Bernard Haspeslagh

‘Een aantal landbouwers moet overwegen om over te stappen op biologische teelt’

Het verhaal van Ardo begt al in de heenrit. Je kronkelt langs smalle boerenwegels, links en rechts wroeten tractors in de aarde terwijl de vale geur van mest je auto binnen sijpelt. En plots doemt de mastodont Ardo voor je op. Want met wereldwijd 3.800 medewerkers, 1.000 in België, mag je Ardo gerust een mastodont noemen.

Ze spelen Champions League wat betreft diepgevroren groenten, kruiden en fruit. Meer nog: Ardo is de grootste producent van diepvriesgroenten in Europa en kende de laatste veertig jaar een explosieve groei. In 1977 zag de diepvriesgigant het leven. In 2015 fuseerden de twee bedrijven van de familie Haspeslagh, Ardo en Dujardin, tot één groep met als resultaat dat er nu een omzet gedraaid wordt van om en bij de 1 miljard euro. Dat gebeurt op een teelareaal van 50.000 hectare, waarvan 12.000 in West-Vlaanderen, maar verder ook in Nederland, Frankrijk, Denemarken, Oostenrijk, Verenigd Koninkrijk, Spanje en Portugal. Het succes kende dit jaar een apotheose met de titel ‘Onderneming van het jaar’. COO Executive Director Bernard Haspeslagh blijft er rustig onder.

Onderneming van het jaar. Waaraan hebben jullie dat vooral te danken, denk je? “Ik denk dat het een optelsom is van verschillende factoren. We zijn een financieel gezond bedrijf dat duurzaamheid hoog in het vaandel draagt. Daarnaast was er recent ook de fusie en konden we ons verder op de kaart zetten met internationale overnames. Het feit dat de award een bekroning is die uitgaat van onafhankelijke mensen, bedrijfsleiders en sectorverantwoordelijken, doet extra deugd.”

Duurzaamheid is voor Ardo misschien nog belangrijker dan voor andere bedrijven, aangezien jullie leven van de natuur.
“Klopt, wat duurzaamheid betreft, proberen wij een proactieve visie te hanteren. We wachten niet tot de overheid weer beperkingen invoert inzake pesticiden of bemesting. Naar het voorbeeld van de biologische landbouw proberen wij het nu al met minder meststoffen. Daarvoor is de voorbereiding van het veld erg belangrijk: teeltoptimalisatie, teeltrotatie, precisielandbouw, zaai- en plantdichtheden, de juiste zaden… Pas als die rekening helemaal klopt, kunnen we het bemestings- en pesticideprogramma kritisch in vraag stellen. Ardo draagt voedselveiligheid en milieubewust produceren hoog in het vaandel. Wij leggen de kwaliteit ook meteen vast als het product van het veld komt. Er wordt enkel gewassen, gesneden en geblancheerd, en dan gaan we snel invriezen om de kwaliteit te bewaren.”

In welke mate kan de technologie hulp bieden in dit verhaal?
“We werken met bodemscans, schakelen drones in en analyseren satellietbeelden om onze velden in kaart te brengen en bij te sturen waar nodig. Als we alles samenbrengen zien we kleurschakeringen, wat erop wijst dat er veel onderscheid te zien is op de velden. Een verschil in de velden betekent een variabel bemestingsplan toepassen volgens de specifieke behoeftes. Kijk, voor andere voedingsindustrieën is het gemakkelijker om zo’n proces in de hand te houden. Zij werken bijvoorbeeld met aardappelen of suiker, maar wij hebben 100 verschillende teelten in groenten, kruiden en fruit die allemaal een afzonderlijke landbouwaanpak vragen. Dat maakt het een erg complexe uitdaging.”

Biologische landbouw groeit en bloeit, maar aan de andere kant moeten we ook de conventionele landbouw optimaliseren.

Ik hoor al een paar keer de term biologische landbouw. Geloof je dat het in de toekomst voor 100 procent kan?
“Wij willen geen keuze maken voor een ander, het is aan de teler om uit te maken wat hij doet, maar we zien wel dat de markt van biologische landbouw ieder jaar groter wordt. De bedrijfsvoering van een biologische boerderij ziet er ook helemaal anders uit dan bij een conventionele. Iedere consument moet ook voor zichzelf uitmaken wat hij wil kopen. Wij promoten het wel omdat we voelen dat het de toekomst zal worden.”

Biologische landbouw zit dus in de lift?
“Absoluut. De Belgische consument is zich er wel degelijk van bewust dat bio de toekomst wordt, want het segment groeit jaar na jaar, crisis of geen crisis. Vijf procent van alle groenten en fruit is momenteel biologisch. Ieder jaar komt er tien procent bij. Dat is gigantisch, zeker als je weet dat amper 0,2 procent van het Vlaamse teelareaal biologisch is. Dat is schrijnend en een gemiste kans voor de Vlaamse landbouw, want daar missen ze een opportuniteit met meer toegevoegde waarde. Aan de andere kant kalft de conventionele markt ook ieder jaar 0,5 procent af. Het mes snijdt dus aan twee kanten.”

Ik hoor een warme oproep naar onze boeren om de overstap te maken?
“Een groot aantal landbouwers moet serieus overwegen om over te stappen op biologische teelt. Er wordt nog te vaak gedacht dat het een nicheproduct is. Vijf procent is echter al een grote niche, maar als het zo verder evolueert, zal het over tien jaar al een totaal ander verhaal zijn. Tien jaar, dat is niet lang. Wat de verre toekomst betreft, is het moeilijk te voorspellen. Biologische landbouw groeit en bloeit, maar aan de andere kant moeten we ook de conventionele landbouw optimaliseren.”

Heerst er bij de consument nog vaak een beeld dat vers beter is dan ingevroren? “De perceptie is niet altijd even positief, maar dat is onterecht. Onderzoek heeft uitgewezen dat de nutritionele waarde van groenten en fruit niet daalt als het wordt ingevroren. Maar de consument denkt vaak anders en gaat pas voor diepvriesproducten als vers niet beschikbaar is. Of als het te moeilijk is om te bereiden, zoals bij erwten en spinazie. Producten die sowieso het beste scoren.”

Wat duurzaamheid betreft, proberen wij een proactieve visie te hanteren.

Ligt hier ook een rol bij de retailers om de producten beter in de kijker te plaatsen?
“Vers staat bijna altijd vooraan aan de ingang, het vriesvak vaak op het einde van de winkel. Dan heeft de consument zijn boodschappen al gedaan. Misschien kan online verkoop hierin helpen waarbij de twee producten, vers en ingevroren, naast elkaar worden aangeboden. In andere Europese landen gebeurt het soms wel anders. Daar zie je de vriesvakken naast de versafdeling.”

Waar liggen de prioriteiten voor Ardo de komende jaren?
“We willen sowieso een breed gamma blijven aanbieden. We kijken waar we teeltgebieden kunnen overnemen in functie van de producten. Zuid-Frankrijk voor maïs, Portugal voor paprika en ga zo maar door. Doordat we in verschillende Europese landen actief zijn, doen we ook aan risicospreiding. Momenteel kijken we ook naar Centraal- en Oost-Europa en gaan we ook Noord-Amerika verder uitbouwen. Ons voordeel is echter dat wij seizoensgebonden produceren, maar we verkopen het hele jaar door. Het consumptiemoment is niet het productiemoment, de consument kiest zelf wanneer hij onze producten nuttigt en hoeveel. De rest gaat gewoon terug het vriesvak in. Er wordt gezegd dat 40 procent van het voedsel nooit geconsumeerd wordt. Mocht het van diepvries afhangen zakt dit percentage in elkaar als een pudding.”

SMART FACT

Wat als Bernard Haspeslagh geen COO van ARDO geworden was?
“Ik denk dat het antwoord makkelijk is. Dan was ik landbouwer geworden. Het blijft een boeiend leven van hard werken en in de natuur bezig zijn. Ik ben ook opgegroeid in een landbouwmilieu, maar daarnaast interesseerde het mij ook gewoon. Ik had misschien door het leven kunnen gaan als boer Haspeslagh (lacht).”

Beeld Nico Van Dam