De toekomst van de logistiek onder de loep

2050 klinkt nog ver, maar de tijd tikt genadeloos verder. Nu moet het ijzer gesmeed worden om over dertig jaar in levensvatbare steden te wonen: steden die voorzien zijn van ecologisch comfort en de bevolking stabiliteit op elk vlak kunnen garanderen. 

Tegen 2050 zou twee derde van de wereldbevolking in een stad wonen. We spreken dan over meer dan negen miljard mensen die allemaal honger hebben en afval produceren. Willen we niet in een urbane crisis verzanden, moeten we nu actie ondernemen. 

Zo lokaal mogelijk leven

Uitdagingen om U tegen te zeggen, zeker als je weet dat we met de klimaatdoelstellingen absoluut moeten bijsturen in ons transport en onze logistiek. Eric Corijn is professor dokter aan de Vrije Universiteit Brussel en verbonden aan Cosmopolis, Centre for Urban Research. Hij stelt dat er drie grote uitdagingen zijn: het creëren van een duurzaam ecosysteem, meer sociale gelijkheid en leren samenleven op basis van verschil, het kosmopolitisme. “Om dat te verwezenlijken moeten we meer inzetten op lokale economie. Ons dagelijks leven is niet zo makkelijk te deterritorialiseren. Een lokaal ecosysteem afbakenen en daarin bekijken wat in korte ketens en in een circulaire economie kan worden geproduceerd, kan een eerste grote stap zijn. Om moderne steden op logistiek vlak goed en duurzaam te voorzien, moet er een akkoord komen tussen stad en ommeland. Zo lokaal mogelijk het dagelijkse leven voorzien is essentieel. Dat geldt voor diensten, infrastructuur en productie.” 

Minder, maar beter

Corijn verduidelijkt dat er nu wordt ingezet op industriële monocultuur voor een grote wereldmarkt. “Dat systeem is duur, niet toegankelijk voor de armen en geeft geen gevraagde kwaliteit aan de (bewuste) middenklasse. Daarom die verschuiving naar meer lokaal geproduceerd voedsel: bio, kwaliteit, diversiteit en ook minder per persoon of beter: minder, maar beter.”

‘Efficiënte hervul- en retourlogistiek zorgt voor een drastische reductie van de afvalberg.’
Stefan Bottu, VIL

Lokaal produceren en distribueren is één, maar een flow van buiten de stad naar binnen, en omgekeerd, zal er altijd zijn. Stefan Bottu is als projectleider verbonden aan VIL, innovatieplatform en speerpuntcluster voor de logistieke sector in Vlaanderen, en ziet in zijn glazen bol dat de goederenbelevering in 2050 deel zal uitmaken van het ‘Physical Internet’, een wereldwijd digitaal geconnecteerd netwerk van hubs en transport. “Goederen van verschillende producenten en logistieke dienstverleners zullen grotendeels geconsolideerd worden in één of meerdere magazijnen aan de stadsrand. Van daaruit worden ze via een netwerk van microhubs en emissievrije, of zelfs CO2-absorberende en geluidsarme, voertuigen tot bij de klant of de consument geleverd.”

Nieuwe technologieën

Door verregaande samenwerking en consolidatie moet de beladingsgraad van voertuigen ook gemaximaliseerd worden. “Verregaande digitalisering zorgt ervoor dat de voorkeuren van de consument gekend zijn en op een efficiënte manier kunnen beleverd worden. Nieuwe technologieën veranderen het stadsbeeld. Zo zorgt 3D-printing voor een shift van het transporteren van eindproducten naar grondstoffen. Efficiënte hervul- en retourlogistiek zorgt voor een drastische reductie van de afvalberg en kadert in een toename van meer lokale en circulaire productiecycli.”

Leefbare verstedelijking

Autonome en digitaal geconnecteerde voertuigen zullen in de toekomst steeds vaker zorgen voor levering op maat. Bottu: “Waar mogelijk, wordt er gebruik gemaakt van belevering over het water of van bestaande infrastructuur zoals het openbaar vervoer. Drones worden ingezet in beperkte toepassingsgebieden zoals voor dringende levering aan ziekenhuizen. Door deze vernieuwingen draagt de logistiek aanzienlijk bij aan een groeiende, maar leefbare en emissieneutrale verstedelijking.”

Terugkeer van de maakindustrieën

Prof. Corijn besluit: “De industrie is niet langer de grootindustie van massaproductie en brandmerken. Er zal meer ‘maakindustrie’ naar de steden terugkeren. We zullen produceren op maat én juist op tijd. Artificiële intelligentie, 3D-printing, kleinschaliger werken… het zal allemaal bijdragen tot een andere stad. Klassieke laaggeschoolde en repetitieve arbeid zal verdwijnen en geautomatiseerd worden. De hoofdzaak is dan om de productiviteitswinst met robots niet te privatiseren, maar eerder te herverdelen via loon en vrije tijd.”