Kuifje: 90 jaar oud, eeuwig jong

Hiep, hiep, hoera! Kuifje, een van de grootste iconen uit de Belgische stripgeschiedenis, blaast dit jaar 90 kaarsjes uit. Het geesteskind van de Belgische tekenaar Hergé weet tot op heden jong en oud te bekoren, en dat in meer dan 110 talen.

Eclectisch

De Smurfen, Suske en Wiske, Guust, Nero, Robbedoes… weinig landen hebben zo’n eclectische mix aan stripfiguren in hun patrimonium als België. “En daar mogen we best fier op zijn”, zegt Viviane Vandeninden, persverantwoordelijke van het Hergé Museum. “Als klein land met een lange geschiedenis van kolonisatie en artistieke invloeden op alle grote kunstvormen, zijn wij erin geslaagd om onze eigen cultuur te laten gelden in minder erkende genres, zoals de stripcultuur. Onder invloed van Hergé, die op zijn beurt beïnvloed was door de Amerikaanse comics en de Franse striptekenaar Alain Saint-Ogan, bracht België als eerste kwaliteitstrips met een volwaardig verhaal op de markt.”

Wie heeft er nog nooit gehoord van Kuifje – TinTin – kapitein Haddock, Jansen en Janssen, Bianca Castafiore, professor Zonnebloem of Bobbie? Met deze wereldberoemde personages uit ‘De avonturen van Kuifje en Bobbie’ drukte Georges Remi (1907-1983), beter bekend onder pseudoniem Hergé, zijn stempel op de internationale geschiedenis van het beeldverhaal.

Authentieke avonturen

Negentig jaar geleden, op 10 januari 1929, verschenen de eerste avonturen van Kuifje in de jeugdbijlage van de krant Le Vingtième Siècle. In het begin waren het louter beeldvakjes die hij geleidelijk aanvult met tekstballonnen, klanknabootsingen en pictogrammen. “Hergé tekende Kuifje en Bobbie eerst zeer eenvoudig en gestileerd”, zegt Vandeninden. “Hij was een autodidact die zich stap voor stap perfectioneerde en zijn personages meer authenticiteit gaf. Doorheen de albums worden de personages steeds menselijker, overtuigender, geloofwaardiger – met veel emoties in plaats van stereotiepe karakters. Alle personages in Kuifje zijn trouwens gebaseerd op mensen die Hergé kent; vrienden, familie of beroemdheden van zijn tijd.”

 

 

Hergés kenmerkende tekenstijl, bekend als de ‘klare lijn’, had een grote impact op de Belgische stripcultuur en kreeg heel wat navolging

 

 

 

Evolutie

Niet alleen de tekeningen evolueerden, ook de verhalen werden complexer en gelaagder en met meer humor. Hergé liet zich voor zijn scenario’s inspireren door markante nationale en internationale gebeurtenissen en alles wat zich in de snel evoluerende wereld afspeelde. Ook de Amerikaanse filmindustrie vormde een bron van inspiratie. Hij wou realistisch werk afleveren en besteedde daarom veel aandacht aan details. “Je moet weten dat Hergé nooit gereisd heeft in de beginperiode van zijn carrière. Hij laat Kuifje naar Tibet, de Sovjet-Unie, Congo… reizen, plaatsen waar hij zelf nooit geweest is. Hergé was trouwens een echt visionair. Nog voor iemand ooit een voet op de maan had gezet, liep Kuifje er al rond. Daarvoor vergaarde hij informatie via journaals, musea, tijdschriften, National Geographic en interviews met wetenschappers. Zijn beeldenbank omvat meer dan 20.000 vellen met illustraties over de meest diverse onderwerpen.”

Pas in 1942, op vraag van uitgever Casterman, verschijnen de oude Kuifjeverhalen als kleurenstrip van 62 pagina’s. ‘De geheimzinnige ster’ is het eerste album. In de zwarte oorlogsjaren zijn de fantasierijke avonturen van Kuifje vol wetenschappelijke wonderen, exotische landschappen, gekke geleerden, eilanden vol schatten, boosaardige mummies…  voor velen een manier om de realiteit te ontvluchten.

De klare lijn

Later in zijn carrière, in 1950, besluit Hergé de eenzaamheid van zijn tekentafel in te ruilen voor teamwork. Hij omringt zich met talentvolle tekenaars, waaronder Bob De Moor, en richt de Studios Hergé op. Vanaf dan concentreert Hergé zich nog enkel op de personages terwijl zijn medewerkers de achtergronden en inkleuring voor hun rekening nemen. Elke medewerker heeft daarbij zijn specialiteit.

“Hergés kenmerkende tekenstijl, bekend als de ‘klare lijn’, had een grote impact op de Belgische stripcultuur en kreeg heel wat navolging”, zegt Vandeninden. “Dankzij de leesbaarheid van zijn tekeningen – in één oogopslag is het duidelijk wat de personages doen, wat ze voelen, wat ze denken – zijn de verhalen van Kuifje universeel. Ook de jonge fans die nog niet kunnen lezen, begrijpen het verhaal door enkel naar de prentjes te kijken. Dat is mogelijk door de bewegingen en expressies die Hergé aan zijn personages geeft. Hij hertekende elke prent talloze keren tot hij de juiste emoties beet had. Het is een werk van uren, dagen, weken… Net daarin schuilt het succes van Kuifje volgens mij.”

Belgitude

Kuifje is nog steeds een rasechte globetrotter. Hergé, die zelf pas op latere leeftijd begon te reizen, stuurde zijn geesteskind de wijde wereld rond. Hij laat hem kennismaken met oude en verre beschavingen. En toch is en blijft Kuifje duidelijk een Belgisch reporter. Vandeninden: “De belgitude verdwijnt wel geleidelijk, maar in de meeste albums zijn er details en toespelingen die voor ingewijden duidelijk naar België verwijzen. Zoals de gebouwen, de frietjes in ‘Het gebroken oor’, typische Brusselse uitdrukkingen zoals “Eih bennek, eih blavek” in ‘De Scepter van Ottokar’, en namen van enkele Waalse dorpen in ‘Kuifje in Tibet’.”


 

SMART FACT

Wat als Kuifje in 2019 was ontstaan, hoe zou hij er dan nu uitzien? 
Vandeninden: “Persoonlijk denk ik dat hij zou strijden tegen de klimaatopwarming, de ontbossing, de water- en luchtvervuiling… Ja, Kuifje zou zeker en vast de planeet willen redden.”