ouderenzorg
Gezondheid

Toekomst van de ouderenzorg: ‘De oudere zélf moet centraal staan’

06.12.2023
door Kim Beerts

De uitdagingen voor de ouderenzorg zijn niet min. Er is nu al een plaats- en personeelstekort in de woonzorgcentra, die bovendien niet in trek zijn bij de vele senioren-van-morgen. De sector droomt dan ook van een flexibeler en diverser woonzorgaanbod.

De zestigplusser van vandaag loopt niet warm voor een verhuis naar het woonzorgcentrum. “Dat blijft – alle goede en warme zorgen ten spijt – voor velen aanvoelen als de allerlaatste, te vermijden halte. De ouderen van nu willen oud worden in hun eigen vertrouwde omgeving en overwegen andere scenario’s niet, of pas veel te laat”, ervaart Johan Staes, CEO van Vlozo, de koepel van private onafhankelijke woonzorgcentra.

Vergrijzingsgolf

Er is de laatste jaren nochtans sterk ingezet op de kwaliteit van die woonzorgcentra, en velen smijten zich met hart en ziel voor de bewoners, benadrukt Joost Heremans, directeur van woonzorgcentrum Sint-Barbara in Herselt dat dit jaar zijn honderdjarig bestaan viert. “Vroeger was het ‘pekeshuis’ er voor de gegoede burger: hij woonde er samen met anderen en zorgde er grotendeels voor zichzelf. Vandaag zijn we er voor de zwaar hulpbehoevende ouderen die niet meer voor zichzelf kunnen zorgen. In een toekomst waarin we met z’n allen steeds ouder worden zal deze vorm van gespecialiseerde zorgverlening meer dan nodig blijven”, schetst Joost Heremans. Toch denken ze ook in dit woonzorgcentrum na over een andere ouderenzorg. “Omdat we nog maar aan het begin van de vergrijzingsgolf staan en we de steeds grotere toestroom op een kwaliteitsvolle manier willen blijven opvangen, maar ook omdat we merken dat de wensen en verwachtingen van de ‘jonge’ ouderen veranderen. Ze willen keuzevrijheid, autonomie en flexibiliteit, en niet alleen omringd worden door anderen die oud en hulpbehoevend zijn.”

Bij Vlozo sturen ze daarom aan op een Masterplan Ouderenzorg dat die toenemende vergrijzing erkent en erop inspeelt. “Daarin zal de oudere zélf centraal moeten staan”, aldus Johan Staes. “Het zorgaanbod moet persoonsgerichter en gebaseerd op de behoeften zijn. Dat betekent ook meer inzetten op verschillende woonvormen, ik denk aan woonzorgcentra die nog gespecialiseerder kunnen werken in kleinere leefgroepen of aan assistentiewoningen 2.0 met een uitgebreider zorg- en dienstenpakket dan vandaag. Ook oplossingen als zorgzame woonbuurten of de creatie van zorgcampussen moeten meer worden onderzocht.”

De wensen van de ‘jonge’ ouderen veranderen: ze willen keuzevrijheid, autonomie en flexibiliteit.

- Joost Heremans, Sint-Barbara

Cohousing

Bij Sint-Barbara in Herselt bekijken ze alvast een cohousingproject voor ouderen die nog niet klaar zijn voor een woonzorgcentrum, maar zich wel eenzaam voelen. “De bewoners kunnen er voor elkaar zorgen of rekenen op de diensten van ons woonzorgcentrum, maar het is en blijft een ‘gewone’ woning, die aanvoelt als hun thuis: ze hebben een extra slaapkamer voor de kleinkinderen, kunnen er een feestje geven, en kunnen er werken of relaxen in de tuin.”

Er is echter nog heel wat onderzoek nodig voordat die diverse woonvormen-van-morgen er zijn, zowel op praktisch als op financieel en wetgevend vlak. Voor cohousing van ouderen bestaat er bijvoorbeeld nog geen kader, terwijl de markt van de assistentiewoningen de voorbije jaren haast volledig werd overgelaten aan investeerders. Zorgcampussen met daarop verschillende woon- en zorgunits vragen dan weer om een aangepast ruimtelijk plan, om van het gebrek aan arbeidskrachten – er zijn er zo’n 50.000 extra nodig tegen 2032 – nog maar te zwijgen.

Terwijl het, zo benadrukt de sector, intussen vijf voor twaalf is. “Binnen vijf jaar zien we het aantal ouderen en masse toenemen. Vanaf dan komen er jaarlijks 153.000 senioren bij. En door die vergrijzing zal ook het aantal mensen met ouderdomsziekten zoals dementie en parkinson fors toenemen”, waarschuwt Johan Staes. “De sector wil zich daar wel op voorbereiden, maar krijgt nog te weinig gehoor bij de overheid. We zullen dus nog meer van ons moeten laten horen, samen met de vrijgevochten ouderen van nu. Het is op hún wensen dat de ouderenzorg zich in de toekomst zal moeten baseren. Die mogen ze dus – luid en duidelijk – kenbaar maken.”

Vorig artikel
Volgend artikel