Maatschappij

Een integraal en centraal waterbeleid voor een beter waterhuishouden

29.11.2020
door Fokus Online

Wie beheert de overgrote meerderheid van de onbevaarbare waterlopen in Vlaanderen? Het antwoord zal je misschien verbazen: het zijn de provincies. Hoe pakken ze dat aan? En waarom zou een nog meer gecentraliseerd waterbeleid goed zijn voor ons waterhuishouden? Jan De Haes, gedeputeerde voor Milieu, Natuur en Waterbeleid in de provincie Antwerpen, legt uit.

Zowat 16.000 kilometer onbevaarbare waterlopen telt Vlaanderen. 8.700 kilometer daarvan wordt volledig beheerd door de provincies. Daarnaast financieren deze het beheer van bijna 3.300 kilometer. In totaal beheren en/of financieren ze dus 12.000 van die 16.000 kilometer. “Dat gaat over de waterlopen in goede staat houden, ze ruimen, de infrastructuur onderhouden en zorgen voor het bijhorende natuurbeheer”, zegt Jan De Haes. “Daarin is ondertussen zeer veel expertise opgebouwd. Vroeger probeerden we water zo snel mogelijk af te voeren, tegenwoordig willen we het zo goed mogelijk in de grond laten dringen. Zo helpen we mee om zowel watertekorten als wateroverlast te voorkomen. Alles samen budgetteren wij 52 miljoen euro per jaar voor waterbeheer.”

Als 12.000 van de 16.000 kilometer waterlopen onder de provincies vallen, zit er ook 4.000 kilometer ergens anders. “Dat zit verspreid bij zowat 120 andere instanties, vaak gemeenten, maar ook heel wat polders en wateringen”, legt Jan uit. “Zij zijn erg betrokken bij hun streek en kennen de lokale problematiek goed. Alleen: water stopt natuurlijk niet aan de grens van een gemeente of een streek. Daarom lijkt het me goed om waterbeheer zoveel mogelijk bovenlokaal te regelen. Zeker nu de droogteproblematiek almaar duidelijker wordt. Zo kunnen we ook de schaal vergroten: we hebben al heel veel knowhow opgebouwd en we beschikken over middelen en mensen. Laten we die dan ook zo goed mogelijk inzetten.”

De provincies lopen inderdaad in de spits als het gaat om de waterproblematiek efficiënt aan te pakken. De aanstelling van een droogtecoördinator bewijst dat bijvoorbeeld. Jan: “Zijn taak is het afstemmen van vraag en aanbod van water. Dat is zeer belangrijk geworden, omdat ons wateroverschot in Vlaanderen erg klein is. We sturen vanuit de provincie ook een waterpeilingsnet aan, met tientallen digitale meters die constant de waterstanden opmeten. Zo kunnen we bijvoorbeeld een captatieverbod zeer specifiek opleggen voor bepaalde streken, in plaats van voor complete provincies ineens.”

In het laatste regeerakkoord is al afgesproken om het waterbeleid te rationaliseren en te integreren. “Iedereen is het erover eens dat minder versnippering goed zou zijn, maar nu moeten we bekijken hoe we dat precies gaan aanpakken”, zegt Jan. “Het aantal verantwoordelijken inperken op een bovenlokaal niveau, zoals in Nederland met de Waterschappen, die op provinciaal niveau werken, lijkt me geen slechte aanpak. De provincies zijn in ieder geval klaar om hierin een rol te spelen.”

Vorig artikel
Volgend artikel