‘Vlaamse steden moeten even leefbaar worden als buitengebied’

Marc Dillen

FokusModerneStad-Chronicle

Bouwbedrijven peilen systematisch naar de woonwensen van de Vlamingen. Uit hun enquêtes is gebleken dat een groot deel van de Vlamingen op het platteland wil wonen en slechts een kleine minderheid in de stad. Vandaar dat de Vlamingen en dan vooral de -35-jarigen die nog geen woonstek hebben gevonden, nu ongerust zijn over de zogenaamde ‘betonstop’ in het buitengebied.

Kloof
De kloof tussen de woonwensen van de Vlamingen, en de plannen van de Vlaamse en lokale overheden is de laatste jaren groter geworden. De oproep tot stedelijk wonen wordt niet gevolgd. Gezinnen met kinderen blijven de steden ontvluchten. Intussen zijn er al heel wat studies gemaakt over de extra kosten van een verspreid levende bevolking maar nog niet over de kosten om de steden dezelfde graad van leefbaarheid en dezelfde woonkwaliteit te bezorgen als op het platteland. Dit vergt massaal investeringen in extra fietsverbindingen, frequent bediende tram- en busnetten, extra groene plekken als antwoord op het hitte-eilandeffect, meer ruimte om water te bufferen… Na de eerste golf van stads- en dorpskernvernieuwingsprojecten is de komende jaren dringend een nieuwe golf vereist.

Overheden moeten meer focussen op een positief beeld van hoe we in de toekomst samen zullen wonen en werken

Bevolkingsgroei opvangen
Voor de komende jaren pleiten wij voor de Vlaamse en federale regering, en de gemeenten samen voor een investeringsnorm van 5 procent van het bbp (bruto binnenlands product). Op basis van de berekeningen van minister-president Bourgeois komt dit neer op ongeveer de helft meer dan nu. Tegen 2030 zullen tien gemeenten (Antwerpen, Gent, Mechelen, Aalst, Vilvoorde, Hasselt, Roeselare, Geel, Sint-Niklaas en Heist-op-den-Berg) een kwart van de Vlaamse bevolkingsgroei opvangen. Vooral die gemeenten moeten extra Vlaamse middelen krijgen om voor de bijkomende gezinnen in een kwaliteitsvolle woonomgeving te voorzien. 

Op naar 2040
Wij zijn beducht voor de intentie om kost wat kost al tegen 2040 naar nul extra ruimtebeslag in het buitengebied te streven, tien jaar vooraleer dit bij een ongewijzigd beleid zal gebeuren. We hebben immers nog geen zicht op de realisatie van de noodzakelijk grootschalige stads- en dorpsvernieuwingsoperaties. Op die manier dreigt schaarste, en voor velen onbetaalbaar wonen.

Draagvlak creëren
Om een draagvlak te creëren voor hun verdichtingsbeleid moeten de overheden ook veel meer dan nu focussen op een positief beeld van hoe we in de toekomst samen zullen wonen en werken. Denk bijvoorbeeld aan het onzinnige idee om de bijkomende woon- en werkplaatsen te concentreren binnen een zone van 1 kilometer rond de stations. Zo’n versmachtende concentratie werd in Nederland al helemaal verlaten. Daar gaat men voor de verdere ontwikkeling uit van ruime netwerken van fiets-, tram- en busverbindingen rond de stations.