Verplichte toelatingsproef voor alle opleidingen?

Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) wil een verplichte toelatingsproef voor alle opleidingen in het hoger onderwijs. Wie daar niet voor slaagt, zal verplichte bijscholing moeten volgen.

Voor verschillende opleidingen, zoals geneeskunde, geldt nu al een toelatingsproef. Maar de minister van Onderwijs wil die dus nu ook voor alle opleidingen inschakelen. “Wat mij betreft moeten er aan die toelatingsproeven ook enkele bindende voorwaarden worden verbonden.” Maar in tegenstelling tot bij geneeskunde, zullen die bindende voorwaarden niet een kwestie worden van ‘alles of niets’. Wie niet slaagt, zal dus toch kunnen beginnen met de opleiding. Maar dan wil Weyts wel een verplichte bijscholing voor studenten die de proef niet halen, bijvoorbeeld tijdens het eerste jaar. “Anders zijn die ijkingsproeven natuurlijk een maat voor niets.”

Waarom?

Hoe het introduceren van een toelatingsproef voor iedere opleiding een positieve invloed kan hebben op ons onderwijssysteem? Ten eerste kan het alvast dienen als feedbackinstrument voor de studenten. Zo weten ze meteen wat er van hen verwacht wordt op vlak van leerstof en kennis. Het helpt bovendien ook bij het versterken van de studiekeuze. Uit onderzoek van de KU Leuven blijkt dat een milde tot gematigde toelatingsproef leidt tot minder inschrijvingen, maar wel een stijging van het aantal afgestudeerden. Aan de andere kant zou een te strenge proef volgens de KU Leuven zorgen voor minder diploma’s.

Beter overwegen

Bovendien leidt het systeem van open onderwijs tot hoge maatschappelijke kosten en selectie na het eerste jaar. Volgens het onderzoek van KU Leuven slaagt bij een systeem met open toelating slechts 42 procent van de starters voor alle vakken in het eerste jaar, haalt 30 procent een bachelordiploma met vertraging en haalt 28 procent überhaupt geen diploma. De maatregel van Ben Weyts zou dus het slagingspercentage moeten doen stijgen, en ervoor zorgen dat jongeren hun studie beter overwegen.

Een haalbaar systeem?

Maar niet iedereen is direct overtuigd van deze theoretische maatregel. “Wij twijfelen aan de haalbaarheid van dit systeem”, zegt Dylan Couck van de Vlaamse Vereniging van Studenten. “Wij willen niet dat de druk op de studenten in het eerste jaar nog hoger wordt door de verplichte bijscholing.” Wel denkt de vereniging dat de toelatingsproeven kunnen bijdragen aan het opkrikken van de slagingspercentages. “Maar we moeten samen met de minister op zoek gaan naar een manier om dit reëel te maken.”

Nadelen voor vrouwelijke studenten

Ook dit nog: mogelijk kan het verplichte toelatingsexamen nadelig zijn voor vrouwelijke studenten bij bepaalde studies. Stefan Dab en professor Catherine Dehon van de Franstalige universiteit van Brussel (ULB) constateerden vorig jaar dat, bij het toelatingsexamen voor geneeskunde, vrouwen duidelijk slechter scoorden dan mannen. De mannelijke studenten haalden een slagingspercentage van 44,2 procent, bij het andere geslacht was dat slechts 32,5 procent. De Vrije Universiteit Brussel deed in 2014 al eens zo’n onderzoek en constateerde hetzelfde. “Vooral op het onderdeel wetenschap doen mannen het duidelijk beter”, zegt Dab. Volgens hem is de manier waarop het examen wordt georganiseerd nadelig voor vrouwelijke studenten. Hij verwijst hierbij naar een Frans onderzoek, waaruit blijkt dat vrouwen slechter scoren als ze in dezelfde ruimte als mannen het examen moeten afleggen.

De discussie continues…

De discussie is niet nieuw. In 2015 beloofde Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) “het seksistisch examen uit te kuisen.” Het vreemde is dat tijdens de opleiding geen verschil is tussen geslacht. Mogelijk heeft het ook te maken met de manier waarop het toelatingsexamen werd opgesteld — namelijk meerkeuzevragen met giscorrectie. Dat betekent dat je bij een fout antwoord punten verliest. De dames spelen het liever op veilig en gokken minder vaak, wat nadelig kan zijn voor hen. Maar niet alleen de Vlaamse Vereniging van Studenten uitte zijn bezorgdheid. Ook politieke partijen Sp.a en CD&V vrezen dat, ondanks dat niet-geslaagden toch een opleiding mogen starten, de proeven wel degelijk voor uitsluitsel zullen zorgen.