4.7 C
Antwerp
15 november 2018

Reguleren, reguleren: wie het zelf doet zal het leren
R
.

“Wat is er mis met ambtenaren? Die doen toch niks?”: het mag op zich misschien een afgezaagde dad joke zijn, ergens zit er – zoals bij iedere billenkletser van een mop – wel een bron van waarheid in verscholen. Niet dat die brave beambten helemaal geen nut tonen op de werkvloer, het is eerder de achterliggende organisatiestructuur die het mikpunt vormt van enige spot en een zekere ruimte voor verandering vraagt.

Niet alleen de ambtenarij heeft te kampen met een overwegend verticale organisatiestructuur. Heel wat ondernemingen zijn het geheel van enkele in elkaar geknutselde hiërarchische lagen, waarbij een zekere verdeel-en-heerstechniek wordt gehanteerd. De transparantie, de duidelijke structuur en de zeer afgelijnde bevoegdheden vormen hierbij vaste troeven. Maar wat is uiteindelijk nog de rol van de mens in heel die verticaliteit?

Zeg nu: zelf
Het merendeel van werknemers in een verticale structuur is al eens tegen een muur van frustratie, volgzaamheid of stilstand gebotst. Want wat met eigen ideeën en inbreng, die intrinsieke behoefte om een persoonlijke stempel te drukken op het bedrijf? Het is net daarom dat er in tal van bedrijven een buiging waarneembaar begint te worden, die langzaam van verticaal naar horizontaal gaat. De correct hanteerbare term voor deze zogenaamde platte organisatiestructuur? Zelforganisatie.

Dezelfde lijn trekken
Bij zelforganisatie draait het vooral om het vertrouwen in het zelforganiserende vermogen van de werknemer. Er is met andere woorden geen aansturing van bovenaf, het werk wordt op eigen houtje geregeld en ook helemaal zelf uitgevoerd. Iedere werknemer zit letterlijk op dezelfde golflengte, en die leidt voor iedereen naar hetzelfde doel. Onderlinge afstemming gebeurt evenzeer op horizontaal niveau en ook het onderhandelingsproces is niet langer via-via-via… via-via.

 

Bij zelforganisatie draait het vooral om het vertrouwen in het zelforganiserende vermogen van de werknemer

 

Zelfstandig vereenzelvigd
Die samenhang houdt een belangrijk principe in, namelijk dat iedereen zijn bijdrage levert aan het succes van de onderneming. Achteruithangen in je bureaustoel en nietsdoen is met andere woorden niet de bedoeling, noch wordt de koffie ooit met een likje kritiek genomen. Oordelen, en verwijten uiten, en denken dat er maar één mening bestaat hoort dus niet bij de horizontale organisatielifestyle. Want wat zeker aanwezig moet zijn om van een succesvolle horizontale organisatiestructuur te spreken, is het vertrouwen in elkaar. Er moet de overtuiging heersen dat iedereen zijn functie en taken effectief goed wil vervullen.

Zelfs van dichtbij   
Nog een onderdeel aan zelforganisatie is de kostenbesparing. Een laag minder in het organigram, kan in sommige gevallen namelijk organi-gantisch veel schelen in het bedrijfsbudget. Al ligt de focus bij voorkeur uiteindelijk steeds op de klant: hoe wordt die het beste, het snelste, het persoonlijkst geholpen? Een horizontaligheid laat meer plek toe voor persoonlijkheid: leer de wensen en noden, de angsten en uitgaven, desnoods de kinderen en kleinkinderen kennen van de klant. Maar ook de markt komt dichterbij gekropen, veranderingen komen veel sneller op de radar terecht bij deze platte organisatiestructuur. Niet enkel kan er vlug op veranderingen op de markt worden ingespeeld, de kans is groot dat werknemers er ook graag op willen inspelen.

Gaat nooit vanzelf
Natuurlijk wordt er niet zomaar van de ene op de andere dag alle managementlagen geschrapt en iedere werknemer in een hokje van eigen ideeën en verantwoordelijkheden geduwd. Verandering vraagt tijd, en brengt daarbovenop altijd enige stress met zich mee. Het is daarom zaak niet meteen een gecentraliseerd leiderschap volledig weg te nemen. Sturing is wel degelijk nodig in tijden van hervorming. Eens de nieuwe situatie in de kleren gekropen is en iedereen comfortabel in zijn eigen stoeltje van creativiteit en focus zit, dan pas kan iedereen eigen leider binnen de organisatie worden, en zal ook de druk iets minder prominent op de ketel staan.

Lees meer.

17 oktober: Werelddag van Verzet tegen Extreme Armoede

20,3 procent. Dat is het percentage dat je binnen de Belgische bevolking terugvindt als het gaat om een risico op armoede of sociale uitsluiting. De Werelddag van Verzet tegen Extreme Armoede wilt hier iets aan doen.

Bert Vanhalewyck: Een tijd in het buitenland brengt duidelijkheid

Zit je in de knoop over de richting die je wilt uitgaan met je studies? Afstand – en dat mag je letterlijk nemen – kan de oplossing brengen.

Ondernemen in het buitenland: fiscale en juridische aandachtspunten

Bij internationaal ondernemen komt heel wat kijken, op heel wat vlakken. Vooral fiscaal en juridisch gezien zitten er verschillende (complexe) addertjes onder het gras. Een goede voorbereiding, accurate opvolging en deskundige (lokale) begeleiding zijn geen overbodige luxe.

Gers Pardoel: ‘Ik geloof niet in voorbeeldfuncties’

Alleen al zijn (artiesten)naam geeft aan dat Gers Pardoel een echte vent is: ‘gers’ betekent in het Rotterdams namelijk ‘vet’ of ‘cool’. Is er een verschil met Gerwin, zoals zijn echte naam luidt? En hoe slaagt hij erin zijn muziekcarrière te combineren met die van partner en vader? Ik neem je mee voor een interview met de man zelf.

Joris Hessels: Tijd, aandacht – en plaatjes – voor de zoekende mens

Nu ons gammele vaalgele busje, de opplooibare caravan en de bijhorende liedjes na drie televisieseizoenen Radio Gaga stilgevallen zijn, neem ik even het (voor)woord om een ode te brengen aan de zorgende en zoekende mens. Wil je een plaatje aanvragen?

Bewegen of stilstaan in de stad

Mensen gaan terug in de stad wonen. De stad Gent, steeds op zoek naar een sociaalecologisch en duurzaam profiel, dweept zelfs met de slagzin ‘De stad kan de wereld redden’. Klinkt goed, indien we daar maar veilig, gezond, en snel van A naar B kunnen. 

Archief.

Griet Deceuster:‘Onze visie op mobiliteit verandert’

Eeuwenlang zijn steden drukke plaatsen geweest, en ongetwijfeld zullen ze dat ook in de toekomst blijven. Maar de mobiliteitsoplossingen van morgen zullen verschillend zijn van die van vandaag. Griet Deceuster, directeur TM Leuven: “We gaan minder en minder zelf rijden, en meer en meer van diensten gebruik maken.”