Water: het nieuwe goud?

geothermiecentrale
Wairakei Geothermal Station near Taupo in New Zealand

Fossiele brandstoffen hebben niet langer de alleenheerschappij. Naast wind en zon is water een belangrijke piste die kan helpen om ook in de toekomst een gezonde, constante energiestroom te verzekeren. Water wordt wel eens het nieuwe goud genoemd, maar hoever staan we met die groene-energietechniek? En in hoeverre zal water fossiele brandstoffen kunnen vervangen?

Een van de meest efficiënte manieren om water om te zetten in groene energie, is diepe geothermie. In Mol bouwt onderzoeksinstelling VITO de eerste geothermiecentrale in Vlaanderen. Ze boren warm water op uit een grondlaag van bijna 4 km diep, waar de watertemperatuur 120°C bedraagt. “In de jaren 80 waren er al proefboringen in Merksplas, met positief resultaat, maar toen de oliecrisis de energieprijzen deed dalen, was geothermie plots niet meer rendabel”, schetst geoloog David Lagrou. “Nochtans levert het een continue stroom van warmte, zeven dagen op zeven.” 

warme huizen

De centrale in Mol is volop in aanbouw. Maar de mogelijkheid bestaat om, verspreid over België, tien centrales te bouwen. Zo kan warmte geleverd worden aan 40.000 gezinnen. “Het is een vrij eenvoudig systeem: het geothermisch water geeft zijn warmte via een warmtewisselaar af aan een secundair circuit. Dat komt op zijn beurt huizen binnen en geeft daar via een kleinere wisselaar warmte af aan het watercircuit in het huis.” Lagrou maakt nog een kleine kanttekening: “Om water om te pompen en na gebruik opnieuw in de aarde te injecteren, heb je een watervoerende laag nodig. Die vind je in Vlaanderen op 4 km diepte, enkel in de provincies Antwerpen en Limburg.” 

De techniek is vrij eenvoudig, maar zaak is om eerst een aantal kinderziektes uit de wereld te helpen. Deze zomer nog kwam de centrale in het nieuws, door een kleine aardbeving met een kracht van 2,1 op de schaal van Richter. “Er was op geen enkel moment enig risico voor de buurt en er is geen enkele schade veroorzaakt”, stelt Lagrou. “De aardbeving was te wijten aan een plots opgetreden drukterugval in het waterreservoir. We hadden net tien onafgebroken dagen warmte geproduceerd, een spijtige terugval. We zijn nu alle parameters van deze en andere (kleinere) aardbevingen aan het analyseren om in de toekomst het risico nog te verminderen.”

Waterkrachtcentrales zijn flexibeler in gebruik dan andere groene-energiebronnen.
Peter Goethals, UGent

Daarnaast bieden ook waterkrachtcentrales, CO2-neutrale energieleveranciers, tal van voordelen. “In vergelijking met andere groene-energiebronnen zijn waterkrachtcentrales flexibeler in gebruik”, stelt Peter Goethals, professor waterecologie aan UGent. “Als je plots een stroominjectie op gang moet brengen, bijvoorbeeld, kun je opgespaard water uit het reservoir laten stromen. Uiteraard kun je in een bepaalde tijdspanne slechts een maximaal vermogen opwekken, maar die beperking heb je met fossiele brandstoffen en kerncentrales ook.” 

het hek is van de dam

Toch zijn er ook nadelen op te tekenen. Goethals: “Ecosystemen staan onder druk wanneer een stukje van een snelstromende rivier wordt omgezet in een stuwmeer met stilstaand water en laag zuurstofpeil. Vaak duiken ook problemen op met algen of waterhyacint. Bovendien kampen veel centrales met sediment waardoor de waterbergingscapaciteit verlaagt en het energiepotentieel slinkt. Daarnaast is er ook belangrijke sociale impact als gevolg van verlaagde en onzekere waterbeschikbaarheid stroomafwaarts, wat bijvoorbeeld bij de Nijl aan de orde is en tot grote spanningen leidt tussen verschillende landen.”

Wereldwijd zijn er al 58.000 grote dammen gebouwd. Een indrukwekkend cijfer, maar toch nog maar 25 procent van het globaal potentieel. Vooral in ontwikkelende economieën staan er duizenden dammen op de planning. In België staat er één belangrijke watercentrale, die van Coo. Ze heeft een vermogen van 1.080 megawatt, de capaciteit van een grote kernreactor. “Ons land is te vlak om veel centrales te bouwen, die gebruik maken van potentiële energie die vervat zit in opgeslagen watervoorraden op grotere hoogte”, vervolgt Goethals. “In landen zoals Brazilië en Paraguay, waar onder meer de Itaipu-dam gigantische hoeveelheden stroom opwerkt, worden waterkrachtcentrales wél volop gebouwd. Niet bepaald een energiezuinig en goedkoop proces, maar ze kunnen wel 50 tot 100 jaar in productie blijven.” 

De vraag blijft of water ooit de plaats van fossiele brandstoffen zal innemen. “Ik denk dat we veel kunnen doen met water als energiebron, maar niet alles. Bepaalde gebieden met grote watervoorraden en veel regen lenen zich ertoe, maar in ons land zijn we beperkt”, sluit Goethals af.