Home Maatschappij Milieu Bedrijven vol energie

Bedrijven vol energie

We moeten efficiënter omgaan met onze energie. Althans, als we de resources -en bij uitbreiding de aarde – niet willen uitputten. Dat geldt niet enkel voor particulieren, maar ook voor bedrijven. Maar wat kunnen die concreet doen om de energiefactuur naar beneden te halen?

Eerst een misverstand uit de weg ruimen: met je bedrijf energie besparen betekent niét dat je moet stoppen met energie verbruiken of dat je verbruik per definitie naar beneden moet. Het betekent wél dat je efficiënter moet omgaan met het productieproces: ruim 20 procent van energieverbruik in de B2B-sector is terug te leiden tot verspilling. Bovendien loont energie-efficiëntie aanzienlijk. “Op jaarbasis gemiddeld 10 procent energie besparen in een industriële omgeving is zeker haalbaar”, aldus Bart Verplancke van INGENIUM Group, een ingenieursbureau met focus op duurzame oplossingen. “Daarvoor moet er wel slim en consequent worden ingezet op de drie basisingrediënten van energie-efficiëntiemanagement: mensen, technologie en betekenisvolle data.”

Aard en activiteiten

Hoe doe je dat concreet? Dat hangt in de eerste plaats af van de aard van het bedrijf en de activiteiten. Joeri Beneens van bouwspecialist van energie-efficiënte kantoren en bedrijven Beneens, geeft enkele voorbeelden. “Zo kun je klassieke verlichting met tl-lampen vervangen door leds, of gewone armaturen door spiegelarmaturen. Installeer je nieuwe machines? Werk dan met frequentiesturende motoren. Probeer indien mogelijk afvalstromen opnieuw in te zetten en restwarmte te gebruiken voor de verwarming van ateliers en kantoren.”

Perslucht

Besparen op perslucht is een andere manier om een verschil te maken. “Veel bedrijven hebben tot 50 procent persluchtlekken, maar zijn zich daar helemaal niet van bewust’, aldus Verplancke. “Perslucht is nochtans de duurste energievorm die in de industrie wordt gebruikt.” Ook brainstormen met (externe) experten kan tot nuttige inzichten leiden. Op basis van betrouwbaar cijfermateriaal natuurlijk, want als zaakvoerder moet je in de eerste plaats goed weten wat je bedrijf verbruikt. Meten is weten, zoals de oeroude wijsheid stelt. Dat kan door installaties regelmatig te controleren, hun verbruik en prestaties te analyseren en vergelijken. Wees hierbij kritisch over de benodigde looptijd, de noodzaak om dag en nacht te draaien…

Je moet echt alles onder de loep nemen. Het hele proces, van begin tot einde. Joeri Beneens

M van mens

Meten en machines dus. Maar er is nog een derde ‘m’, namelijk die van mensen. Het kan namelijk heel wat opleveren als je medewerkers meeneemt in je verhaal van energie-efficiënt ondernemen. Verplancke: “Betrek je mensen in energiemanagement. Veel van wat hierboven aan bod kwam, vraagt kennis van complexe situaties in steeds veranderende omstandigheden. Betrek hen dus van in het begin op een sensibiliserende en positieve manier bij energiebesparende ingrepen.”

Productieve energie

Het zijn ook vaak mensen die het verschil maken tussen zogenaamde productieve en niet-productieve energie. “Productieve energie is alle energie die noodzakelijk is voor de productie of die het productieproces ondersteunt. Ook de energie die nodig is voor de productkwaliteit en veiligheid van medewerkers behoort daartoe”, licht Verplancke toe. “Niet-productieve energie is al de rest.” Hij geeft het voorbeeld van kunstmatige verlichting: tijdens de nachtploeg een essentieel onderdeel van productieve energie, maar wanneer de zon opkomt en daglicht de werkruimte binnendringt, wordt het overbodig. Die grens is soms dun, daarom is een goede opvolging en afbakening heel belangrijk. Bijvoorbeeld in de vorm van afschakelprogramma’s tijdens pauzes en weekends. Want hoeveel energie gaat tijdens die momenten niet verloren?

Constante zoektocht

“Eigenlijk moet je echt alles onder de loep nemen, het hele proces, van begin tot einde”, besluit Beneens. “Zo kun je je medewerkers ook stimuleren met de fiets naar het werk te komen. Dat verkleint evenzeer de voetafdruk van je bedrijf. Het zijn misschien kleine maatregelen, maar tel ze op en je kunt tot heel mooie resultaten komen. Besef in elk geval goed dat meer energie-efficiëntie een constante zoektocht is, doorheen de hele keten van producten, processen, organisatie en strategie.”

MEER

De kracht van een label

productlabelsGecertificeerde labels die garanderen dat een product een duurzame voorgeschiedenis heeft, zijn hot. Bedrijven hebben er dus alle belang bij zulke labels te verkrijgen. Maar: “Het verkrijgen en behouden van een productlabel is zeker geen vrijblijvende zaak.”

Ook in het groen verkrijgbaar

bedrijfsvlootEen bedrijfsvloot met zuinige en groene wagens is niet alleen goed voor het milieu, het bespaart bedrijven ook geld en geeft hen een sterk imago.

Lynn Wesenbeeck: Bestemming onbekend

Lynn Wesenbeeck‘Schep moed. Niemand is onsterfelijk’, las ik. De woorden leken ook mijn hond Flor niet te ontgaan, want net als ik bleef hij plots staan. Ik las de zin opnieuw.

‘Het is goed ondernemen in België, maar we mogen...

Bart VersluysOp zijn zevenenveertigste heeft Bart Versluys met zijn eigen projectontwikkelings- en bouwbedrijf al meer dan honderd appartementsblokken opgetrokken. Niet slecht voor iemand die zijn carrière begon met het slijten van zelfgemaakte meubels aan winkels en vrije beroepers. Het verhaal van een self made man van de kust.

3 vragen aan… De Witte Lietaer

De Witte LietaerWaarom investeren in kwaliteitsvol linnen? “In goedkope dekbedovertrekken wordt vaak polyester gebruikt om de prijs te drukken. Polyester is wel sterk maar neemt geen vocht op. Het lijkt dus alsof je onder een plastic zak slaapt. Kwalitatief bedlinnen bestaat uit 100 procent natuurlijk materiaal zoals katoen of linnen en gaat langer mee. Maar mensen verlangen van huishoudtextiel meer dan kwaliteit alleen. Een uniek en mooi design is tegenwoordig eens zo belangrijk.”

Er is leven na de 50

Leven na de 50Het leven begint bij 40, als we menig koffiemok of grappig bedoelde verjaardagskaart mogen geloven. Maar stopt het dan op je vijftigste of breekt er wel degelijk een nieuwe levensfase aan? We vroegen het aan drie mensen in de categorie 50 tot 65 jaar.