‘Door de lockdown is de band met mijn gezin sterker geworden’

Als een leeuw in een kooi/Aan wanhoop ten prooi: zo voelde Willy Sommers zich letterlijk tijdens het begin van de lockdown. Logisch ook, als je je ritme van zo’n 200 optredens per jaar ziet terugvallen tot nul. Hoe gaat het vandaag met de levende legende, en hoe beleeft hij met zijn gezin deze bizarre tijden?

Voor een podiumbeest als jij moet de lockdown de hel geweest zijn.
“Zeg wel, de eerste twee weken liep ik bijna letterlijk de muren op. Vanaf 6 maart zag ik alles wegvallen en was mijn agenda opeens volledig leeg – terwijl optreden gewoon mijn leven is. Voor de allereerste keer in vijftig jaar had ik vrije weekends, en zat ik op zaterdagavond noodgedwongen naar televisie te kijken. ‘Zie mij hier nu zitten’, dacht ik. Maar dat was nog niet alles: ook de kinesitherapie-oefeningen in het ziekenhuis (nodig na zijn hartoperatie in januari, nvdr.) vielen weg, en de tennisclub waarbij ik ben aangesloten, ging dicht.

Toen ik opeens het aanbod kreeg om een muziekprogramma te doen voor BNL, een radiozender uit Brugge, heb ik die kans met beide handen gegrepen – eindelijk iets te doen. Het kon me zelfs niet schelen hoeveel ik ervoor betaald werd, als ik maar weg kon. Toen ik de eerste keer naar Brugge vertrok en in de straat optrok met de Porsche, stuurde de buurvrouw een bericht naar mijn vrouw Cindy: daar is het geluid dat we zolang hebben gemist (lacht).”

Veel beterschap zit er ook niet aan te komen wat optredens betreft…
“Inderdaad, er is geen enkel perspectief. Het enige wat vandaag op mijn planning stond,
was dit interview (lacht). Ik sta dus regelmatig op met de gedachte: ‘Bon, wat kan ik vandaag eens doen?’ Maar goed, ik vind het vooral heel erg voor mijn muzikanten en technici. Ik ging de hele zomer zo’n 45 keer live spelen met een band, een ploeg van tien jonge gasten. Voor hen is dat pas echt een ramp. Ik kan alleen maar hopen dat al die optredens die naar volgend jaar verplaatst zijn, kunnen doorgaan. Zeker omdat ik dan 50 jaar carrière vier.”

Je zegt dat de eerste twee weken in lockdown de hel waren. Daarna niet meer?
“Ik ben me erin beginnen stellen: het is niet anders en het is voor iedereen zo. Bovendien had ik nu veel meer tijd voor mijn gezin. Ik zag ze ook veel meer: normaal ben ik weg tijdens de weekends, en in de week hebben zij school en ’s avonds sporttraining. Dankzij de lockdown zaten wij nu heel vaak als een normaal gezin aan tafel, en kon ik al eens voetballen met mijn zoon in de tuin. De band met het gezin is dus echt wel sterker geworden.

Nog een voordeel, als je dat zo kunt noemen: nadat mijn kinesitherapie-oefeningen wegvielen, hadden ze mij aangeraden om dat zelf wat te onderhouden, waardoor ik nu dagelijks 10.000 stappen zet door met Cindy en de hond te gaan wandelen. Wat we anders nooit deden. Op die manier hebben we heel wat verrassende plekjes ontdekt in het Pajottenland, waar ik nochtans al meer dan dertig jaar woon.”

Hoe is de preteaching tijdens de lockdown eigenlijk meegevallen?
“Goed, maar vooral omdat Cindy zich daarmee heeft beziggehouden. Ik eerlijk gezegd niet zo, ik ben ook geen strenge vader. De touwtjes worden hier door Cindy in handen gehouden. Zij zorgde bijvoorbeeld dat de kinderen om acht uur opstonden en na het ontbijt begonnen aan hun schoolwerk, zodat ze niet het gevoel kregen dat de grote vakantie al op 14 maart was begonnen. Zeker Luka, onze 14-jarige zoon, durfde dat wel eens te denken. Ze hadden die structuur echt nodig. Maar kijk, hun resultaten waren goed, en dat is het belangrijkste. Al heeft de klastitularis van Luka hem wel ferm doen schrikken toen ze hem belde om te zeggen dat hij een B-attest zou krijgen. Hij zweeg en wij zagen hem aan de telefoon helemaal bleek worden. Maar het bleek die dag gewoon 1 april te zijn (lacht).”

Je bent leerkracht van opleiding, maar er schuilt geen preteacher in jou?
“Goh, met een vraag over Nederlands, Engels of Duits kon ik misschien nog helpen, maar de wiskunde van die mannen: daar snap ik dus niets van (lacht). We hebben dan ook iemand ingeschakeld om hem een uur per week wiskundeles te komen geven. Nu, ik ben misschien geen strenge vader, maar ik sta wél heel hard op beleefdheid. Een ‘alstublieft’ en ‘dank u’ moet altijd. Ook openheid en eerlijkheid vind ik belangrijk. Mijn manager en ik werken al 25 jaar samen, zonder contract. Omdat een woord een woord is, en de dingen worden uitgesproken. Dat wil ik ook aan mijn kinderen doorgeven.”

Je dochter Luna gaat volgend jaar in Gent criminologie studeren. Schrikt het je af dat ze op kot gaat?
“Ik vind het vooral jammer, omdat we de kinderen graag dicht bij ons hebben – we hebben zelfs ons huis grondig verbouwd om iedereen zijn eigen privacy te gunnen. Maar ik ben realistisch en nuchter genoeg om te beseffen dat ik ze toch zal moeten kunnen loslaten. Binnen vijf à zes jaar zitten wij daar helemaal alleen. Ik hoop alleen dat ze later niet te ver uit de buurt gaan wonen, zodat ik ze toch nog een beetje in de gaten kan houden (lacht). Maar goed, we voelen nu al dat Luna aan het wegfladderen is en zich zelfstandig begint op te stellen. Dus ik ben erop voorbereid. Ook al omdat ik weet dat ze haar best zal doen.”

Ze heeft door de lockdown haar galabal moeten missen, het afstudeermoment, de Italiëreis … Heeft dat erin gehakt?
“Ja, ze heeft daar echt van afgezien. Kun je je dat voorstellen, dat wij met twee achter een computerscherm zaten om te kijken hoe ze haar diploma in ontvangst nam? Op dat feestelijk moment moet je als ouders toch gewoon aanwezig zijn? Dat kon nu niet. En die Italiëreis: twaalf dagen op zwier met een klasgroep die enorm goed samenhangt, die opeens wegvielen. Ze zei dat zelf ook: ‘Wat het mooiste jaar van mijn leven moest worden, is helemaal in het water gevallen.’ Gelukkig is ze leidster in de jeugdbeweging en kon ze de laatste maanden veel tijd steken in de voorbereiding van het kamp. En dat kamp is perfect verlopen.”

Hebben je twee hartoperaties je doen stilstaan bij het vaderschap?
“Zeker, ik ben bijvoorbeeld langsgeweest bij de boekhouder en notaris om alles in orde te brengen voor als er iets zou mislopen. Achteraf hoorde ik ook dat ik veel geluk heb gehad: als ik dat weekend van mijn tweede operatie toch had opgetreden, zoals ik aanvankelijk wilde – ik had nog nooit een optreden gemist – dan had ik een hartaanval gehad. Het besef dat ik nog leef en dat het aan een zijden draadje heeft gehangen, heeft ons nog dichter bij elkaar gebracht.”


SMART FACT.

Wat als je niet op het podium zou staan?
“Ik zou aanvankelijk voor de klas staan, maar eigenlijk wilde ik liever iets met auto’s doen. Mijn vader was namelijk autohande- laar, en als kind mocht ik hem vaak helpen. Toen ik dat ernstig begon te overwegen, waarschuwde mijn vader me om het niet te doen: autohandelaar was een heel onzeker beroep, met maanden waarin je eens veel, maar soms ook niets verkocht. Ik volgde zijn raad op en eindigde uiteindelijk in… het meest onzekere beroep denkbaar: artiest in Vlaanderen (lacht).”