5.8 C
Antwerp
10 december 2018

Michèle Van Sebroeck: ‘Ik dring nooit mijn smaak op, ik moet er niet wonen’
M
.

©Nico Van Dam

Een huis mooi inrichten… voor veel mensen is het een haast ondoenbare klus. Niet voor Michèle Van Sebroeck, waarschijnlijk de bekendste interior designer van ’t land, dankzij het tv-programma De Huisdokter. “Iets moois kopiëren dat je ergens anders hebt gezien, dat lukt bijna nooit.”

Meestal ging het zo: Michèle stapt een spuuglelijke huiskamer in, monstert het onding snel met een kennersblik en geeft de bewoners een standje voor zoveel smakeloosheid. Maar ze gaat meteen aan de slag en in nauwelijks een half uurtje tijd tovert ze het afgeleefde interieur om tot een pareltje. Giet daar haar gevatte ­– soms zelfs lichtjes vileine – commentaar over en het is duidelijk dat De Huisdokter wel een kijkcijferhit moest worden. Maar laten we beginnen bij het begin…

Hoe begon je passie voor wonen en interieurs?
“Ik weet nog dat ik als tiener constant aan het tekenen en schetsen was. Ik zette dan bijvoorbeeld een pompoen op tafel en probeerde die zo goed mogelijk na te schetsen en dan zag ik dat er ook in de schaduw enorm veel kleuren zitten. En wat voor een ongelooflijk effect licht en reflectie kunnen hebben. Ik heb er een levenslange liefde voor licht aan overgehouden. Mijn eerste idee was dan ook om tuinarchitect te worden, maar dat is om allerlei redenen niet doorgegaan en dan ben ik interieurvormgeving gaan doen. Maar eigenlijk had ik de aanleg als kind al: als ik ergens in een huis binnenkwam, voelde ik direct: ‘Hmmm, hier klopt iets niet’. Of net omgekeerd: ‘hier voel ik mij goed’.

Hoe is de stap naar televisie gekomen?
“Een vriend had mijn nummer gegeven aan een productiehuis, omdat ze naar een interieurvormgeefster op zoek waren. Zij hebben me dan uitgenodigd in hun vergaderzaal en heel veel vragen gesteld over die zaal zelf en over interieur. Daar stond een camera, maar ik lette daar eigenlijk niet op, dus dat was een soort verborgen screentest (lacht). Daarna heb ik nog tests gedraaid met Peter Van Asbroeck (medepresentator, red.) en uiteindelijk ben ik geselecteerd uit dertig kandidaten. In 2006 was dat.”

Kies eerst meubelen, verlichting en inrichting en dan pas kleuren

Krijg je er veel reacties op?
“Heel veel. Mensen vragen constant wanneer er een nieuw seizoen komt, of waar ze zich kunnen inschrijven om deel te nemen. Want nu zijn het herhalingen die worden uitgezonden. Of er nog een vervolg komt, ligt in handen van de zender. Aan de kijkcijfers zal het niet liggen en ook voor mij zit er absoluut nog geen sleet zit op De Huisdokter.”

Je bent niet alleen huisdokter op tv, maar ook in het echt.
“Absoluut, ik werk samen met een heel expertenteam van twintig mensen en wij doen alles wat betreft interieur in een woning. Dat gaat dan over het helpen kiezen van vloeren, ramen, kleuren… alles eigenlijk. Vaak zelfs al als de architect nog aan zijn plannen werkt, zodat we alle details tot hun recht kunnen laten komen. Ik zal een voorbeeld geven: raamdecoratie. Het is veel mooier als zo’n systeem in een nis verwerkt wordt, dan wanneer je dat ziet. Dat is typisch iets wat een architect wel eens vergeet.”

Veel mensen vergeten hun tuin, terwijl je dat het eerste tegenkomt als je een huis binnenstapt

Wat zijn de meest voorkomende fouten in onze huizen?
“Dat de tuin vergeten wordt. Jammer, want net dat kom je het eerste tegen als je een huis binnenstapt. Mensen kopiëren ook vaak zaken, zonder te weten of dat bij hen wel werkt. Ze hebben ergens iets moois gezien en ‘nu gaan wij dat ook eens doen’. Drie op vier keer lukt dat niet. Ook aan licht, de belangrijkste sfeermaker in huis, wordt veel te weinig aandacht besteed. Heel vaak kiezen mensen eerst de kleuren in huis en dan pas het meubilair. Het moet net omgekeerd zijn.”

Hoe begin je aan een opdracht?
“Ik heb eerst een gesprek vooraf om te weten wie ik voor mij heb. Anders kan ik niet werken. Ik zie aan hun lippen, ogen, en hoor aan hun uitspraken wie ze zijn en waar ik naar toe moet. Het is nooit mijn eigen smaak die ik in een interieur steek. Waarom zou ik? Ik moet er niet wonen. Het is de smaak van de klant die ik er probeer uit te halen.”

Botanisch wonen breekt helemaal door: heel fel gekleurde bloemen en behangpapier met prints

Wat zijn nu de grote trends?
“Botanisch wonen breekt door. Heel fel gekleurde bloemen bijvoorbeeld en behangpapier met prints. Een heel basic stijl ook: groen in combinatie met glas en terracotta, de handgemaakte potten… Heel hip zijn ook de grafische, strakke vormen. Macramé is ook helemaal terug. Planten op een standaard: puur jaren tachtig, maar erg in (lacht). Voor de verlichting: een industriële stijl is heel modern en armaturen met houten accenten. Voor accessoires: nostalgisch porselein en apotheekflessen, die we twintig jaar geleden hebben weggegooid. En voor materialen: hout, metaal, linnen en wol.”

En qua kleuren?
“Blauw is heel trendy, koningsblauw, marineblauw, jeansblauw… en dat bijvoorbeeld in combinatie met een grijze wand. Maar de kleur van het jaar is okergoud: goed te combineren met blauw, maar ook met poeder- en huidskleur. Heel chique is dat.”

Met welke basistips kom je tot een gebalanceerd interieur?
“Kies eerst meubelen, verlichting en inrichting en dan pas kleuren. Ik krijg vaak de vraag om kleuren te helpen kiezen. En dan sta ik in een leeg huis, zonder badkamer, met één piepklein stukje tegel… sorry, dat lukt niet. Nog een tip: geef je interieur ademruimte. Laat je meubels mooi tot hun recht komen en prop niet alles vol. Zorg voor één focuspunt, geen tien, want dan weet je niet meer wat mooi is. Ken jezelf, je gewoonten en behoeften en zorg dat je interieur een spiegel van je ziel is. Alleen dan krijg je een persoonlijke toets en ben je geen kopieermachine. Praktisch: kaders hang je op tussen 1,45m en 1,52m. Dat is de ideale hoogte en geeft rust. Je zult dat in elk museum ter wereld zo zien.”

Hoe ziet je eigen interieur er eigenlijk uit?
“Vrij strak. En vanaf augustus volgend jaar kan iedereen komen kijken. Ik heb een huis gekocht in Haacht. We gaan dat met het expertenteam inrichten en dan ga ik er wonen. Daar gaat mijn eigen stijl helemaal tot uiting komen: veel beton, dat vind ik heel mooi om met andere zachte en harde materialen te combineren. En een tuin die je heel erg voelt in het interieur. Met mooie kunst. En mid century materialen. Iedereen mag langskomen, ’t wordt een echt open huis. 

Als Michèle Van Sebroeck geen interieurvormgeefster was geworden, dan was ze…
“Tuinarchitecte. Dat was mijn droom en mijn hart klopt nog altijd een beetje buiten. Ik vind een tuin heel boeiend om in rond te lopen en mee bezig te zijn.”

tekst Fréderic Petitjean

Lees meer.

De chemie is goed voor België (en omgekeerd)

Ons kleine landje telt een indrukwekkende hoeveelheid bedrijven in de life sciences en chemie. Waarom kiezen zoveel ondernemingen uit deze sector voor ons tochtgat aan de Noordzee? En wat hebben zij onze economie te bieden? Heel wat, zo blijkt. 

Veertig graden in de winter

Lekker met de hele familie samen voor de buis? Best gezellig. Toch zijn er ook in de koudste maanden van het jaar heel wat plezante buitenactiviteiten.

Knippen en plakken met DNA

“Het zit in de genen”, zeggen we in de volksmond weleens. We bedoelen ermee dat we weinig aan onszelf kunnen veranderen. Een stelling die niet meer met de realiteit strookt. Dankzij gentherapie is het wel degelijk mogelijk om aan ons DNA te sleutelen. De grote vraag is: willen we dat wel?

Obesitas in België

De wereld wordt dikker. Letterlijk. Vandaag kampen 2,2 miljard mensen met overgewicht, dat is een derde van de totale bevolking. In België is de situatie nog schrijnender: hier is de helft van de bevolking te zwaar. Hoe is dat te verklaren en wat kunnen we eraan doen?

Patrick Marck: ‘Troeven genoeg om te slagen, maar tijd dringt’

De Belg is een ervaren online shopper, maar kiest vaak voor buitenlandse webshops. Patrick Marck, directeur FeWeb, vindt het hoog tijd dat Belgische ondernemers de digitale revolutie omarmen.

Nic Balthazar: ‘Een droom van een stad’

Een stad is als een huis. Met hoe meer je erin woont, hoe properder je het moet zien te houden. Nu al leeft meer dan de helft van de wereldbevolking in steden, en tegen 2050 zou dat bijna drie vierde zijn. Het lijkt duidelijk dat we de boel dan maar beter tijdig op orde krijgen.

Archief.

Griet Deceuster:‘Onze visie op mobiliteit verandert’

Eeuwenlang zijn steden drukke plaatsen geweest, en ongetwijfeld zullen ze dat ook in de toekomst blijven. Maar de mobiliteitsoplossingen van morgen zullen verschillend zijn van die van vandaag. Griet Deceuster, directeur TM Leuven: “We gaan minder en minder zelf rijden, en meer en meer van diensten gebruik maken.”