‘Vandaag moet de landbouwer ook dataspecialist zijn’

Eerlijk, gezond en groen. Europa gaat voor een duurzame voedselketen tegen 2030. “Innovatie en samenwerking zijn daarbij cruciaal”, stelt Patricia De Clercq, die als secretarisgeneraal bij het Departement Landbouw en Visserij onze landbouwers richting toekomst leidt.

Onze landbouwers behoren tot de top van Europa”, stelt Patricia De Clercq trots. Ook in het duurzame Europese verhaal ziet ze hen dus graag vooroplopen. “De landbouwer moet het toekomstige verhaal mee vormgeven, maar het verhaal moet ook rondom hem of haar gevormd worden. Willen we onze pole position behouden, dan zijn er vier essentiële ecologische thema’s om op in te zetten: bodem, water, klimaat en biodiversiteit. Ze vormen een kader voor de landbouwer. Zonder gezonde bodem of rijke biodiversiteit gaat de productie achteruit. Het is aan het beleid om landbouwers hierin te ondersteunen.”

Is het niet jammer dat we daar vandaag nog aan moeten werken?
“Het is vooral werken aan een goed evenwicht tussen de productiviteit en de productieomstandigheden. Dat is van alle tijden. Vandaag wordt die focus aangewakkerd door nieuwe en vernieuwde inzichten. We zijn bijvoorbeeld bezig met een bodempaspoort. Vergelijk het met een EPC-verslag voor je woning: de landbouwer krijgt zicht op een aantal bodemindicatoren, weet waar hij staat, en kan zelf kiezen waarop hij eerst inzet en welke maatregelen haalbaar zijn voor zijn bedrijf. Dat is een win-win voor landbouwer én natuur.”

Hoe evident is het om als landbouwer oog voor bedrijf en omgeving te hebben?
“De natuur – en bij uitbreiding het klimaat – is ook voor onze landbouwers een belangrijk thema. Zij leven in en van die natuur. Ook zij merken de veranderingen. Maar niet alles wat de maatschappij vraagt, is even gemakkelijk realiseerbaar of betaalbaar. Daarom kruipen we ter voorbereiding van het nieuwe GLB (het gemeenschappelijke landbouwbeleid dat de Europese Unie in 2023 lanceert, nvdr.) met alle betrokkenen rond tafel. Niet alleen met landbouworganisaties, maar ook met belangengroepen. Zo kunnen de verwachtingen, maar ook de obstakels met elkaar gedeeld worden.”

Je zet ook sterk in op innovatie.
“De Vlaamse landbouw is al erg innovatief. Dat vooruitstrevend karakter moeten we behouden. Zetten we nu bijvoorbeeld niet in op data en sensoren, dan spelen we morgen niet meer mee. Vandaag ondersteunen we innovatieve landbouwers, maar we moeten daar nog verder in gaan. Ik kijk naar andere sectoren of andere landen, want ook daar vallen ideeën te halen voor onze Vlaamse landbouw.”

“De Vlaamse landbouw is al erg innovatief. Dat vooruitstrevend karakter moeten we behouden.”

Staat de landbouwer daar zelf voor open?
“Er komt natuurlijk veel op hem af. Een paar jaar geleden moest de landbouwer, naast professionele teler, vooral boekhouder zijn en papierwerk op orde hebben. Vandaag moet hij ook dataspecialist zijn. En toch voel ik veel goesting, zeker bij jonge landbouwers die al enthousiast met nieuwe technologieën aan de slag gaan. Maar het is onze taak om iedereen mee te trekken.”

Lukken al die inspanningen wel zonder extra steun?
“We moeten af van het idee dat boeren graag subsidies ontvangen. Dat is niet zo. Maar de noodzakelijke investeringen brengen wel kosten mee die ze niet in hun prijs kunnen doorrekenen. We zullen duurzame innovaties dus toegankelijk moeten maken. Dat kan deels door ons beleid erop af te stemmen, ik denk bijvoorbeeld aan de creatie van een regelluwe proeftuin waarin de overheid mee participeert, maar dat zal ook deels financieel moeten. Al wordt de directe inkomensondersteuning vandaag ook al gekoppeld aan milieuvriendelijke randvoorwaarden.”

“We moeten af van het idee dat boeren graag subsidies ontvangen. Dat is niet zo. We zullen duurzame innovaties toegankelijk moeten maken.”

Vergat Europa naast de natuur ook de boer ademruimte te geven?
“Neen, dat denk ik niet. Een eerlijk voedselsysteem betekent voor Europa ook een correcte prijs voor de landbouwer. Het blijft een economische sector, dus we mogen de financiële realiteit niet uit het oog verliezen. Ook daarvoor voorziet het GLB de nodige ondersteuning.”

Maar ondertussen moet onze boer opboksen tegen de lage voedselprijzen uit Oost-Europa?
“De EU bundelt 27 erg diverse lidstaten. Het is niet evident om een eenheidsverhaal te schrijven. Toen de unie van een vrij strikt gereglementeerde productie naar een liberale markt ging, had dat een impact op de individuele landbouwer. We moeten er dus over waken dat er sterke handelsakkoorden worden afgesloten en dat er impactmetingen op alle, elkaar overlappende, akkoorden worden gedaan.”

Kijken jullie ook in de richting van de retail en consument?
“Naast innovatie willen we ook resoluut voor samenwerking gaan. Samen tussen boeren, maar ook samen met de hele keten – van producent, over verwerker, tot retailer. Er zijn al mooie voorbeelden op dat vlak: de groente- en fruitsector kent sterke coöperaties. Iets waartoe we ook andere sectoren willen aansporen door opstartsteun te geven. In ons toekomstig beleid willen we sterker inzetten op nog bredere samenwerkingen: tussen natuur en landbouw, tussen producent en verkoper, tussen grondeigenaar en landbouwer… waarbij er meerwaarde voor elke betrokkene moet zijn.”

Schatten we de landbouwer niet voldoende naar waarde?
“Iets waar we in het verleden niet voldoende op hebben ingezet, en wat we nu meer moeten doen, is het positieve verhaal van onze hoogtechnologische, vooruitstrevende landbouw vertellen. Want een melkveebedrijf met melkrobots die ook zieke koeien detecteren, doet niet aan industriële massaproductie, maar kiest voor duurzame vooruitgang. De koeien zijn gezonder, ze krijgen minder medicatie, de werkdruk van de landbouwer verlaagt, de productie stabiliseert… De innovatieve professionalisering die jaren geleden al werd ingezet, is goed voor tal van aspecten – van economie tot ecologie. Dat verhaal mag zeker meer gebracht worden.”

SMART FACT.

Neus tussen de beleidsdocumenten of met de laarzen aan het veld op?
“Ik ben de kleindochter van landbouwers en bio-ingenieur van opleiding. Ik heb dan ook bewust gezocht naar een match tussen landbouw en beleid, en elke beleidsmaker moet het veld op – binnen mijn domein is dat vaak letterlijk. Je moet de praktijk kennen om er een beleid rond te vormen. Dat probeer ik zo vaak mogelijk te doen: ik ga naar beurzen en bedrijven, heb vrienden die in de landbouwsector werken, woon zelf op het platteland… En die ervaringen neem ik dan terug mee naar mijn stapel documenten (lacht).”