Vrijheid, gelijkheid en broederschap. Niet alleen een leus uit de Franse revolutie, maar zeker ook een die van toepassing zou kunnen zijn op het kotleven, waar je met leeftijdsgenoten in broederschap van je vrijheid geniet. De voordelen, nadelen en wat tips.

Pal in het centrum van Brussel, tussen het Bloemenhof en het kanaal woont Simon de Leeuw (21). In de Zennestraat zit hij samen met zijn goede vriend en studiegenoot Matthias Gekiere op kot. “Meer vrijheid en mijn eigen leven kunnen leiden”, verklaart Simon, oorspronkelijk uit Ternat afkomstig, waarom hij ervoor koos zijn ouderlijk huis te ruilen voor een kot in Brussel. “Matthias stelde het voor en het was rap geregeld.”

Simon en Matthias zijn twee van vele studenten die ervoor kiezen op kot te gaan, al doen zij dat niet op de klassieke manier: het duo huurt namelijk samen een appartement. De studenten toerisme aan de Erasmushogeschool in Brussel betalen elk 425 euro huur per maand, plus bijkomende kosten. “We hebben elk onze eigen kamer en delen een living, keuken en badkamer. Ons appartement is ongeveer 84 vierkante meter groot.”

De twee vrienden vormen echter de uitzondering op de regel. Want, ondanks dat er weinig cijfers over studenten die op kot wonen beschikbaar zijn omdat er geen officiële registratie bestaat, durft Jan De Vriendt, directeur van studentenvoorzieningen van de KU Leuven te stellen dat de klassieke vorm nog altijd veruit de populairste is. In de klassieke vorm huurt een student of ouders alleen een kamer al dan niet met eigen badkamer en keuken huurt van een huisbaas. “Er bestaat naast de klassieke manier en zelf een appartement huren nog een vorm van op kot gaan: studentenresidenties”, legt De Vriendt uit. “Zowel in de privésector als van de onderwijsinstelling zelf. Onze dienst heeft in Leuven bovendien 3000 kamers en residenties voor studenten die het financieel iets moeilijker hebben met aangepaste prijzen.”

Om je als student wegwijs te maken in studentenhuisvesting, heeft zowat elke studentenstad een eigen platform waarop je koten kunt aanbieden en opzoeken. In Brussel is er Brik, in Gent is er Kotatgent, Antwerpen heeft Kotweb en in Leuven is er Kotwijs. Al deze platformen zijn tot stand gekomen in samenwerking met de stad en universiteit en/of hogescholen in de stad. De Vriendt: “Op onze website staan niet alleen koten van de universiteit, maar ook uit de privésector, dat is volgens mij bij de meeste andere steden ook zo. Wij raden studenten aan geen koten te huren die niet op onze site staan, zij zijn niet zonder reden niet opgenomen. Alle koten die op onze site staan, zijn vroeger gecontroleerd. We zijn momenteel samen met de stad bezig met een inhaalslag om opnieuw alle koten nog strenger te controleren.”

Samen met een goede vriend huur ik een appartement van ongeveer 84 vierkante meter.

— Simon de Leeuw

Gecontroleerd wordt onder meer op brandveiligheid en of de kotbaas zijn verplichtingen nakomt. Door via een officieel door de onderwijsinstelling opgezet platform een kot te zoeken, voorkomt een student dus mogelijk een hoop problemen. “Kotbazen die dingen doen die niet in orde zijn, weigeren wij”, aldus De Vriendt. Een van de zaken waar de kotbaas bijvoorbeeld voor in moet staan, is een verzekering tegen brand en andere calamiteiten. “De student is op kot niet langer via zijn ouders verzekerd. Dit soort zaken zijn de verantwoordelijkheid van de kotbaas.”

Als je zelf een appartement huurt, zoals Simon en Matthias, kun je niet echt terugvallen op je kotbaas, maar sta je zelf in voor bijvoorbeeld de brandverzekering. “Bij ons is gelukkig alles goed geregeld”, aldus Simon. “Onze ouders staan daarnaast borg bij onze huisbaas, voor wanneer er problemen zijn.” Voorlopig zit het duo dus perfect op zijn plek in Brussel. “Het is niet zo dat we elke avond feestjes hebben hier”, nuanceert Simon het beeld van het studentenleven. “Er zijn ook avonden dat we gewoon met twee tv kijken of studeren. Maar er zijn natuurlijk avonden dat we spontaan uitgaan. Dat zijn dingen die bij mijn ouders misschien minder snel zou gebeuren, het leven is wel anders hier. Ik zie het wel zitten om hier voorlopig te blijven wonen.”