Hoe we zullen wonen in de toekomst

Vandaag leeft 55 procent van de wereldbevolking in steden. In 2050 zal dat 68 procent zijn. COO Thomas Vandenbergh van BESIX STAY, Koen Somers van Priva en Bert Haerynck van Havana architects vertellen welke slimme technologie- en bouwmethodes aan de noden van de toekomstige stedeling tegemoetkomen.

Flexibel wonen

“De woning van de toekomst moet zich kunnen aanpassen aan de veranderende levensomstandigheden van haar gebruikers. Je moet er zonder kinderen kunnen wonen, met kleine en grote kinderen, met een partner, met vrienden, met collega’s of met je grootmoeder”, vertelt Vandenbergh. “Maar het typische eigenaarsmodel gaat volgens mij verdwijnen”, zegt hij er bij. “Voor jongere generaties primeert flexibiliteit, niet een vaste woonst.” Niet toevallig speelt Vandenbergh daarop in met A-STAY, een Belgisch hospitality concept met een eerste vestiging in Antwerpen, dat weldra over heel Europa wordt uitgerold. “De temperatuur, de zonnewering, het sfeerlicht en de ventilatie kun je aanpassen via een app, net als hoe vaak er moet worden gepoetst.” Hoe minder luxe je nodig hebt, hoe lager de eindafrekening dus – en omgekeerd. Ook de lengte van je verblijf is flexibel. “Je kunt een nachtje, maar ook een jaar blijven.”

Living as a service

A-STAY is een voorbeeld van living-as-a-service. Woninggerelateerde activiteiten worden met andere woorden betaald met een dagelijkse, wekelijkse of maandelijkse fee. “Zo hoeft de gebruiker geen zware investering te doen en kan hij of zij elk moment beslissen om ergens anders te gaan leven”, gaat Vandenbergh verder. “Op die nieuwgekozen locatie roep je je opgeslagen configuraties gewoon weer op.”

De meest duurzame vierkante meter is diegene die je niet bouwt.
Bert haerynck, havana architects

 

Zelflerende systemen

Koen Somers van Priva kijkt dan weer naar het persoonlijk comfort voor de gebruikers van een gebouw, of het nu in een hotel is of in een kantoor. “Mensen die zich niet meer kunnen concentreren omdat het binnen 28 graden is, of die thuisblijven door gezondheidsproblemen, dat kost je op termijn meer. Ons hotelsysteem bijvoorbeeld is zelflerend en blijft optimaliseren. Het leert zichzelf hoe je gebouw zich zal gedragen, afhankelijk van de bezetting en de weersvoorspelling.” Op die manier creëer je een optimaal binnenklimaat en houd je het energieverbruik onder controle. “Ook de CO2-waarden worden in de gaten gehouden, afhankelijk daarvan komt er meer verse lucht in de ruimte.” Zo kun je als gast in het hotel bijvoorbeeld met een touchpaneel de kamertemperatuur en verlichting regelen én bovendien aangeven of je al dan niet gestoord wilt worden of dat de kamer een poetsbeurt nodig heeft. “Via een centraal grondplan heeft het personeel zo altijd een overzicht en kan er veel efficiënter worden ingepland.”

Less is more

Bert Haerynck van Havana architects maakt zijn gebouwen duurzaam door naar eigen zeggen niks te weinig, maar vooral niks te veel te plaatsen. “We gebruiken minder zand, minder baksteen en minder leidingen. Zo houd je de kosten laag en maak je optimaal gebruik van de ruimte. Want de meest duurzame vierkante meter is diegene die je niet bouwt.” In Vlaanderen hebben we weinig voeling met het ontwerpen van goede kleine woningen, aldus Haerynck nog. “Toen de Amerikaanse reeks Friends populair werd, wilde iedereen samenhuizen, maar stedenbouwkundig is daar niet altijd een kader voor. Nochtans is er in een gemiddeld huis heel veel oppervlakte die maar beperkt wordt gebruikt. Misschien heb je een eettafel in de keuken en in de eetkamer, of een bureauruimte terwijl je vaker aan de keukentafel werkt. Een kleine woning krijgt door een genereus raam dezelfde wijde horizon als een grote woning. En als de publieke ruimte goed is ingericht, draagt die bij tot je levenskwaliteit. In Parijs en New York maken mensen vaker gebruik van de ruimtes tussen de gebouwen.”

Co-housing

Woonoplossingen in een stedelijke context vergen dan ook maatwerk. Haerynck sluit af met een laatste voorbeeld: “In onze co-housing ‘De Schilders’ in Gent heeft geen enkele woning een berging, maar is er één grote, gemeenschappelijke kelderruimte waar afspraken over bestaan. Net als over de wasplaats, de fietsenstalling en de collectieve tuin. De woningen zelf hebben een kleinere keuken en eetruimte, maar er is één grote gemeenschappelijke ruimte waar je met een grote groep tegelijk kunt koken en eten. Daar geven ze hun feestjes.”