Het failliet van onze gezondheidszorg: nog niet voor morgen

Het is een duur kamertje in het huis van de sociale zekerheid, dat van onze gezondheidszorg. Ook met wetenschappelijk onderzoek en medische toepassingen zijn grote budgetten gemoeid. Hoe (over)ambitieus is de financiering van onze zorg?

Tien procent van het bbp in België gaat naar onze gezondheidszorg. Samen met de pensioenen is de zorg, met 70 procent van het geheel van de uitgaven, de grote slokop binnen de sociale zekerheid.

Hulpmiddel voor de samenleving

Dat die uitgaven in de toekomst alleen maar zullen stijgen is een zekerheid, stelt professor sociaal beleid aan de Universiteit Antwerpen Bea Cantillon. “Daar speelt de toenemende vergrijzing in mee, maar ook de inzet van almaar betere – en duurdere – medische technologie. Vaak hoor je dan in één adem het faillissement van onze sociale zekerheid verkondigen. Maar die is net een hulpmiddel voor de samenleving, niet het probleem. In een onverwachte crisis als corona fungeert onze sociale zekerheid als een instrumentarium met diverse kamertjes waarbinnen oplossingen bedacht kunnen worden. Tegelijk kan het systeem ook een antwoord bieden op trendmatige verschuivingen, zoals de stijgende levensverwachting.”

Doemdenken over de toekomst van ons model van sociale zekerheid is absoluut niet aan de orde, vindt Cantillon. “Een rijke samenleving als de onze kan wel wat aan. De vraag is, hoe zetten we onze rijkdom in? De uitdaging is dubbel: de eerste is om bijkomende middelen te vinden. De tweede om de uitgaven efficiënter te maken of op zijn minst de uitgavenstijging te beheersen. Beslissen we morgen om onze sociale zekerheid overboord te gooien? Dat kan. Maar waarschijnlijk zullen we het systeem toch liever overeind houden. En dan moeten we er met zijn allen ook voor betalen.”

“Een stuk van de winst die in toegepast onderzoek wordt gecreëerd, zou moeten terugvloeien naar de kenniscentra en onderzoekers die aan de basis lagen.”

Kosten en winsten spreiden

Wie zijn de ‘we’? “Werkgevers en werknemers spijzen voor een belangrijk deel de sociale zekerheid. De lasten op de arbeid zijn al zeer hoog, het lijkt niet de beste optie om die in de toekomst nog te doen stijgen. Dan rest er in feite nog maar één plek waar je de middelen kunt halen. Een stuk van het antwoord is onvermijdelijk het aanspreken van vermogensinkomens. Verder is het een goede oefening om de volledige kennisketen te reconstrueren en op basis daarvan de kosten en winsten op een rechtvaardige manier te spreiden over de bevolking, overheid en bedrijven.”

Regio vol initiatieven

Met name wat de investering in het wetenschappelijk onderzoek betreft, is de balans volgens Jo Bury van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) goed in evenwicht. “Ik denk dat we in Vlaanderen een heel sterk systeem hebben om zowel het strategisch basisonderzoek als het fundamenteel en toegepast onderzoek met diverse instrumenten te financieren. We zitten zeer dicht bij de Lissabon-norm, waarbij Europa vooropstelt dat overheden en bedrijven respectievelijk 1 procent en 2 procent van het bruto nationaal product investeren in wetenschappelijk onderzoek. In de wereld van venture capital staat Vlaanderen inmiddels bekend als een regio dat heel wat initiatieven neemt, die zich bovendien succesvol vertalen in exits.”

Dan gaat het niet meer over early stage development, maar over toegepast onderzoek, verduidelijkt Bury. “Het is aan wetenschappelijke instellingen om de verzamelde kennis zo goed mogelijk te vertalen, zodanig dat die maatschappelijk economisch gevaloriseerd wordt en tot toepassingen kan leiden. Een stuk van de winst die daar wordt gecreëerd, zou moeten terugvloeien naar de kenniscentra en onderzoekers die aan de basis lagen. Dat proces van TechTransfer is in Vlaanderen steeds meer geprofessionaliseerd.”

Interessante sectoren om te investeren

Nieuwe, hoogrisico start-ups hebben nood aan nogal wat durfkapitaal om innovaties te stimuleren, tekent Bury aan. “Bij VIB zien we alvast grote interesse van buitenlandse investeerders in onze projecten. Vanuit Europa, maar ook steeds meer vanuit de US. Wetenschap en gezondheidszorg blijven in elk geval enorm interessante sectoren om in te investeren. Er is nog zoveel te doen. Ik ben ervan overtuigd dat kanker over twintig jaar een chronische, behandelbare ziekte zal zijn. Maar elders staan we nog nergens in de gezondheidszorg – ik denk aan alzheimer, parkinson, MS: in die domeinen zijn er nog voor ettelijke decades waardevolle investeringen mogelijk.”