Revalideren: serie-oefening in jezelf terugvinden

Rennen, vallen, opstaan en weer doorgaan. Zo moeiteloos als in het lied gaat het maar zelden. Presentatrice en auteur Sabine De Vos vocht tegen baarmoederhalskanker, zanger Guy Swinnen ging door een zware depressie, paralympiër Sven Decaesstecker verloor zijn onderbeen aan een tumor. Vandaag inspireren ze anderen met hun herstel.

SABINE DE VOS.

Hoe heb je de intrinsieke motivatie kunnen vinden voor je herstel?
“Op het moment van mijn diagnose, zo’n vijftien jaar geleden, ging alles meteen heel snel. Operaties, chemo, je krijgt de tijd niet om op een berg te gaan zitten en rustig te denken. De ingrijpende beslissingen waar je voor staat neem je vooral op instinct: ik wil niet doodgaan. Ik heb mijn leven bewust in handen van de artsen gelegd. Tijdens de therapie zit je in een soort trip. Nadien slaat de zwaarte en het verdriet eens zo hard toe. Ik kon niets meer. Aan mijn arts vroeg ik toestemming om naar de zon te vliegen. Dat gaf mij de energie om er weer bovenop te komen. Jezelf beloningen in het vooruitzicht stellen: het is een van de tips van mijn K-boek – krachtiger voor, tijdens en na kanker.”

Wat heeft je geholpen om er fysiek bovenop te komen?
“Ik ben naar de oorlog gegaan in mijn ondergoed, zoals zovelen. Jammer, want er zijn veel dingen die je kunt doen om de ziekte mentaal en fysiek draaglijker te maken. Wat als je bepaalde geuren plots niet meer kunt luchten? Hoe ga je om met haarverlies? Wat met koude die je tot in je botten voelt? Die dingen had ik graag vooraf geweten. Ook een warme groep mensen om je heen is erg belangrijk, maar je omgeving voelt zich vaak machteloos. Al zijn er tools om het goed te doen. Vraag bijvoorbeeld niet: hoe is het? Maar: hoe voel je je nú? Want elke dag kan anders zijn. En zoek een vertrouwenspersoon. Dat is niet per se je partner, omdat je niets hebt aan mensen die nog verdrietiger of angstiger zijn dan jij.”

Hoe heb je de weg teruggevonden in het ‘gewone’ leven, tussen de mensen?
“Aan werkgevers zou ik willen zeggen: heb begrip voor mensen die ziek zijn. Niet alleen in het begin, maar ook als jij vindt dat ze genezen zijn of zouden moeten zijn. Veel problemen van ex-kankerpatiënten zijn chronisch: vermoeidheid, misselijkheid, maar ook mentaal. Als je de dood in de ogen hebt gekeken, is het niet zo verwonderlijk dat je het leven, je job en je relatie in vraag gaat stellen. Wat ook te weinig geweten is: er zijn een rist aan maatregelen die zowel werkgever als werknemer ondersteunen, zowel praktische oplossingen als subsidies. Je moet ze wel gaan zoeken. Die oefening heb ik in mijn boek al maar even gemaakt.”


GUY SWINNEN.

Hoe heb je de intrinsieke motivatie kunnen vinden voor je herstel?
“Rond mijn veertigste kwam ik in een zware depressie terecht, die jaren duurde. Ik vergelijk het letterlijk met ‘in de put zitten’. Helemaal bovenaan zie je licht, er staat een lange ladder en die moet je beklimmen. Maar je hebt de moed niet, zelfs niet om de laagste trede te nemen. Ik was eerst ook erg categoriek: eerst moest ik van mijn blowverslaving af, maar rookte ik dan toch een keer, dacht ik: het is naar de vaantjes, weer bij af. Op een zeker moment heb ik ingezien: vandaag heb ik één stap gezet op mijn laddertje, prima. Gaat het morgen slecht, so be it, ik doe gewoon verder. Door mijn depressie dag na dag te bekijken, ben ik uiteindelijk uit mijn put geraakt. Therapie heeft me daarbij erg geholpen.”

Wat heeft je geholpen om er fysiek bovenop te komen?
“Wat we met Te Gek!? – de organisatie waarvan ik peter ben – nu hard promoten, is wandelen in de natuur. Dat heb ik later pas ontdekt, hoe goed dat doet. Bij mij hielp het vooral om terug regelmaat te vinden in mijn leven. Op een zeker ogenblik leefde ik niet overdag maar ’s nachts, in mijn eigen cocon. Ik heb mezelf moeten forceren om weer elke ochtend op een redelijk uur op te staan en de dagdagelijkse taken te doen. Al haal je daar dan niet de normale voldoening uit. Je denkt: het gras is af, so what, morgen staat het er weer. Van iemand die depressief is, zeggen ze soms: die is gewoon lui. Maar het is ook verschrikkelijk moeilijk. Dat realiseerde ik pas toen ik al uit de depressie was.”

Hoe heb je de weg teruggevonden in het ‘gewone’ leven, tussen de mensen?
“Een depressie verandert je totaal als persoon. Ik herkende mezelf niet meer. Ik was altijd een goedlachse, zelfzekere mens. Maar tijdens mijn ziekte dacht ik zelfs na een gesprek over koetjes en kalfjes: wat heb ik nu weer gezegd? Dat is ook waarom ik mij meer en meer ben beginnen afsluiten van de wereld. Toen ik weer de moed had om buiten te komen en gesprekken aan te gaan, merkte ik wel: dit heeft me deugd gedaan, ik heb eens kunnen lachen, ik voel me beter. In je lichaam lijkt er toch iets in gang te zijn gezet. Maar herstellen van een depressie is een heel gradueel proces. Het is keer op keer kleine overwinningen boeken en jezelf proberen terugvinden.”


SVEN DECAESSTECKER.

Hoe heb je de intrinsieke motivatie kunnen vinden voor je herstel?
“Op mijn elfde werd de tumor in mijn been ontdekt. Ik was toen al een vrij beloftevolle zwemmer. Tijdens de chemotherapie mocht ik niet meer zwemmen vanwege het infectiegevaar. Het enige waaraan ik kon denken: als ik genezen ben, wil ik zo snel mogelijk weer het water in. Dat was mijn grootste motivatie. Hoe ernstig mijn ziekte wel was, daar stond ik niet bij stil. Ik was nog klein. Later was dat wellicht anders geweest. Al zou ik waarschijnlijk wel van het beste scenario zijn uitgegaan, dat is mijn persoonlijkheid. Een van de belangrijkste lessen die ik heb geleerd: kijk naar alles wat je nog kunt, zelfs met de beperking die je hebt. Dat voelt zoveel beter dan stilstaan bij wat je niet meer kunt.”

Wat heeft je geholpen om er fysiek bovenop te komen?
“In de zomer van ‘96 ben ik aan chemotherapie begonnen, in het najaar heb ik mijn amputatie gehad. Op het dieptepunt van mijn behandeling had ik zoveel gewicht en spiermassa verloren dat ik geen 20 kilogram meer woog. Maar vanaf het moment dat mijn bloedwaarden terug oké waren, ben ik onder begeleiding van de arts in het zwembad gedoken. Ik ben ervan overtuigd dat het door het zwemmen komt dat ik er zo goed bovenop ben geraakt. Al blijven er beperkingen die ik gewoon moet aanvaarden. Ik kan prima wandelen met mijn prothese tot een kilometer of vijf. Dan houdt het op. Voor een fikse bergwandeling moet ik afhaken. Maar binnen die grenzen heb ik wel het gevoel dat ik erg vrij ben in wat ik doe.”

Hoe heb je de weg teruggevonden in het ‘gewone’ leven, tussen de mensen?
“In een zwembad sta je bijna naakt, iedereen ziet wat er aan de hand is. Maar in mijn vertrouwde club en omgeving heb ik daar weinig last mee gehad. Tijdens de puberteit kijk je wel naar je eigen lichaam en stel je jezelf vragen. En ook pesten op school hoort er blijkbaar bij. Wat hielp: ik zwom op dat moment al WK’s en werd als paralympiër geselecteerd voor de spelen. Dat konden mijn jaargenoten niet zeggen. Uiteindelijk heb ik zeventien jaar op internationaal niveau gezwommen. Vier jaar geleden ben ik gestopt en was het wel moeilijk om een nieuwe identiteit aan te nemen. Ervaring op de arbeidsmarkt heb je niet. Maar met de bagage uit de sport, weet je: als ik ervoor blijf gaan, dan geraak ik er wel.”