Coördinatie in de geïntegreerde zorg

Onze gezondheidszorg dreigt onbetaalbaar te worden. Een van de oorzaken is de vergrijzing en haar stijgend aantal chronisch zieken. Zij zouden gebaat zijn met geïntegreerde zorg, die meer focust op preventie en thuiszorg. Iets waarin België − traag, maar gestaag − stappen zet.

Onze vergrijzende bevolking brengt steeds meer personen met een chronische aandoening met zich mee. De Onafhankelijke Ziekenfondsen telden in 2018 één Belg op vier. Samen zijn ze goed voor 70 procent van de uitgaven van de ziekteverzekering. Volgens OESO-cijfers krijgen onze 65-plussers met nood aan langdurige zorg die ook vaker in een duurdere instelling dan thuis, in vergelijking met andere Europese landen. Om onze zorg betaalbaar te houden, moet ze dus efficiënter ingericht worden. Hiervoor lanceerde de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid in 2016 het project ‘Geïntegreerde zorg voor chronisch zieken’.

Controle over eigen zorg

“Het vertrekpunt van geïntegreerde zorg zijn de noden én doelen van de patiënt. Hij moet de controle over zijn zorg zelf in handen kunnen nemen”, verduidelijkt professor Kristof Eeckloo, hoofddocent Management en Beleid Gezondheidszorg UGent. “Dat heeft ook organisatorische gevolgen: de zorgverlener wordt lid van een multidisciplinair team dat samen op de noden en doelen van de patiënt inspeelt. Die visie is niet nieuw: de patiënt staat al langer centraal in de gezondheidszorg. Maar sinds een paar jaar worden daarvoor ook structurele, beleidsmatige stappen gezet. Nodig, want ons zorglandschap kent vandaag nog te veel versnippering om constructief te kunnen samenwerken.”

Preventieve informatie

Over heel België lopen sinds december 2018 dan ook twaalf pilootprojecten rond geïntegreerde zorg voor chronisch zieken. Eén daarrvan is Geïntegreerde Zorg Waasland. “Binnen onze regio werken we met alle eerstelijnszorgverleners − van thuisverpleger, over apotheker, tot arts − samen als team, in overleg met de patiënt en met de focus op care in plaats van cure”, vertelt dr. Bert Selleslags. “Waar er vroeger pas overleg was wanneer de zorgnood hoog was, gebeurt dit nu proactief. De patiënt krijgt meer zeggenschap en wordt preventief geïnformeerd, waardoor zijn therapietrouw en zelfzorg verbeteren en de kosten automatisch dalen. Tegelijk werken we met ons team ook een flowchart uit: wie doet wat? Belangrijk dat de zorgverleners weer vaker doen waarvoor ze opgeleid zijn: vandaag neemt de huisarts nog te vaak bloed in plaats van de verpleegkundige en gebeurt wondhechting nog te vaak op spoed in plaats van bij de huisarts.”

“Belangrijk dat de zorgverleners weer vaker doen waarvoor ze opgeleid zijn: vandaag neemt de huisarts nog te vaak bloed in plaats van de verpleegkundige.”
— Dr. Selleslags, Geïntegreerde Zorg Waasland

Positieve tendensen

Een van de uitdagingen van onze gezondheidszorg is dan ook de coördinatie tussen alle zorgverleners. “Daarvoor moet ook de structuur van onze gezondheidszorg wijzigen”, stelt professor Eeckloo. “Er zijn al positieve tendensen: op de eerste lijn groepeerden de zorgverleners zich onder 60 zorgraden, met daarboven binnenkort ook regionale zorgzones, en op de tweede lijn ontstonden er ziekenhuisnetwerken. Maar de interactie tussen de tweede- en de eerstelijnszorg kan zeker nog beter. Zij staan momenteel nog te ver van elkaar.”

Financiering

“De overheid tracht wel een efficiënt zorgpad te creëren − ik denk aan de verkorte verblijfsduur na bevallingen, waarna de vroedvrouw en de huisarts thuis de zorg overnemen −  maar op het terrein zien wij daar weinig van”, geeft dr. Selleslags toe. “Dat heeft ook met financiering te maken: er gaat meer geld naar de tweedelijnszorg en ondertussen gebeurt de herverdeling van de efficiëntiewinsten, die beloofd was aan de pilootprojecten, niet.”

Efficiëntere zorg

Het zorgt er alvast voor dat andere landen, zoals Nederland, Frankrijk en de Scandinavische buren, al verder staan in geïntegreerde zorg. “Toch ben ik optimistisch”, stelt professor Eeckloo. “Alle actoren beseffen dat geïntegreerde zorg dé manier is om ons systeem financieel beheersbaar te houden en een betere, efficiëntere zorg tot leven te wekken. De hervormingen gaan dan ook de goede richting uit, maar ze vragen nu eenmaal tijd. Nog niet zo lang geleden waren alle zorgverleners nog concurrenten van elkaar. Er moet dus vertrouwen komen. Dat vraagt om succesverhalen uit de praktijk, waar de pilootprojecten zeker voor kunnen zorgen.”