voedingsindustrie
Agri & Food

Ook de smaak van duurzaamheid te pakken?

16.11.2022
door Kim Beerts

De druk op de voedingsindustrie om te verduurzamen wordt almaar groter. Een terechte eis, maar de opgelegde Europese doelstellingen lijken vaak complex en eerder op maat van grote ondernemingen te zijn geschreven. Toch hoeft dit kleinere spelers niet af te schrikken. 

Duurzaamheidsstrategieën maken hun intrede in steeds meer voedingsbedrijven. Maar die ambitieuze plannen omzetten naar concrete acties blijft een hele uitdaging. De Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties laten zich immers niet zo gemakkelijk vertalen naar het niveau van een kmo. En laat onze Belgische voedingsindustrie nu net voor 95 procent uit kmo’s bestaan. “Als kleine onderneming raak je nogal snel geïntimideerd door al die opgelegde duurzaamheidsdoelstellingen”, horen we ook bij Luc Aelterman, zaakvoerder van Confidas. “Ze lijken zich ver boven je hoofd af te spelen, waardoor je je afvraagt wat je als kleinere speler eigenlijk kunt betekenen.”

Fevia, de federatie van de Belgische voedingsindustrie, lanceerde eind 2021 dan ook een duurzaamheidsroadmap met daarin alle doelstellingen en hun deadlines als houvast voor de sector. Ook bij snoepproducent Confidas besloten ze structuur in duurzaamheid te brengen: “Aan de hand van de welgekende vijf P’s – product, planet, people, partners en profit – werkten we een soort van checklist uit. Bij elk initiatief dat we vandaag nemen, controleren we of het op minstens twee P’s een positieve impact heeft.”

Steek je tijd en geld niet in complexe zaken, maar kijk naar waarop jij impact kunt hebben.

Iets waarop een voedingsproducent vlot impact kan hebben is de duurzaamheid van zijn product. “Mensen zullen altijd snakken naar een snoepje, maar het is onze taak om dat snoep zo kwalitatief mogelijk te maken. Dat betekent dat er minstens 50 procent fruit en alleen maar natuurlijke ingrediënten in onze pâte de fruits zitten”, verduidelijkt Aelterman, die er meteen aan toevoegt dat de voedingsindustrie ook op het vlak van verpakkingen een belangrijk steentje kan bijdragen. “Wij maken maximaal gebruik van gerecycleerd materiaal. Onze PVC-dozen zijn bijvoorbeeld al lang vervangen door veel gemakkelijker te recycleren PET-verpakkingen. In een land als het onze waar plastic vlot wordt ingezameld en gerecycleerd, ben ik zeker voorstander van dat materiaal. Ook omdat het de producten goed beschermd en zo voedselverspilling tegengaat.”

Al hangt aan elke duurzame beslissing natuurlijk ook een prijskaartje vast. Zo steeg de prijs van kartonnen en plastic verpakkingen het laatste jaar met 30 procent. Zulke ontsporende kosten durven investeringen af te remmen, maar soms gebeurt ook het omgekeerde. Zo zetten de stijgende energieprijzen net aan tot duurzaamheid. “Je kunt net zoals wij kiezen voor zonnepanelen en een warmtepomp, of inzetten op meer energie-efficiëntie”, tipt Aelterman. “Wj schakelen onze krimpfoliemachine al lang niet meer ‘s ochtends met de rest van het machinepark in, maar pas wanneer we ze nodig hebben. Ineens goed voor twee P’s: planet én profit.”

Wie niet groot is, moet dus pragmatisch zijn. “Steek je tijd en geld niet in complexe zaken, maar kijk naar waarop jij impact kunt hebben. Je zult zien dat dit vaak eenvoudig te implementeren zaken zijn”, besluit Aelterman. “Als iedereen die kleinere, gerichte stappen zet, zullen we uiteindelijk als sector de grotere doelstellingen wel halen.”

Vorig artikel
Volgend artikel