onderwijs
Jongeren

Vlaams onderwijs behoort tot subtop

20.07.2021
door Sophie Lodewijks

Vlaanderen blijkt een internationale topspeler te zijn op het vlak van onderwijs. Onze opleidingen staan niet alleen goed aangeschreven, ze zijn ook nog eens betaalbaar. Maar er klinkt ook bezorgdheid over de kwaliteit. Wat maakt onze scholen zo populair? En wat kan beter?

Kwalitatief, veeleisend onderwijs

Volgens Vlaams minister van Onderwijs, Ben Weyts (N-VA), dankt Vlaanderen veel van zijn welvaart aan kwalitatief, veeleisend onderwijs dat de lat hoog durft leggen. “We hebben hier geen olie of andere bodemschatten in de grond, dus moeten we het hebben van goede scholen”, zegt hij.

Maar de laatste jaren weergalmen her en der uitingen van ongerustheid over ons onderwijs. De kwaliteit ervan zou namelijk achteruitgaan. “Dat klopt en dat kun je aflezen uit de resultaten van internationale PISA-onderzoeken (Programme for International Student Assessment), waarin we editie na editie achter- uitboeren. Waar we vroeger bij de top zaten, glijden we nu af in het peloton. We verliezen echt terrein tegenover de andere OESO-landen”, meent Weyts. “Die negatieve trend moet worden gekeerd. De bezorgdheid hierover is meer dan terecht.”

Onderwijsspecialist Dirk Van Damme, top- man bij OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling), laat weten dat we wat betreft de kwaliteitsmetingen van ons onderwijs afhankelijk zijn van internationale onderzoeken. “Er zijn landen die vooruitgaan terwijl wij blijven steken of juist achteruitgaan in de peilingen.” We worden dus ingehaald. “We scoren gemiddeld nog steeds goed en behoren daarmee nog tot de subtop, maar er zijn binnen ons land wel grote kwaliteitsverschillen tussen scholen en leerlingen.”

Strengere eindtermen

Hoe we ons onderwijs terug op de rit kunnen krijgen is moeilijk te zeggen, volgens de onderwijsspecialist. “We zouden onze vinger nog harder aan de pols moeten houden en daarom is het goed dat de centrale toetsen worden ingevoerd. Een scherper toezicht en inspectie op vlak van leerresultaten zouden ook zinvol kunnen zijn. Net als strengere eindtermen die ons dwingen de lat hoger te leggen.” Van Damme pleit ook voor een mentaliteitsomslag. “We moeten minder competentiegericht werken en terug meer durven focussen op de basiskennis.”

We moeten minder competentiegericht werken en terug meer durven focussen op de basiskennis.

— Dirk Van Damme, OESO

Investeren in het onderwijs

Het is wel zo dat de regering investeert in onderwijs. Dat ging in 2020 om zo’n 14,6 miljard euro, wat 536 miljoen euro meer is dan in 2019. Daarmee was het onderwijsbudget goed voor 28 procent van alle uitgaven van de Vlaamse overheid. “Doordat we als samenleving zo veel investeren in onderwijs, wordt het opleiden van kinderen voor gezinnen betaalbaarder”, legt de onderwijsminister uit. Dat zie je terug in het hoger onderwijs: universiteiten en hogescholen zijn hier beduidend goedkoper dan in het buitenland. “De Vlaamse belastingbetalers nemen dus het leeuwendeel van de kosten op zich, zodat ons onderwijs democratisch is en blijft.”

Een van de belangrijkste nieuwe investeringen in innovatie is de zogenaamde ‘Digisprong’. “Dat is een ongeziene investering van 385 miljoen euro in de digitalisering van ons onderwijs, wat onder meer gaat over een ICT-toestel voor iedere leerling vanaf het vijfde leerjaar. Maar dit gaat ook over

ICT-opleidingen voor leerkrachten, virtual reality in de klassen, digitale leermiddelen…” Digitalisering is dus een belangrijke focus, net als duurzaamheid. “We investeerden in klimaatvriendelijke schoolgebouwen, renteloze energieleningen voor scholen, energieprestatiecontracten, en ga zo maar door.”

Op verschillende fronten

En het gaat inderdaad verder dan dat. “De strijd moet op verschillende fronten tegelijk gevoerd worden. Het gaat dan bijvoorbeeld over het aantrekkelijker maken van het leerkrachtenberoep, over nieuwe eindtermen, over de invoering van een taalscreening in de kleuterklas, over de invoering van centrale toetsen…”, aldus minister Weyts. Hij zegt ook een commissie aan het werk te hebben gezet met mensen die bekend zijn met het terrein, leerkrachten dus, die actief meedenken over de verbetering van ons onderwijs. “Dit zal een werk van lange adem zijn, want het onderwijs is een grote tanker die traag keert. Maar dat hij moet en zal keren, zoveel is duidelijk.”

Tot slot laat onderwijsexpert Van Damme weten dat hij blij is met de huidige aanpak van de minister. “Het is goed dat het probleem nu op de agenda staat en dat de nieuwe commissie aan het werk is.”

Vorig artikel