COVID-19: Een opstap naar global health risk management

Een vergaande, internationale samenwerking tussen researchcentra, bedrijven en overheden in de zoektocht naar een COVID-19-vaccin is de enige, echte oplossing voor een uitweg uit deze pandemie. Luc Debruyne, Strategisch Adviseur bij CEPI, legt uit.

De strijd tegen het ebolavirus in 2014 heeft heel wat pijnpunten blootgelegd in de wereldwijde benadering van epidemieën. Een direct gevolg hiervan was de oprichting van CEPI, de ‘Coalition for Epidemic Preparedness Innovations’ op het World Economic Forum in Davos van 2017.

CEPI is nog niet zo goed gekend bij het grote publiek. Wat is precies de functie van deze coalitie?
 “CEPI is een partnerschap tussen publieke, private en filantropische organisaties met als doel beter voorbereid te zijn op epidemieën. De nadruk ligt op de versnelling van de ontwikkeling van vaccins en van voorbereidende activiteiten voor onder andere de productie en de coördinatie met de regelgevende instanties.”

“Samenwerking lukt pas als de politieke wil er is.”

Meer concreet betekent dat …
“COVID-19 heeft zich heel snel verspreid en kent geen grenzen. Daarom is een universele samenwerking om deze pandemie klein te krijgen echt cruciaal, en wel op drie niveaus: het wetenschappelijk onderzoek, de productie en de correcte verdeling van het vaccin.’

Houden geopolitieke interesses deze samenwerking niet tegen?
“Er zijn natuurlijk veel geopolitieke bewegingen; je hebt China, je hebt de US, Europa, Rusland… Maar uiteindelijk beseft iedereen dat we bezig zijn tegen een virus dat zich niets aantrekt van politiek. Het zal met blutsen en builen gaan, de optimale wereld bestaat niet, en iedereen zal water bij de wijn moeten doen. Samenwerking lukt pas als de politieke wil er is. We proberen alle neuzen in dezelfde richting te krijgen. Dat is nog nooit eerder gedaan, is heel complex, maar absoluut geen reden om te denken dat het niet gaat lukken. Ik blijf positief en optimistisch.”

vaccin

“Het is belangrijk nu al een voorraad aan te leggen van kandidaat-vaccins.”

Een goed vaccin tegen de zomer van 2021. Dan moeten miljarden dosissen geproduceerd worden.
“Door mijn ervaring als CEO van GSK Global Vaccines, weet ik dat elk vaccin zijn eigen fabriek nodig heeft omwille van de complexiteit ervan. Denken dat je zomaar in elk land een fabriek kunt rechtzetten en zorgen voor een vaccin voor je eigen bevolking, is een vlieger die niet opgaat. Dat duurt gemiddeld vijf jaar. Om beter voorbereid te zijn op epidemieën zijn twee elementen uiterst belangrijk: ten eerste de fungibility of de wendbaarheid van de productiecapaciteit. Dat betekent dat je bestaande fabrieken kunt transformeren of uitbreiden.

Ten tweede is er de redundancy of overtolligheid. Het is belangrijk om nu al een voorraad aan te leggen van kandidaat-vaccins die al testproof zijn. Zo kun je kort op de bal spelen bij de uiteindelijke goedkeuring van het vaccin. Van het COVID-19-virus hebben we in januari de genetische code gekregen en werden er heel snel vaccin-prototypes gemaakt. Dankzij grote investeringen en de samenwerking met regelgevers en bedrijven hebben we een versnelling kunnen maken, zowel bij de ontwikkeling als de voorbereiding van de productie van het vaccin. Maar het moet nog beter. We leren heel veel uit deze pandemie.” 

Hoe komt het vaccin dan bij de bevolking terecht?
“Dat is het punt. Een vaccin is pas een vaccin als het geregistreerd is door de regelgevende instanties die zeggen dat het veilig en efficiënt is. Maar met een vaccin heb je nog geen vaccinatie; dat zijn twee verschillende zaken. Landen moeten er ook klaar voor zijn. Zelfs als we vaccins zouden hebben in voldoende aantallen, is dat nog geen garantie dat de mensen zich laten vaccineren. Er zijn lobbyisten tegen vaccinaties, soms draait het ook om religieuze redenen. Om groepsimmuniteit te bereiken heb je een vaccinatiegraad nodig van 60 à 70 procent. De country readiness is een vraag van belang die dikwijls over het hoofd wordt gezien.”

“Om groepsimmuniteit te bereiken heb je een vaccinatiegraad nodig van 60 à 70 procent. De country readiness is een vraag van belang die dikwijls over het hoofd wordt gezien.”

En zo komen we bij de verdeling van het vaccin.
“Een eerlijke verdeling van de vaccins in de wereld is het derde punt van mijn betoog. Het is niet omdat Europa een historische footprint heeft voor de productie van vaccins dat alle geproduceerde vaccins binnen Europa moeten blijven. Het is niet omdat de Amerikaanse overheid meer investeert in bepaalde vaccinontwikkelaars dat ze het voorrecht krijgt van de hoogste bieder. De beschikbaarheid van het vaccin zal niet gelijktijdig verlopen over de hele wereld, maar de Europese Commissie, en ook CEPI, GAVI, WHO en de industrie hebben zich geëngageerd voor global solidarity: een rechtvaardige toegang tot een vaccin voor de hele wereldbevolking.”

Er zijn heel wat projecten opgestart voor de ontwikkeling van een COVID-19-vaccin. Moet er ook niet harder gewerkt worden op medicatie?
“Er bestaat momenteel nog geen medicijn tegen dit virus. We kennen het nog te weinig om een efficiënte virusremmer te ontwikkelen. Grote bedrijven en onderzoeksinstellingen hebben al enorme inspanningen geleverd: duizenden componenten werden gescreend, er zijn bestaande virusremmers getest op het virus. Ze zijn daar hard mee bezig. Voorlopig bestaan enkel Dexamethason en Remdesivir, medicijnen die vooral op secundaire effecten werken bij ernstig getroffen patiënten. Maar preventie is nog altijd beter dan interventie.”