-2.7 C
Antwerp
20 januari 2019

Op kot of onder mama’s vleugels?
O
.

Voor veel studenten is het kotleven dé periode van ultieme vrijheid. Toch zijn er verschillende jongeren die er expliciet voor kiezen om thuis te blijven. “Ik moet tenminste geen kot opruimen.”

Op kot gaan: veel volwassen die terugblikken op hun jeugd koesteren er de beste herinneringen aan. Om de haverklap feestjes, niemand die zegt wanneer je thuis moet zijn, kotgenoten die vrienden voor het leven worden. Kortom, een periode van vrijheid waarin je gaat en staat waar je wilt, zonder al te veel verantwoordelijkheden – behalve slagen op het einde van het jaar. “Vrijheid en zelfstandigheid proeven, je eigen leer- en leeftempo ontdekken, evenwicht vinden tussen studeren en feesten, nieuwe mensen leren kennen: op kot gaan heeft heel wat voordelen”, aldus Frederik Snauwaert van Xior, vastgoedgroep met focus op studentenhuisvesting.

Léonie Callens onderschrijft de woorden van Snauwaert. Ze studeert aan de KULAK in Kortrijk en is afkomstig uit Waregem. Een treinrit van ongeveer een kwartier, dus pendelen zou perfect kunnen. Toch heeft ze gekozen voor het kotleven, omwille van de zelfstandigheid. Callens heeft altijd al op eigen benen willen staan en grijpt die kans nu met beide handen. “Ik vind het kotleven gewoon een onderdeel van het studentenleven, zonder kot zou het voor mij niet hetzelfde zijn.” Toch geeft ze toe dat ze opgelucht is als ze vrijdag naar huis kan. “Tijdens de week mis ik mijn thuis niet. Maar naar het einde toe verlang ik wel om weer even gezellig samen met het gezin te zijn.”

Een heel ander geluid is te horen bij Thibault Covemaeker, die studeert aan dezelfde KULAK, maar in Oostende woont en niet op kot gaat. Dagelijks is hij drie uur onderweg. “Een enorm tijdverlies”, verzucht hij. De reden? Zijn ouders. “Zij dachten dat ik veel te veel zou uitgaan, te weinig zou leren en niet voor mezelf zou kunnen zorgen, wat ik uiteraard betwist. Zelf zou ik zeer graag op kot gaan, al was het maar om niet dagelijks drie uur lang onderweg te zijn.” En die spreekwoordelijke ongeremde vrijheid van het kotleven, is dat voor Callens een reden om het ongebreideld op een feesten te zetten? “Mijn ouders zijn redelijk gerust in wat ik allemaal doe. Het belangrijkste voor hen is dat er in januari en juni goede resultaten op tafel komen. Wat ik doe tijdens het jaar, dat moet ik zelf weten.” Vrijheid die Covemaeker niet heeft, maar toch ook ergens wel: “Doordat ik van Oostende kom en niet op kot zit – voor zover ik weet de enige student van de kuststreek die dat lot beschoren is en iedereen dat de andere kant van de wereld vindt – hebben de meesten medelijden met mij. Ze bieden me graag een slaapplaats aan als er iets te doen is. Een toffe manier om nieuwe mensen te leren kennen.” 

Ik vind het kotleven gewoon een onderdeel van het studentenleven

Léonie Callens

En Covemaeker heeft nog een voordeel. Want waar bij moeder thuis door-gaans gezonde dingen op tafel komen, moeten kotstudenten zelf hun potje koken. Maar dat is niet altijd zo evident, ook al omdat het budget waarover ze beschikken nogal bescheiden is. Daar kan Callens van meespreken. “Ik probeer altijd zo goedkoop mogelijk mijn week door te komen. Daarom eet ik vaak croque-monsieurs. Het kost niet veel, maar het smaakt nog steeds beter dan een droge boterham.” Haar kookkunsten zijn naar eigen zeggen ook vrij beperkt: een worst of kippenfilet in de pan, en daar houdt het op. Ze probeert wel wat op haar voeding te letten, maar het is moeilijker dan het lijkt. “De neiging om een pizza in de oven te steken of frietjes te gaan halen is groot. Daarom ben ik ook altijd blij als ik overschotjes meekrijg van thuis. Dan weet ik dat ik toch iets voedzaams binnen heb.”

Covemaeker wikt en weegt en moet uiteindelijk vaststellen dat hij voor zijn drie uur onderweg toch één en ander terugkrijgt: “Ik eet een beetje gezonder, studeer een beetje meer en ga minder lang uit. En ik heb geen kot om op te ruimen. Enkel mijn kamer moet ik een beetje netjes houden, maar als ik thuis kom, staat het eten wel klaar. Daarna moet ik enkel nog mijn bord wegzetten en that’s it.” Toch is volgens Frederik Snauwaert de kotstudent uiteindelijk in het voordeel: “Doordat hij zichzelf beter leert kennen en een bredere kijk op de wereld krijgt – zeker als er buitenlandse studenten op zijn kot zitten – zal hij later misschien ook iets zelfzekerder in de jobmarkt staan. Waarmee ik niet wil zeggen dat zij die thuis blijven, watjes zouden zijn (lacht). Absoluut niet.”


Wat kost een kotstudent?

Op kot zitten: voor veel studenten is het de ultieme droom en hét moment om van de vrijheid te genieten.Voor de portemonnee van de ouders is het minder feest. Maar hoeveel kost een kotstudent tegenwoordig eindelijk? Dat heeft het Centrum voor budgetadvies en -onderzoek (Cebud) van de hogeschool Thomas More berekend. Voor het academiejaar 2014-2015 komt dat, voor kotstudenten die niet van een studiebeurs genieten, op gemiddeld 12.008 euro. Met inbegrip van de leefkosten weliswaar.

Eenzaamheid op kot

Naar schatting de helft van de universiteitsstudenten zit op kot. Anders gezegd: een mooie kans om nieuwe vrienden te maken en leuke kotfeestjes te organiseren. Toch blijken heel wat kotstudenten ook eenzaam te zijn. Teleblok liet weten dat 34 procent van hun oproepen er kwamen omdat de bellers nergens anders terecht konden. Zes procent van de binnenkomende telefoontjes ging zelfs specifiek over eenzaamheid. Kortom, een kotleven is in sommige gevallen alleen maar in theorie goed voor de uitbouw van een sociaal netwerk.

tekst hannes dedeurwaerder

Lees meer.

Bouwen aan een veiligheidscultuur

Veiligheid. Een niet te vergeten topic voor bedrijven die niet enkel een veiligheidscultuur, maar een goede bedrijfscultuur willen creëren voor hun arbeiders. Ingrid Nys en Carmen Dewilde van NOA Trainings praten over het belang van veiligheid en hoe dit uit te rollen in je bedrijf.

Koen Vanthournout: Het elektriciteitsnet van morgen

Ons elektriciteitssysteem verandert aan hoog tempo. Slimme netten of smart grids - de informatisering van dat systeem - zijn een belangrijk technisch antwoord op de daarmee gepaard gaande uitdagingen.

Aandacht nodig voor jonge landbouwer

Onze voeding komt niet vanzelf in de supermarkt terecht, het heeft een lange productieweg afgelegd. Maar blijven we in tijden van continue bevolkingsgroei wel zeker van ons dagelijks brood?

Guy Verhofstadt: ‘Wat meer diversiteit in de politiek en advocatuur zou geen kwaad kunnen’

Guy Verhofstadt begon ooit als advocaat, al ziet de 64-jarige oud-premier de ervaring die hij daarmee opdeed vooral als een goede vorming voor zijn latere carrière. De huidige Europarlementariër vertelt over zijn verleden, de uitdagingen voor het recht van de toekomst en de Brexit.

Nic Balthazar: ‘Een droom van een stad’

Een stad is als een huis. Met hoe meer je erin woont, hoe properder je het moet zien te houden. Nu al leeft meer dan de helft van de wereldbevolking in steden, en tegen 2050 zou dat bijna drie vierde zijn. Het lijkt duidelijk dat we de boel dan maar beter tijdig op orde krijgen.

Spelen: Kinderen zijn elkaars eerste opvoeders

De kinderen als zombies verankerd aan een tablet of smartphone. Ouders die tot vervelens toe herhalen ‘ga toch eens buiten spelen’. Wie kinderen heeft, herkent het wellicht al te goed. En toch moeten we blijven motiveren want ‘samenspelen’ sterkt een kind in zijn opvoeding. En wat met die tablet? We legden onze vragen even neer bij drie experts.

Archief.

Griet Deceuster:‘Onze visie op mobiliteit verandert’

Eeuwenlang zijn steden drukke plaatsen geweest, en ongetwijfeld zullen ze dat ook in de toekomst blijven. Maar de mobiliteitsoplossingen van morgen zullen verschillend zijn van die van vandaag. Griet Deceuster, directeur TM Leuven: “We gaan minder en minder zelf rijden, en meer en meer van diensten gebruik maken.”