Ondernemingen: een deel van de oplossing

De akkoorden van Parijs en de klimaatmarsen hebben het klimaat centraal geplaatst in het Europese debat. En terecht. Om de uitstoot van de ondernemingen verder te verminderen, moeten investeringen voor een echt beleid inzake industrie en klimaat meer ondersteuning krijgen.

De industrie is zich wel degelijk bewust van de klimaatuitdagingen. Voor de meeste grote industrieën begon de sensibilisering met de invoering van het Europese emissiehandelssysteem (ETS). Vandaag moeten de ETS-ondernemingen hun uitstoot tegen 2030 met 43 procent verminderen ten opzichte van 2005.

Accords de branche

Parallel met het Europese ETS-systeem sloten de gewesten vrijwillige akkoorden met de ondernemingen. In Wallonië zijn dat de zogenaamde ‘accords de branche’. In Vlaanderen werd er eerst gesproken over ‘benchmarkingconvenanten’ en vervolgens over ‘energiebeleidsovereenkomsten’. Dankzij die akkoorden gaat het milieurendement van de ondernemingen in stijgende lijn.

Uitdagingen kmo’s

Zeggen dat met die tools alles is opgelost, is echter wat kort door de bocht. Er is nog veel werk aan de winkel, met betrekking tot kmo’s, onderzoek en innovatie en de overschakeling naar andere brandstoffen. Maar ook het opvangen en opslaan van CO2 en het opvangen en hergebruiken ervan. In het algemeen werden de kmo’s minder gesensibiliseerd rond hun CO2-impact en hebben ze ook minder technische en financiële middelen om te investeren in milieuvriendelijkere technologieën. De uitdagingen voor de kmo’s hebben dan ook te maken met begeleiding, financiële steun en uitwisseling van goede praktijken.

“We kunnen met huidige technologieën de uitstoot al sterk terugdringen in verschillende sectoren.”

CO2-neutraal

Wat onderzoek en innovatie betreft, kondigde Vlaanderen in maart aan om 400 miljoen euro te willen investeren in innovatie en onderzoek om bij te dragen aan de CO2-neutraliteit tegen 2050. Dat soort steun is een slimme manier om enerzijds nieuwe oplossingen te bieden voor een koolstofarme samenleving, en anderzijds te proberen om onze ondernemingen op de wereldwijde markt van koolstofarme oplossingen te positioneren.

Belangrijke piste

Tot slot is het industriële gebruik van biomassa en het opvangen en opslaan of hergebruiken van CO2 een belangrijke piste om de industriële uitstoot sterker terug te dringen tegen 2030. Maar zonder ondersteuning van de overheid hebben die potentiële oplossingen geen kans om door te breken. Daarnaast kan ook waterstof op middellange termijn een rol spelen, zowel in de industrie als in de vervoerssector.

Coalitie vormen

Al die mogelijkheden tonen aan dat we nog een pak werk voor de boeg hebben, maar we mogen niet vergeten dat we ook met de huidige technologieën de uitstoot al sterk kunnen terugdringen in verschillende sectoren. Om al die projecten waar te maken, moeten de ondernemingen en de regering een echte coalitie vormen rond een beleid inzake industrie en klimaat. Bovendien zijn het ook de verschillende initiatieven van de ondernemingen die, elk op hun eigen schaal, de uitstoot zullen drukken. Ondernemingen zijn immers geen deel van het probleem, maar van de oplossing.