lessen trekken om ervoor te zorgen dat bij de volgende technologiegolf niemand uit de boot valt. Want als we daar niet slim mee omgaan, dreigt de digitale kloof enorm groot te worden. 

Sinds het eerste Digimeter-onderzoek in 2009 is de gemiddelde Vlaamse huiskamer haast onherkenbaar. Enorm veel mensen zaten nog voor een beeldbuistelevisie met hun onverwoestbare Nokia 3310 in de broekzak. Digitale televisie stond nog maar net aan het begin van haar heerschappij en jongeren waren nog niet gefocust op hun Instagram-likes, maar op hoeveel mensen een berichtje achterlieten in hun gastenboek op Netlog.

Werkelijk digitaal

Een decennium later heeft negen op tien Vlamingen een smartphone, zijn we dagelijks op meer en meer sociale media actief, en komen we steeds vaker in contact met nieuwe snufjes als spraakassistenten en augmented reality (AR), waarbij de ‘werkelijke’ wereld aangevuld wordt door digitale elementen afkomstig van een computer. In 2019 zagen we voor het eerst dat elke Vlaming minstens één ‘slim’ toestel in zijn/haar bezit had. Meer nog, drie op vier Vlamingen bezit momenteel minstens drie van die slimme toestellen. Bovendien heeft 98 procent een internetverbinding, en gaan we meer en meer multi-screen te werk. Je lievelingsprogramma op de televisie, voetbal op de tablet en ondertussen eindeloos scrollen op sociale media op je smartphone. Zeg nog eens dat multitasking een mythe is.

AI-idee

Op tien jaar tijd hebben we de sprong gemaakt van simpele gsm’s naar smartphones die het gezicht van hun eigenaar kunnen herkennen. De digitalisering gebeurt zo ongelofelijk snel dat het niet verwonderlijk is dat er mensen achterblijven. Het duidelijkste voorbeeld daarvan vinden we in het publieke idee over AI-toepassingen. Artificiële intelligentie zorgt ervoor dat computers steeds succesvoller taken kunnen uitvoeren waar voordien menselijke intelligentie voor nodig was. Het is het denkvermogen van je apparaat om processen autonoom op te starten en uit te werken.

Positief – sceptisch

Het aantal Vlamingen dat positief staat tegenover AI is tegenover vorig jaar gestegen van 37 procent naar 45 procent, maar een even groot deel (46 procent) blijft sceptisch tegenover de technologie. 31 procent van de Vlamingen is nieuwsgierig naar mogelijke toepassingen van AI, maar voelt enige bezorgdheid over de negatieve impact die de technologie kan hebben. 43 procent geeft aan zich zorgen te maken over de impact van AI op hun privacy.

Opvallend: die bezorgdheid is groter bij degenen die aangeven kennis van zaken te hebben – of denken te hebben – als het gaat over AI. Iets meer dan de helft (56 procent) beweert te weten wat AI is, maar slechts 25 procent van henis er zeker van dat een spraakassistent zoals Siri een AI-toepassing is. Voor bijna de helft van Vlaanderen is AI nog grotendeels onbekend, en de kennis van de mensen die het wel menen te kennen, is waarschijnlijk onvolledig of incorrect.

Het aantal Vlamingen dat positief staat tegenover AI is tegenover vorig jaar gestegen van 37 procent naar 45 procent, maar een even groot deel (46 procent) blijft sceptisch tegenover de technologie.

Kennisverschil

Er is dus overduidelijk sprake van een AI-kenniskloof. Opmerkelijk is dat die kenniskloof te zien is bij alle leeftijden. Ook de allerjongsten onder de ondervraagden (16 tot 24-jarigen) bezitten niet noodzakelijk een hoge AI-kennis. Van die jongste groep getuigt 52 procent te weten wat AI is. Voor de ‘digital natives’ is dat percentage helemaal niet zo hoog. De kennis die er bestaat over AI gaat vaak gepaard met enkele attitudes ten opzichte van de technologie: Vlamingen die beweren te weten wat AI is, zijn er niet alleen positiever (65 procent) over en nieuwsgieriger (80 procent) naar, maar ook bezorgder (49 procent) en minder naïef (38 procent).

Geen overrompeling

De eerste stap voor de introductie van AI is dus nog steeds informeren en sensibiliseren. Daarnaast is het ook belangrijk dat we de markt niet plots overrompelen met AI-toepassingen. Niet alles wat technologisch mogelijk is, is voor de Vlaming momenteel wenselijk. AI kan dingen volledig op zichzelf regelen in ons huishouden of op vlak van entertainment, maar het grootste deel van de Vlamingen is nog niet bereid om al zijn controle af te geven aan een robot.

De twijfelende massa

Volgens de ‘Diffusion of Innovations’-theorie heb je voor de introductie van nieuwe technologieën altijd een bepaald bevolkingsdeel nodig dat fungeert als een hefboom om de rest van de massamarkt vertrouwen in de technologie te geven. Op dat punt is Vlaanderen goed voorbereid, want er zijn genoeg mensen die die voortrekkersrol zouden opnemen.

Maar diezelfde theorie waarschuwt ons ook voor het gevaar van een kloof tussen die pioniers en de onzekere massamarkt. En dat risico is reëel, want 41 procent van de Vlamingen geeft vandaag al aan dat technologische veranderingen en innovaties elkaar te vlug opvolgen. Als een nieuwe technologie gelanceerd wordt met het oog op ‘wat er technisch mogelijk is’ en niet op ‘wat de massamarkt wil’, kan dat een negatief effect hebben. De toepassingen die dan op de markt komen, zijn te abstract en gecompliceerd. Dat werkt voor een nichepubliek, maar kan een averechts effect hebben op de twijfelende massa.

Doordachte introductie

Vlaanderen is klaar voor nieuwe innovaties. De bevolkingsgroep die in staat is om radicaal nieuwe technologieën te omarmen, is groot genoeg. Maar we moeten voorzichtig zijn, willen we geen enorme kloof creëren. Innovaties moeten op een doordachte manier geïntroduceerd worden, zodat mensen niet weggejaagd worden door abstracte, intimiderende toepassingen. Het is belangrijk dat de markt, de overheid en de burgers hetzelfde tempo aanhouden bij het oversteken van de huidige kloof. Alleen op die manier kunnen we de volgende digitale golf als inclusieve maatschappij te baas.