6.5 C
Antwerp
10 december 2018

Wim Lybaert: Voor de mooiste moestuin
W
.

©Ian Hermans

Het vriest dat het kraakt. Het leven in de moestuin is nu helemaal stilgevallen. Tijd dus om vooruit te kijken en plannen te maken voor het volgende seizoen. Want moestuinieren, daar begin je beter niet onbezonnen aan. Hoe beter je voorbereiding, hoe mooier je moestuin.

De moestuin van televisietuinier Wim Lybaert ligt er verlaten bij. In december oogstte hij de laatste kolen, spruitjes, winterwortelen en rode bieten. Zo weelderig zijn tuin enkele maanden geleden was, zo uitgeleefd ziet hij er vandaag uit, met her en der nog restanten uit het vorige seizoen. “Opruimen doe ik pas eind februari”, vertelt hij. “De bloemen laat ik zolang mogelijk liggen, zodat de zaadjes zich kunnen verspreiden en ook vogels nog wat te eten vinden.”

Met zijn hoofd zit de bekende tuinier intussen al in het volgende seizoen. En hij is niet de enige. Wie de moestuinfora op internet volgt, stelt vast dat veel hobbykwekers vandaag volop nieuwe zaden aan het scoren zijn. Want waarom zou je elk jaar dezelfde groenten zaaien, als je keuze hebt uit duizenden variëteiten? Van tomaten bijvoorbeeld, bestaan er 6.000 soorten. En ieder jaar komen er nog tientallen bij, elk met hun eigen kleur, vorm en smaak. Vraag jezelf af welke groenten je wilt telen? Hoeveel ruimte heb je ervoor nodig? Wat kun je waar zetten? Een seizoensplanning maken, is volgens Lybaert namelijk het geheim van elke doorgewinterde tuinier. “Als je lukraak begint te zaaien, dan staat tegen eind maart alles vol en kun je geen zomergroenten meer kweken. Zeker als je een grote moestuin hebt, moet je vooraf goed nadenken.”

Vijf vierkante meter is voldoende om kennis te maken met het moestuinieren

– Wim Lybaert

Echt uit de startblokken schieten, kan vanaf maart. Nadat je de grond hebt losgemaakt en met compost hebt verbeterd, kun je beginnen te zaaien. Sla en radijzen zijn een kolfje naar de hand van onervaren tuiniers. “Zie het die eerste keer niet al te groots”, zegt Lybaert. “Vijf vierkante meter is voldoende om kennis te maken. En werk eventueel met plantjes in plaats van zaden. Zo vergroot je je kans op succes.” Goed om weten: met boontjes en vruchtgewassen zoals pompoenen en courgettes, moet je zeker nog tot mei wachten, want tot dan is er vorst mogelijk en dat overleven deze plantjes niet. Boontjes zijn trouwens heel interessant voor wie op een beperkte ruimte veel opbrengst wil.

De lente is voor de moestuinier sowieso het drukste seizoen. Daarna, tot ongeveer oktober, ben je vooral bezig met vruchten plukken, al blijft het natuurlijk belangrijk om geregeld – lees: bijna dagelijks – een ommetje in je moestuin te maken en bijvoorbeeld water te geven of onkruid te wieden. Voor dat laatste bestaan er allerhande trucjes die het je makkelijker kunnen maken. Een ‘mulchlaag’ leggen bijvoorbeeld. Zodra de planten hun kop boven de grond uitsteken, bedek je de rest van de aarde met onder meer afgevallen bladeren of grasmaaisel. Zo krijgt onkruid minder kans en droogt de grond minder uit, waardoor je minder water moet geven.

En wat dan met ziektes? Hoe voorkom je dat je gewassen aan allerhande plagen ten onder gaan? Lybaert raadt aan om je lapje grond volgens het zesslagstelsel te verbouwen. Je moestuin deel je dan in zes percelen in, waarbij je elk jaar op elk perceel een andere groente teelt. Lybaert: “Kolen bijvoorbeeld zijn erg gevoelig voor schimmels. Als je die jaar na jaar op dezelfde plaats zet, dan voed je de schimmels en wordt het probleem alleen maar groter.” Je moestuin helemaal ziektevrij houden, is helaas zo goed als onmogelijk. Zelfs een ervaren tuinder ziet elk jaar zo’n tien à twintig procent van zijn oogst mislukken. Bij Wim Lybaert bijvoorbeeld, ging afgelopen jaar de aardappeloogst de mist in. “Nochtans een gewas dat heel makkelijk te telen is. Gewoon in de grond steken en na twee maanden aanaarden. Maar de natte lente en de warme herfst hebben de aardappelen geen goed gedaan. Dit jaar wil ik nog wat meer aardappelen zetten, dus hopelijk heb ik nu meer geluk.”

Tekst Hermien Vanoost

Lees meer.

Afval: Verpakkingen, een pak ellende?

We kopen steeds vaker online en verwachten ook dat onze bestelling gaaf en ongeschonden tot bij ons geraakt. Daar zorgt de verpakking voor. Tegelijk zijn we ons er allemaal van bewust dat verpakkingen de afvalberg alleen maar vergroten. Een heus dilemma.

Sneeuwsport Vlaanderen: ‘Klaar voor een seizoen vol avontuur?’

Jawel, de winter staat voor de deur! ’s Morgens begin je het te merken aan de licht aangevroren auto’s, rijmplekken, en de handschoenen en sjaals worden stilaan bovengehaald. Wij bij Sneeuwsport Vlaanderen konden niet langer wachten en vertrokken tijdens de herfstvakantie, samen met vele Vlamingen richting de gletsjers van Oostenrijk.

Michel Vermaerke: Appeltje voor de dorst?

In deze tijden van historisch lage rentevoeten blijft het spaargedrag van de Belg schommelen rond het gemiddelde van de Eurozone. Belgen blijven vrij goede spaarders, al wordt de rente op spaarboekjes zwaar op de proef gesteld.

Level up met je start-up

Je bent jonge ondernemer en je wilt wat. En dan toch liefst een succesvol idee dat ontspruit in een booming business. Je wil met andere woorden van een start-up naar een scale-up gaan. Mooi in theorie, maar hoe zet je dat om in de praktijk?

Zoveel om van te houden

In het hart van de Europese Unie bevindt zich de provincie Antwerpen, met haar 1,8 miljoen inwoners de grootste Vlaamse provincie. Wereldwijd wordt Antwerpen om haar veelzijdigheid geroemd. Terecht, volgens Cathy Berx.

Antwerpen staat op de kaart

Duurzaamheid. Het lijkt wel het toverwoord van de laatste jaren. En terecht, in theorie toch, want in de praktijk moeten alle aspecten eerst nog ‘duurzaam’ met elkaar verweven worden. Het doel dat we voor ogen moeten hebben, blijft echter simpel: in welk soort provincie moeten onze kinderen opgroeien?

Archief.

Griet Deceuster:‘Onze visie op mobiliteit verandert’

Eeuwenlang zijn steden drukke plaatsen geweest, en ongetwijfeld zullen ze dat ook in de toekomst blijven. Maar de mobiliteitsoplossingen van morgen zullen verschillend zijn van die van vandaag. Griet Deceuster, directeur TM Leuven: “We gaan minder en minder zelf rijden, en meer en meer van diensten gebruik maken.”