Interview door Daan Vanslembroeck

Eva Lion: ‘Je moet uit het juiste hout gesneden zijn om innovatief onderzoek te doen’

Eva Lion overbrugt basis, translationeel en klinisch onderzoek om kanker een halt toe te roepen. Ze werkt zo voor de Universiteit van Antwerpen en het Universitair Ziekenhuis Antwerpen rond celtherapie tegen de ziekte, en leerde daar al heel wat lessen over de complexiteit van R&D.

Lion is groepsleider van de Tumorimmunologiegroep van het Laboratorium voor Experimentele Hematologie bij de UAntwerpen en coördineert klinisch kankeronderzoek bij het Centrum voor Celtherapie en Regeneratieve Geneeskunde aan het UZA. Haar positie is uniek in het Belgische R&Dlandschap, en dat terwijl het belang van dit onderzoek erg groot is.

Waarom is dit onderzoek zo belangrijk?
“De noden zijn eerst en vooral hoog. Dat is de belangrijkste drijfveer voor mij. Het huidige beschikbare arsenaal aan kankertherapieën is breed, maar er is op heel wat niveau’s nog ruimte voor verbetering. Wat wij doen, is gepersonaliseerd, kan minder bijeffecten hebben dan bestaande therapieën en heeft als doel een impact te hebben op lange termijn. We willen de levenskwaliteit en kansen van patiënten verbeteren. En dat heeft ook bredere implicaties. Wij werken nu rond kanker, maar onze strategieën kunnen evengoed toegepast worden op infectieziekten of auto-immuunziekten. Zo hebben we binnen het Laboratorium voor Experimentele Hematologie ook een multiple sclerose (MS) onderzoekslijn. Die kruisbestuiving maakt het extra interessant.

Zullen we kanker ooit de wereld uit helpen?
“Of we kanker de wereld kunnen uitwerken, weet ik niet, maar we kunnen het wel draaglijk maken. In de meeste gevallen zal het vooral gaan over combinatietherapieën. Kanker is natuurlijk een verzamelnaam, en er bestaan verschillen tussen sub-ziekten, wat de behandeling ervan complex maakt. Maar via onderzoek moeten we het ten minste kunnen laten evolueren naar een chronische ziekte die je levenskwaliteit niet in het gedrang brengt. Voor sommige kankers is dat trouwens al zo, maar in andere gevallen is er nog heel wat ruimte voor verbetering. Wij proberen die hiaten in te vullen.”

Wat maakt jullie werk zo bijzonder?
“Wat we ontwikkelen in het lab kunnen we ook zelf naar de patiënt brengen voor evaluatie, waarna het, bij succes, breder uitgerold kan worden. Wat wij doen, gaat van bench to bedside, we werken van basisonderzoek tot aan de klinische tests en de translationele fasen daartussen. Daarmee bezetten we een erg unieke positie, want doorgaans doen aparte spelers die stappen. Niettemin is dat niet altijd even makkelijk. Het is absoluut een uitdaging om die hele keten te organiseren. Je zit met een universitair ziekenhuis, met patiënten die behandeld moeten worden, en een universiteit, die data moet hebben. Ook moeten we verantwoording afleggen aan de autoriteiten, die de veiligheid van de bevolking bewaken, naast aan de financiers van onze projecten. Die combinatie coördineren, is een uitdaging.”

Er is nooit een garantie dat je idee fondsen zal krijgen of dat het succesvol zal zijn. Als het niet goed loopt dan moet je het soms stopzetten. Dat is onzekerheid op wetenschappelijk, maar ook op persoonlijk niveau.

Hoe ziet jouw werk als onderzoeksmanager eruit?
“Het zijn dynamische tijden. Ik werk niet alleen rond onderzoek, maar ook evengoed rond dataprotectie, patenten, regelgeving, valorisatie en onderwijs. Daar kruipt veel tijd in. Bij momenten zou ik natuurlijk liever wat meer wetenschap doen dan nog een vergadering bijwonen over data-veiligheid, maar dat hoort erbij. Als manager moet je een goede basis leggen voor je team, want daarop steunt je toekomstige succes.”

Waarom is het nuttig om basis en praktisch onderzoek te combineren?
“Het is mooi om je idee aan het einde van de rit af te toetsen in de praktijk. Dat gebeurt niet op korte termijn, ons onderzoek duurt meestal meerdere jaren. Maar na zo’n lange periode geeft het voldoening om de resultaten van je werk te zien. Dat we die hele keten in handen hebben, betekent ook dat we resultaten weer meteen kunnen meenemen naar het lab en het basisonderzoek. We spelen kort op de bal, en kunnen nieuwe ideeën op korte termijn toepassen in het lab. Je leert zo om je basisonderzoek beter af te stemmen op de toepassingen. Vaak hoor je dat basisonderzoek een ver-van-ons-bed show is, met moeilijk voor te stellen praktische implicaties. Wij combineren die twee, wat maakt dat ze beter op elkaar afgestemd raken. Basisonderzoek zit dus niet afgeschermd van de rest van de keten. Ons onderzoek gaat heen en weer. Innovatie, ook buiten de celtherapie, gebeurt niet op één dag. Het is een zeer dynamische flow die in alle richtingen gaat.”

Falen jullie soms ook?
“Ons onderzoek duurt vaak jaren, terwijl het succes ervan niet gegarandeerd is. Het brengt dus inderdaad risico’s met zich mee, en we moeten altijd op meer dan één paard wedden. Maar tegelijk mag je geen schrik hebben van falen. Je weet nooit wat de uitkomst van je onderzoek zal zijn. De manager van een bedrijf dat ons steunt via de Stichting tegen Kanker zei eens dat hij het onvoorstelbaar vond dat wij zo’n risico’s namen. Hij vertelde dat zoiets nooit zou kunnen gebeuren in een bedrijf als het zijne, ze zouden nooit voor vier of vijf jaar werken aan een onderzoeksvraag waarvan ze niet weten of de hypothese klopt. Daarvoor moet je uit het juiste hout gesneden zijn. Als je niet omkunt met die onzekerheid, dan stap je best niet in innovatief onderzoek. Falen hoort gewoon bij het proces.”

Hoe ga jij als manager om met dat risico op falen?
“Soms moet je harde keuzes maken. In sommige gevallen hebben jij en je team jaren aan iets gewerkt, en faalt het idee of krijgt het geen financiering. Er is nooit een garantie dat je idee fondsen zal krijgen of dat het succesvol zal zijn. Als het niet goed loopt, dan moet je het soms stopzetten. Dat is onzekerheid op wetenschappelijk, maar ook op persoonlijk niveau. Dat hoort helaas bij het werk. Er zijn ideeën in overvloed, maar er moeten ook keuzes gemaakt worden.”

Welke tips heb je voor bedrijven die aan R&D willen doen?
“Omring jezelf met de juiste mensen. Je moet mensen vinden die wetenschappelijke expertise hebben, maar tegelijk ook begrijpen hoe ze dat moeten vertalen naar toepassingen. Dat is een combinatie die niet altijd even makkelijk te vinden is, maar het is wel cruciaal, want R&D heeft altijd verschillende doelen. Je moet aan basis-innovatie doen, technologie naar de praktijk brengen en de business case in gedachte houden. Zoek dus mensen die tussen die werelden kunnen springen.”

Smart
fact

Wat was je geworden als je niet in het kankeronderzoek terecht was gekomen?

“Toen ik ging studeren, twijfelde ik tussen biomedische wetenschappen en architectuur. Uiteindelijk koos ik voor het eerste, maar het creatieve element aan architectuur is me altijd bijgebleven. Wat niet zo verwonderlijk is, want creatief zijn is in mijn huidige job ook erg belangrijk. Dat element is de gemene deler tussen de verschillende zaken die ik doe. Er komen vaak obstakels op je weg die je moet analyseren en aanpakken, en om dat te doen moet je ook creatief zijn. Je mag nooit enkel vasthouden aan de bestaande methoden. Je moet vragen durven te stellen. Creativiteit is belangrijk wanneer je aan wetenschap doet.”

Beeld: © Frank Toussaint

Disclaimer:
Alle foto’s in het labo zijn gemaakt voor de uitbraak van Covid-19.

30.09.2021
door Daan Vanslembroeck
Vorig artikel
Volgend artikel