Home Opinie Innovatie zit in onze genen

Peter Demuynck

Innovatie zit in onze genen

De concurrentie op het vlak van technologie is bikkelhard. Internationale reuzen lijken het landschap uit te maken. Al zijn onze Belgische bedrijven zeker niet te onderschatten.

Innovatie zit technologiebedrijven in de genen. Met nieuwe producten en diensten willen we de wereld veroveren en om succesvol te blijven moeten onze bedrijven zich telkens opnieuw heruitvinden. En we blijven daarbij niet steken in de theorie rond concepten als industrie 4.0, maar we maken ons écht klaar voor de toekomst.

Dat onze bedrijven internationaal moeten concurreren in een dure productie-omgeving is al genoeg gezegd en geschreven. Ons onderscheiden doen we met name via innovatie: door nieuwe producten en diensten, maar ook via het transformeren van onze productieactiviteiten zelf.

Om onze bedrijven te laten uitgroeien tot de meest performante fabrieken of fabrieken van de toekomst, hebben Agoria en technologiecentrum Sirris een uniek transformatietraject uitgewerkt. Een Factory of the Future zijn betekent dat onze bedrijven moeten investeren in de digitalisering van hun processen, in slimme processen en producten en in een world class production.

De overgang naar ‘de maakindustrie 4.0’ vraagt specifieke technologische knowhow.

Onze fabrieken van de toekomst moeten doordacht kunnen omgaan met energie en materialen, maar ook sociaal innovatief zijn en een mensgerichte aanpak hanteren. De overgang naar ‘de maakindustrie 4.0’ vraagt ook heel specifieke technologische knowhow, bijvoorbeeld rond geconnecteerde machines en componenten, data-innovatie, Internet of Things… Kortom, kennis 4.0 wordt essentieel.

In totaal zijn er al 265 Belgische maakbedrijven begonnen met deze transformaties, waarvan 65 procent kmo’s.  Om nog meer bedrijven aan te moedigen en te inspireren, krijgen de beste leerlingen van de klas de bekroning van een Factory of the Future Award. Al 16 bedrijven haalden deze bekroning binnen. Ze vormen het bewijs dat investeren in innovatie loont. Sinds de start van het programma, hebben de 16 fabrieken van de toekomst een productiviteitswinst van meer dan 50 procent behaald en investeerden ze liefst 500 miljoen euro in ons land.

En dat investeren in bijvoorbeeld automatisering en robotisering niet gelijk staat aan jobverlies, wordt ook nog eens bevestigd. Die bedrijven tekenden een jobgroei van 11 procent op in de afgelopen vijf jaar. Het zijn onze fabrieken van de toekomst die klaar staan om de wereld te veroveren. Innovatie loont.

MEER

Zorgen voor morgen

ZorgsectorWe willen allemaal graag een lekker lang leven leiden, maar zijn er tegelijk als de dood voor om zorg- of hulpbehoevend te worden. Gelukkig heeft de medische wereld, en meer bepaald de zorgsector, daar alle begrip voor en zien ‘zorg’, infrastructuur en omgeving er heel anders uit vandaag.

Sneller op twee wielen dan op vier

MultimodaliteitAlmaar meer leasemaatschappijen bieden formules aan waarbij ze een auto combineren met een fiets of treinabonnement. Ook heel wat bedrijven en organisaties zijn hier vragende partij voor. Met dank aan de steeds langer wordende files.

Tussen pot en kotelet

Streekproducten, iedere regio pakt er graag mee uit. Of het nu bieren, kazen of chocolade betreft, het blijven producten die ons land internationaal op de kaart zetten. Ook wat kwaliteitsvlees betreft, is België bij de beste leerlingen van de klas.

Samen aan één plastic zeel trekken

PlasticsoepBelgische bedrijven zijn goed in afvalsortering, maar de praktijk stagneert. Vooral kleine resten, zoals verpakkingsfolie, landen in het ‘algemeen vuil’. Dat kan dus gevoelig beter. “Bedrijven moeten aan tafel met hun buren en afvalsorteerders.”

‘Wij komen extreem goed overeen’

Dana Winner en Chinouk Van Baele zijn niet alleen moeder en dochter, ze zijn evengoed beste vriendinnen. Normaal dat het af en toe botst, al duurt dat nooit lang. “We kunnen echt niet lang kwaad zijn op elkaar”, aldus Chinouk. Een warm gesprek met moeder en dochter over hun gezin.

‘Ik geloof niet in voorbeeldfuncties’

Gers PardoelAlleen al zijn (artiesten)naam geeft aan dat Gers Pardoel een echte vent is: ‘gers’ betekent in het Rotterdams namelijk ‘vet’ of ‘cool’. Is er een verschil met Gerwin, zoals zijn echte naam luidt? En hoe slaagt hij erin zijn muziekcarrière te combineren met die van partner en vader? Ik neem je mee voor een interview met de man zelf.