Professor Alex Mottrie: “De komende tien jaar zal de geneeskunde ingrijpender
 veranderen dan in de voorbij eeuw”

De tijd dat hij nog – zoals hij het zelf zegt – met ‘mes en vork’ opereerde, ligt al lang achter hem. Vandaag bedient professor Alex Mottrie een robot in de operatiezaal. “De toekomst van de geneeskunde gaat niet over blood & guts, maar over bits & bytes.”

“Met de robotisering belandt de chirurgie in een nieuw tijdperk. In mijn vakgebied, de urologie, is dat al gebeurd, maar ook in andere disciplines maakt de robot zijn intrede”, vertelt professor Alex Mottrie, hoofd urologie in OLV Aalst. Mottrie is een wereldautoriteit in de robotchirurgie en staat aan het hoofd van Orsi Academy, het trainings- en innovatiecentrum voor robotchirurgie dat hij in 2010 mee oprichtte, en waar chirurgen van over de hele wereld met robots leren opereren.

Mottrie ruilde de klassieke snij-operaties in 2001 al in voor robotchirurgie. Toen nam hij als een van de eerste Europeanen een prostaat weg, met behulp van een robot. “Dat verliep verrassend vlot. Er was een Amerikaan naar hier gekomen om me bij te staan, maar hij had zelf nog maar vier robotingrepen gedaan. Omdat ik al heel wat geoefend had op lijken, leerde hij uiteindelijk nog meer van mij dan ik van hem (lacht).”

Robotchirurgie is de logische volgende stap, zeg je. Sterker nog: de huidige kijkoperaties noem je al ‘prehistorisch’.
“Het was lang de trend om een zo groot mogelijke snede te maken. Petite incision, petit chirurgien. Dat veranderde gelukkig met de laparoscopie (inspectie van de buikholte, nvdr.), waarbij er zo minimaal invasief mogelijk werd gewerkt. Toch is zo’n kijkoperatie nog redelijk ruw ten opzichte van een robot. Bij een laparoscopie werk je als chirurg met een soort van lange, stijve breinaalden die door het scharniereffect het omgekeerde doen van wat jij doet. Een robot daarentegen werkt wél intuïtief en filtert ook nog eens de eventuele trillingen van je hand weg. Hij is dus preciezer, sneller, minder invasief en beter voor de patiënt. Een voorbeeld: bij prostaatoperaties verliezen onze patiënten nog maar amper bloed, terwijl bij de klassieke operatiemethode één op drie een bloedtransfusie moet krijgen.”

Kan een ziekenhuis dan nog zonder robot?
“Ziekenhuizen moeten uiteraard gaan voor efficiëntere ingrepen en minder complicaties. Dat is mogelijk via robots, maar ook via andere innovaties, zoals lasers of Fluorescence Guided Surgery, waarmee je een slechte doorbloeding − die je met het blote oog niet kunt zien −  toch ontdekt. Ik ben altijd voorstander geweest van doordachte centralisatie. Het heeft geen zin dat élk ziekenhuis een robot aankoopt om die dan werkloos in een hoekje te zetten.”

ROBOTCHIRURGIE IS PRECIEZER, SNELLER, MINDER INVASIEF EN BETER VOOR DE PATIËNT

Prof. Dr. Alexandre Mottrie
©Anouk Brusselaers

Zeker niet omdat zo’n robot veel geld kost.
“Ja, het is een grote investering. Zo’n twee miljoen euro voor één robot. Maar uiteindelijk bespaart de gezondheidszorg erdoor. De klassieke chirurgie geeft achteraf meer kans op complicaties. Na een prostaatoperatie blijven patiënten langer incontinent, zijn ze langer werkonbekwaam en is er meer nabehandeling nodig. Dat kost onze maatschappij handenvol geld. In Amerika was de kostprijs van heropnames na een operatie 40 miljard dollar per jaar. Meer dan de helft daarvan komt door complicaties. Als je dat al met 50 procent kunt terugdringen door robotchirurgie en verbeterde opleiding, dan bespaar je 10 miljard dollar per jaar. Daar kun je al heel wat robotten voor aankopen én chirurgen opleiden.”

Hoe ziet die toekomstige opleiding van chirurgen eruit?
“Vandaag leren jonge chirurgen het vak pas écht in het operatiekwartier. Ze krijgen instructies van hun hoofdarts – terwijl die toch ook al dertig jaar van de schoolbanken weg is – en oefenen op een levende patiënt. Dat is niet meer van deze tijd. We moeten chirurgen opleiden als piloten: die zitten honderden uren in een simulator voor ze in een vliegtuig stappen. Precies wat wij doen in Orsi Academy. In ons trainingsinstituut in Melle, waar we samenwerken met enerzijds UGent en KULeuven, en anderzijds met de industrie, oefenen beginnende robotchirurgen eerst op kadavers en dan op levende dieren. Uren en uren. Want robotchirurgie is fantastisch, maar a fool with a tool is still a fool. Met Orsi willen we de chirurgie − en de geneeskunde in het algemeen − op z’n kop zetten. Opleiding verbeteren is trouwens niet ons enige opzet, we willen ook onderzoek en innovaties stimuleren. Bedrijven zodoende naar België halen om nieuwe technologieën en instrumenten te ontwikkelen.”

MET ROBOTISERING BELANDT DE CHIRURGIE IN EEN NIEUW TIJDPERK

Welke innovaties mogen we de komende jaren verwachten?
“De komende tien jaar zal de geneeskunde ingrijpender veranderen dan in de voorbije eeuw het geval was. De robot duikt in steeds meer disciplines op en evolueert ook zelf nog volop: vandaag gaan zijn operatie-armen nog via meerdere kleine openingen naar binnen, maar in Amerika bestaat al een robot die via één lichaamsopening naar binnen kan. Nog iets nieuws dat eraan komt: een robot die biopsie en behandeling combineert. Het eerste wordt vandaag al graag gebruikt door longartsen, want zelfs de beste kunnen door de hoge moeilijkheidsgraad maar twee op drie longbiopsies succesvol uitvoeren. Een robot heeft wel een succesratio van 95 procent. De volgende stap is dat die robot niet meer alleen de biopsie neemt, maar meteen ook het letsel bevriest of verbrandt. Zo ga je ‘s avonds naar huis en weet je niet alleen wat je hebt, maar ook dat het weg is.”

Stapt de chirurg straks de operatiezaal niet meer in?
“Zo ver zie ik het nog niet meteen komen. Supervisie blijft nodig. Een heel aantal repetitieve handelingen worden inderdaad beter gedaan door een mechanische hand dan door een menselijke. Robots zullen op termijn ook meer en meer alleen kunnen. Vandaag vindt de robot bijvoorbeeld helemaal autonoom een cirkel en snijdt hij die vervolgens uit. Maar die automatisatie staat nog in zijn kinderschoenen. De chirurg is dus nog minstens tien jaar onmisbaar (lacht).”

SMART FACT

Als je geen chirurg was geworden, dan …
“Ze zeggen wel eens dat ik meer ondernemer ben dan dokter. Dat is nog altijd wat vloeken onder de dokters, maar ik denk dat ziekenhuizen en artsen het verplicht zijn om een bepaalde vorm van ondernemerschap na te streven. Ik doe dat bijvoorbeeld via Orsi Academy. Maar daar laat ik me dan wel omringen door échte ondernemers en financiële experts. Ik ben in de eerste plaats nog altijd arts, van economie ken ik − sorry voor de urologische uitdrukking − geen fluit.”