tegel
Milieu

Tegel per tegel een steentje verleggen

29.06.2022
door Fokus Online

Bij Marshalls uit Rumst, betonproducent en invoerder van natuursteen en keramische tegels is de nieuwe marsrichting eigenlijk al lang geleden ingezet, stelt commercieel directeur Frank Van Zeebroeck. “Wij zijn een dochter van een Britse, beursgenoteerde onderneming, dus de verplichting om over bepaalde zaken te rapporteren is er sowieso”, zegt hij. “Maar eigenlijk zit ethisch ondernemen al veel langer in ons DNA. Zo wordt elke steengroeve waarmee wij samenwerken gecontroleerd, zowel door onszelf als door een externe auditor. In Aziatische steengroeves gaat dat bijvoorbeeld over kinderarbeid en correcte arbeidsomstandigheden. Als een groeve het waagt om zich daaraan te bezondigen, starten wij geen samenwerking op. Maar ook in Europese groeves doen we controles. Daar gaat het dan eerder over veiligheid en gezonde werkomstandigheden. We hebben daarvoor zelfs ons eigen label opgericht: Fairstone, dat grotendeels gestoeld is op de Ethical Trading Initiative van de Verenigde Naties.”

De Nederlandse en Vlaamse overheden hebben in oktober 2019 een min of meer gelijkaardig initiatief opgericht, vertelt Steffi Gillis, Manager of Operations bij Marshalls. Dat werd TruStone gedoopt, ook daarin participeert Marshalls. “Hierin zitten Nederlandse en Vlaamse overheden, private sectororganisaties, ngo’s en vakbonden. De bedoeling is om de volledige supplychain in kaart te brengen en daarin zoveel mogelijk transparantie te scheppen.”

Finaal moet TruStone een soort zegel van vertrouwen worden, zegt Gillis. “Stel dat de gemeente Rumst een nieuwe bestrating wil aanleggen. In het lastenboek zou dan opgenomen kunnen worden dat enkel bedrijven met het TruStone‐label een offerte mogen indienen. Zo ver zijn we nog niet, maar daar gaat het naartoe.”

Met de boot of met de trein?

Niet alleen de werkomstandigheden in de steengroeves zijn voor Marshalls een aandachtspunt, er zijn er uiteraard nog een boel meer. Zoals bijvoorbeeld de CO2‐uitstoot van zijn activiteiten. “Die hangt voor een goed deel samen met het transport van de stenen”, zegt Van Zeebroeck. “En we moeten toegeven: stenen vervoeren uit Azië gebeurt nog altijd via vrachtschepen. Eenvoudigweg omdat daar geen alternatief voor is. Met heel veel moeite en gedoe zou je eventueel een trein via Siberië kunnen sturen, maar dat is tegenwoordig allicht niet het beste idee. De fabrieken in Italië sturen hun stenen wel per trein, tot in Mechelen. Daar kunnen we ze gaan oppikken met een vrachtwagen.”

Van Zeebroeck wijst erop dat het vooral belangrijk is om de volledige ‘lifecycle analysis’ van een product te bekijken als je de CO2‐uitstoot wil bepalen. “Tja, wat stoot in totaal het meeste CO2 uit? Een natuursteen die manueel uit een Chinese groeve werd gehaald en per schip wordt vervoerd? Of een keramische tegel die in Italië op 1.300 graden werd gebakken? Alles komt met voor‐ en nadelen en precies daarom is het zo belangrijk om de volledige keten in beeld te brengen.”

Uiteraard zorgt niet alleen transport voor CO2. Ook de productie draagt daar een steentje toe bij. “In onze eigen fabriek gebruiken we geen gas of andere fossiele brandstoffen meer, enkel nog stroom. We hebben daarvoor een tijdje geleden de site op verschillende punten aangepast. Stenen die een coating moeten krijgen, worden bijvoorbeeld voorverwarmd vooraleer die coating wordt aangebracht. Vroeger gebeurde dat met een installatie op gas, nu op elektriciteit. Ook bijvoorbeeld het grootste deel van onze vorkheftrucks rijdt nu op stroom. We hebben nog een paar exemplaren die diesel tanken, maar zodra hun leasecontract afloopt, worden ook die door elektrische exemplaren vervangen. Op die manier willen we tegen 2025 deze vestiging volledig vrij maken van fossiele brandstoffen.”

In onze eigen fabriek gebruiken we geen gas of andere fossiele brandstoffen meer, enkel nog stroom.

300.000 liter

Dat de gasprijs sinds de aanpassing van de fabriek volledig door het dak is gegaan, noemt Gillis “een prettige bijkomstigheid”. “Dat wisten we natuurlijk niet toen we dat plan opstelden”, lacht ze. “Nu goed, wij zijn ook geen gigantisch grote fabriek én onze productiemethoden laten die overschakeling op stroom ook toe. Ik kan me voorstellen dat er andere bedrijven zijn waar dat een stuk lastiger is.”

Een ander opmerkelijk punt dat Van Zeebroeck aanhaalt, is dat Marshalls, in zijn volledige productieapparaat, geen milliliter stadswater verbruikt. “We doen alles met regenwater. Daarvoor hebben we twee gigantische citernes van elk 300.000 liter geïnstalleerd. Tot voor een paar jaar hadden we maar één citerne, maar door de droge zomers die almaar frequenter worden, hebben we er een tweede bijgeplaatst. Daarmee komen we momenteel ruimschoots toe. Ook al omdat we al het water dat we verbruiken, filteren en opnieuw gebruiken. Op die manier circuleert quasi al ons water als het ware in een gesloten circuit.”

Milieuvergunning

Naast de productie van stenen, wordt bij Marshalls ook veel aandacht besteed aan recyclage. “Alle verpakkingen worden uiteraard gesorteerd en naar gespecialiseerde verwerkers gestuurd, maar ook onze producten zelf zijn goeddeels recycleerbaar”, zegt Van Zeebroeck. “Oude betontegels kun je perfect kapotbreken en opnieuw verwerken, onder meer om ze te gebruiken als onderlaag voor bestrating. Momenteel besteden we dat proces nog uit. Die tegels worden dus hier opgehaald en naar een gespecialiseerde firma gebracht. We zijn aan het bekijken hoe we dat zelf kunnen doen, zodat de keten opnieuw wat korter wordt.”

De enige reden waarom Marshalls dat nog niet zelf doet, is omdat het bedrijf dan onder een aparte milieucategorie valt, legt de commercieel directeur uit. “We moeten dan een nieuw soort vergunning aanvragen en dat brengt wel wat administratief werk mee. Het is dan ook nog de vraag of we die gaan krijgen. Daarnaast zijn er ook nog wel een paar technische vragen waar we nog niet uit zijn: of we dat bijvoorbeeld met een mobiele of een permanente breekinstallatie gaan doen. Maar goed, we zijn het dus zeker wel aan het onderzoeken.”

tegel

Gestabiliseerd zand

Niet alleen de betontegels kunnen worden hergebruikt (weliswaar voor een nieuwe bestemming), ook voor natuur‐ en keramische tegels geldt dat. “Het enige probleem daar is dat de meeste consumenten in België enkel dunnere tegels kennen en die worden bijna altijd gelijmd”, zegt Gillis. “In dat geval is het heel lastig om ze terug los te krijgen, dat is bijna onmogelijk zonder ze te beschadigen. In Nederland zijn dikkere tegels veel meer ingeburgerd. Door hun zwaardere gewicht blijven die op hun plaats zonder dat je ze moet lijmen. Ook bij bijvoorbeeld dikke klinkers is dat het geval. Die worden in regel in gestabiliseerd zand gelegd. Die kan je perfect weer uitbreken, verder verkopen en ergens anders gebruiken.”

Al die inspanningen voor het milieu lonen zeker, maar Van Zeebroeck wijst er ook op dat bedrijven niet alles in handen hebben. Ook de consument zelf moet zijn verantwoordelijkheid nemen. “En daar wringt het schoentje soms nog”, zegt hij. “Mensen zijn zeker overtuigd van het nut van duurzaamheid, maar het mag hen niks kosten en het mag niet in hun achtertuin gebeuren. Ze willen wel windmolens, zolang ze er zelf maar niet op moeten kijken. Ze willen wel bio‐groenten, maar die mogen niet meer kosten dan ‘gewone’ groenten. Ik denk dat we daar toch eerlijk moeten zijn met onszelf en keuzes moeten maken. Kwaliteit heeft gewoonweg zijn prijs. Gelukkig zit ook daar het bewustzijn de laatste tijd wel in de lift.”

Work‐lifebalance

Om af te sluiten wijzen onze gesprekspartners er op dat maatschappelijk verantwoord ondernemen niet enkel de producten en de fabrieken omvat, maar nog een andere belangrijke ‘grondstof’: het personeel. “Zeker sinds corona is onze aandacht voor stressbestendigheid, werkbaar werk en geestelijke gezondheid enorm toegenomen”, zegt Van Zeebroeck. “We doen daar heel veel opleidingen rond en we organiseren sindsdien bijvoorbeeld ook regelmatig onze Marshalls Cafés. Dat zijn heel informele, digitale vergaderingen waar we met z’n allen gewoon even connecteren, bijbabbelen en nieuwtjes uitwisselen. Thuiswerk heeft natuurlijk z’n voordelen, maar je zit vaak ook een goed stuk van je werkdag helemaal alleen. Niet iedereen vindt dat de ideale situatie en op die manier willen daar iets aan doen.”

“Nu corona opnieuw wat gaan liggen is, is onze werkpolicy ook helemaal anders dan vroeger”, vult Gillis aan. “Als het mogelijk is, mogen mensen maximaal drie dagen per week van thuis uit werken. We hebben ook glijdende werkuren geïntroduceerd, zodat werknemers zo weinig mogelijk last hebben van de files.”

Die aandacht voor de work‐lifebalance ligt dus een heel stuk hoger dan vroeger, duidt Van Zeebroeck. “Voor veel potentiële sollicitanten is dat zeker een reden om al dan niet bij een bedrijf aan de slag te gaan, dat merken we maar al te goed. Dat is echt een hefboom geworden om mensen te vinden en te houden. We proberen daar vrij los mee om te gaan en niet elke policy tot in de details te controleren. Onze werknemers krijgen zelf veel verantwoordelijkheid en we zien ook dat het overgrote deel van de mensen daar zeer consciëntieus mee omgaat.”

Vorig artikel