Home Lifestyle Bouwen & Wonen Voor de mooiste moestuin

Wim Lybaert

Voor de mooiste moestuin

Het vriest dat het kraakt. Het leven in de moestuin is nu helemaal stilgevallen. Tijd dus om vooruit te kijken en plannen te maken voor het volgende seizoen. Want moestuinieren, daar begin je beter niet onbezonnen aan. Hoe beter je voorbereiding, hoe mooier je moestuin.

De moestuin van televisietuinier Wim Lybaert ligt er verlaten bij. In december oogstte hij de laatste kolen, spruitjes, winterwortelen en rode bieten. Zo weelderig zijn tuin enkele maanden geleden was, zo uitgeleefd ziet hij er vandaag uit, met her en der nog restanten uit het vorige seizoen. “Opruimen doe ik pas eind februari”, vertelt hij. “De bloemen laat ik zolang mogelijk liggen, zodat de zaadjes zich kunnen verspreiden en ook vogels nog wat te eten vinden.”

Met zijn hoofd zit de bekende tuinier intussen al in het volgende seizoen. En hij is niet de enige. Wie de moestuinfora op internet volgt, stelt vast dat veel hobbykwekers vandaag volop nieuwe zaden aan het scoren zijn. Want waarom zou je elk jaar dezelfde groenten zaaien, als je keuze hebt uit duizenden variëteiten? Van tomaten bijvoorbeeld, bestaan er 6.000 soorten. En ieder jaar komen er nog tientallen bij, elk met hun eigen kleur, vorm en smaak. Vraag jezelf af welke groenten je wilt telen? Hoeveel ruimte heb je ervoor nodig? Wat kun je waar zetten? Een seizoensplanning maken, is volgens Lybaert namelijk het geheim van elke doorgewinterde tuinier. “Als je lukraak begint te zaaien, dan staat tegen eind maart alles vol en kun je geen zomergroenten meer kweken. Zeker als je een grote moestuin hebt, moet je vooraf goed nadenken.”

Vijf vierkante meter is voldoende om kennis te maken met het moestuinieren

– Wim Lybaert

Echt uit de startblokken schieten, kan vanaf maart. Nadat je de grond hebt losgemaakt en met compost hebt verbeterd, kun je beginnen te zaaien. Sla en radijzen zijn een kolfje naar de hand van onervaren tuiniers. “Zie het die eerste keer niet al te groots”, zegt Lybaert. “Vijf vierkante meter is voldoende om kennis te maken. En werk eventueel met plantjes in plaats van zaden. Zo vergroot je je kans op succes.” Goed om weten: met boontjes en vruchtgewassen zoals pompoenen en courgettes, moet je zeker nog tot mei wachten, want tot dan is er vorst mogelijk en dat overleven deze plantjes niet. Boontjes zijn trouwens heel interessant voor wie op een beperkte ruimte veel opbrengst wil.

De lente is voor de moestuinier sowieso het drukste seizoen. Daarna, tot ongeveer oktober, ben je vooral bezig met vruchten plukken, al blijft het natuurlijk belangrijk om geregeld – lees: bijna dagelijks – een ommetje in je moestuin te maken en bijvoorbeeld water te geven of onkruid te wieden. Voor dat laatste bestaan er allerhande trucjes die het je makkelijker kunnen maken. Een ‘mulchlaag’ leggen bijvoorbeeld. Zodra de planten hun kop boven de grond uitsteken, bedek je de rest van de aarde met onder meer afgevallen bladeren of grasmaaisel. Zo krijgt onkruid minder kans en droogt de grond minder uit, waardoor je minder water moet geven.

En wat dan met ziektes? Hoe voorkom je dat je gewassen aan allerhande plagen ten onder gaan? Lybaert raadt aan om je lapje grond volgens het zesslagstelsel te verbouwen. Je moestuin deel je dan in zes percelen in, waarbij je elk jaar op elk perceel een andere groente teelt. Lybaert: “Kolen bijvoorbeeld zijn erg gevoelig voor schimmels. Als je die jaar na jaar op dezelfde plaats zet, dan voed je de schimmels en wordt het probleem alleen maar groter.” Je moestuin helemaal ziektevrij houden, is helaas zo goed als onmogelijk. Zelfs een ervaren tuinder ziet elk jaar zo’n tien à twintig procent van zijn oogst mislukken. Bij Wim Lybaert bijvoorbeeld, ging afgelopen jaar de aardappeloogst de mist in. “Nochtans een gewas dat heel makkelijk te telen is. Gewoon in de grond steken en na twee maanden aanaarden. Maar de natte lente en de warme herfst hebben de aardappelen geen goed gedaan. Dit jaar wil ik nog wat meer aardappelen zetten, dus hopelijk heb ik nu meer geluk.”

Beeld: Ian Hermans

MEER

Belgische baanbrekers die je nog niet kende

wetenschapBelgië wordt, los van zijn toeristisch gekende voedingssupplementen zoals chocolade, wafels en frieten, steeds opnieuw in verband gebracht met een zekere kleinschaligheid. Toch vinden we hier een aantal grote figuren terug, die met een stevige wetenschappelijke linkse de onderzoeks- en ontdekkingswereld stevig op zijn kop zette.

Olivier Marquet: ‘Een nalatenschap dat voortleeft’

Goede doelenOver de laatste jaren ontving UNICEF België meerdere schenkingen en vooral legaten gaande van enkele duizenden euro’s tot een huis in Spanje en een kasteel in België. De trend is stijgend en het concept raakt steeds meer ingeburgerd.

Bewezen concept, garantie op succes?

ExpertpanelWe kennen ze allemaal, de franchiseketens: je stapt binnen en weet perfect welke producten en/of diensten je kunt verwachten. Dat boezemt de consument uiteraard vertrouwen in. Maar is het voor de uitbater-ondernemer wel een uitdaging om in zo’n bewezen concept te stappen?

Een rem op de schermtijd

SchermtijdTienermeisjes lopen een groter risico op depressies door sociale media en ook het slaappatroon van jongeren wordt door de smartphone verstoord. Dat is de uitkomst van een grote studie onder 11.000 jongeren in Groot-Brittannië. Gelukkig zijn er wel wat manieren om als ouder de schermtijd van kinderen onder controle te houden.

3 vragen over AFS

vrijwilligerswerkCharlotte Evens volgde de opleiding Media & Entertainment Business aan de Thomas More hogeschool in Mechelen. Tijdens deze opleiding besloot ze vrijwilligerswerk te doen in de Seychellen via de uitwisselingsorganisatie AFS.

De nieuwste ‘modegrill’: groenten op het rooster gelegd

Seppe NobelsJe hebt zo van die mensen - de die hard barbecueërs -  die 365 dagen per jaar staan te grillen. Vroeger was vooral vlees het hoofdingrediënt, maar ondertussen liggen de prioriteiten ergens anders. Ook de langvergeten groenten hebben ondertussen hun weg naar de grill gevonden.