Christian Reinaudo, Afga-Gevaert: Innovatie houdt statige oude dame jong

Actief in verschillende sectoren, meer dan 10.000 werknemers en ruim twee miljard euro omzet. Agfa-Gevaert is een van de laatste puur Belgische multinationals die we nog hebben in dit land. De laatste jaren waren niet de beste van het bedrijf, geeft CEO Christian Reinaudo toe. Maar wat de toekomst betreft, is het glas halfvol.

Meer dan 150 jaar geleden werden de kiemen gezaaid voor het bedrijf dat we vandaag als Agfa-Gevaert kennen. Ondernemingen die het zo lang uitzingen, kunnen dat alleen door zichzelf regelmatig terug uit te vinden en constant te innoveren. De eerste vraag voor Christian Reinaudo ligt dus voor de hand.

Hoe belangrijk is R&D voor Agfa-Gevaert?              

 “Zonder R&D zouden we niet bestaan, simpel (lacht). Kijk, er zijn twee manieren om aan de top te blijven. Ofwel koop je technologie via acquisities. Ofwel ontwikkel je het zelf. In het eerste geval betaal je uiteraard een premium. Maar het tweede geval is ook duur, omdat van de drie projecten die je opstart er misschien maar één succesvol zal zijn. Fundamentele R&D is, zeker in het begin, een beetje in het wilde weg schieten, maar niet weten waar je doelwit staat. Agfa is dus op-en-top een technologisch en engineering-bedrijf, misschien zelfs al te veel (lacht). Er loopt hier een change-programma waarin we onze mensen proberen te overtuigen van het feit dat we meer moeten leren. En leren betekent jezelf openstellen voor de buitenwereld. Soms hebben we nog te veel het idee: ‘Wat niet bij Agfa is uitgevonden, is niet goed.’ Dat gaat niet op, natuurlijk. Aan de andere kant: we spenderen 150 miljoen euro aan onderzoek. Onder industriële bedrijven in België is er maar één met een groter budget: Solvay. In ons researchcenter hier in Mortsel werken 150 mensen, bijna de helft daarvan PhD’s.”

Is werken met researchers gemakkelijk?

“Dat gaat vrij goed, ja. In de academische wereld heeft Agfa een goede reputatie als werkgever. Onderzoekers en ingenieurs komen graag naar ons. Ze kunnen zich hier bezighouden met zeer geavanceerde chemie, met elektronica, printtechnologie, film… dat trekt zulke mensen aan.”

Wat zijn de juiste omstandigheden om R&D volledig tot zijn recht te laten komen?

 “R&D binnen een onderneming is voor mij een soort ‘fabriekje op zichzelf’. Tijdens het R&D-proces moet je hen met rust laten. Die cultuur bestond hier niet altijd, hoor. Soms gebeurde het wel eens dat iemand van de verkoop rechtstreeks naar de R&D-mensen belde om een bepaalde feature te vragen. Omdat hij bijvoorbeeld een klant in de V.S. had die erachter polste. Maar het resultaat is dan dat, op het einde, niemand nog weet waar hij precies mee bezig is. Of dat het blijkt dat die Amerikaan de enige was die erachter vroeg. Dat kun je je als globaal bedrijf niet veroorloven. Dus tijdens de R&D zelf is het aan R&D. Niemand anders moet zich moeien. Het is dan ofwel te laat om nog veranderingen te doen ofwel te vroeg. Klanten hebben soms ook die neiging, zeker in IT voor healthcare maakten we dat wel eens mee. Ze vroegen dan bepaalde features, speciaal voor hen. Natuurlijk kan software tot op bepaalde hoogte aan de klant aangepast worden, maar er zijn grenzen. Je vraagt toch ook niet aan Microsoft om een bepaalde knop in Excel ergens anders te zetten, alleen maar voor jou (lacht). R&D is duur, dus we benaderen dat zoals al onze andere processen in het bedrijf: op een industriële en zo efficiënt mogelijke manier.”

R&D wordt ook meer en meer in samenwerking met andere bedrijven en universiteiten gedaan. Jullie ATOM (IndustriAl plaT-form for flOw CheMistry)-project is daar een goed voorbeeld van.

 “Dat is een samenwerking met 3M, Ajinomoto en Janssen Pharmaceutica en met KULeuven, UGent en UHasselt. In de chemie heb je twee grote productiemethodes: flow- en batch-processen. Batch wordt vooral in de farma en fijnchemie gebruikt, waarbij de productie in afzonderlijke ‘batches’ wordt gemaakt. Bij basischemie wordt flow toegepast, een constante productiestroom die efficiënter en goedkoper is en waarbij er meer controle is over de productieparameters. ATOM probeert die flow-productie breder ingang te laten vinden, in meer productieprocessen.”

©Baïdy Ly

Was het moeilijk om partners te vinden en te overtuigen?

 “De vraag die ze voor zichzelf moeten stellen, is: ‘does this make sense for us?’ Als het antwoord ‘ja’ is, moet je het doen. Je moet er natuurlijk wel redelijk zeker van zijn dat er een return-on-investment is en dat het project waarde creëert. Wij doen dus niet aan innovatie om te innoveren, er zit altijd een doel achter. Dat klinkt voor de hand liggend, maar ik heb in mijn carrière al vaker onderzoeksprogramma’s gezien die eigenlijk puur academisch waren. Pas op, ik zeg niet dat we geen puur academisch onderzoek nodig hebben, zeker wel. Maar wel in functie van je business.”


Hoe zie je Agfa de komende tien jaar evolueren? (De dag voor het interview kondigde Agfa zijn eerste omzetstijging sinds 2015 aan, red.)

 “Agfa is een oude dame. Je mag er dus mee dansen, maar je moet voorzichtig zijn. Het is geen bedrijf dat grote schokken verdraagt, zie bijvoorbeeld onze grote pensioenlasten waarmee we zitten. Er is dus een vrij smal pad om het bedrijf naar de toekomst te leiden. Daarom is innovatie belangrijk: het is ‘veiliger’ qua ROI dan een overname. Wat de toekomst brengt, zal vooral afhangen van hoe onze markten evolueren. Sommige producten zullen verdwijnen. Film bijvoorbeeld, het belang daarvan zal verder afnemen. Andere producten zullen waarschijnlijk sterk groeien, zoals digital printing. Daar moeten we dus aanwezig zijn.”

SMART FACT.

Wat was je geworden als je niet in de zakenwereld was terechtgekomen?

“Nadat ik bij mijn vorige werkgever ben opgestapt (Alcatel, red.) wou ik graag de echte leiding van een bedrijf in handen nemen, maar in een iets kleiner bedrijf. Zo is mijn contact met Agfa begonnen. En ik heb er nog geen moment spijt van gehad. Het enige wat ik misschien anders zou gedaan hebben, is het oprichten van een eigen onderneming. Dat is er nooit van gekomen, omdat in de jaren 70 en 80 de tijdsgeest helemaal anders was. Maar voor de rest kijk ik met veel plezier terug op mijn tijd hier. Ik hoop dat het bedrijf, als ik weg ben, er ook zo over denkt (lacht).”