Gezondheid

40 jaar IVF: een gigantische (ei)sprong voorwaarts

16.12.2020
door Hermien Vanoost

Een embryo verwekken in een glazen schaaltje en hem/haar daarna terug in de baarmoeder plaatsen zodat er een kindje uit geboren kan worden. Meer dan veertig jaar al gebruiken artsen deze techniek om de kinderwens van jonge stellen alsnog in vervulling te laten gaan. Wereldwijd staat de teller op meer dan acht miljoen IVF-baby’s.

Louise Brown kennen we als de eerste baby ooit die via een bevruchting in een proefbuis ter wereld kwam. Dat revolutionaire feit gebeurde op 25 juli 1978. De eerste experimenten met in-vitrofertilisatie dateren echter van in de jaren zestig. Toen al trachtten artsen in de VS, Australië, Nederland en Groot-Brittannië eicellen uit de buikholte van de vrouw te plukken om ze vervolgens in het laboratorium te bevruchten. Uiteindelijk waren het de Britten Robert Edwards en Patrick Steptoe, respectievelijk gynaecoloog en fysioloog, die met de primeur gingen lopen.

In eigen land startten Leuvense en Brusselse artsen in 1982 met de toepassing van in-vitrofertilisatie. Ondanks de tegenkanting uit katholieke hoek schoot het aantal behandelingen snel de hoogte in. “In 1982 voert de VUB al 276 embryotransfers uit, en in 1986 bijna dubbel zoveel”, schrijft geschiedkundige en postdoctoraal onderzoekster Tinne Claes in een recente uitgave van het Tijdschrift voor Geneeskunde. Om op de toenemende vraag in te spelen, organiseerde de VUB drukbezochte informatieavonden. “Ongewenst kinderloze koppels reizen soms meer dan honderd kilometer om er heen te gaan”, aldus Claes.

Betere screening, betere invriestechnieken

Een van de artsen die voor veel Belgische koppels het verschil heeft gemaakt (en nog altijd maakt), is prof. dr. Willem Ombelet. In zijn ruim dertig jaar lange loopbaan als fertiliteitsarts bij ZOL Genk zag ‘de topdokter’ de kans op een baby na IVF stijgen tot ongeveer 25 procent. Bij jongere vrouwen ligt dat percentage hoger, bij oudere vrouwen lager. “Aan de techniek zelf is doorheen de jaren niet zoveel veranderd”, vertelt Ombelet. “De kwaliteit van de labo’s is wel sterk toegenomen. Ook de screenings die aan de behandeling voorafgaan, gebeuren nu met meer precisie. We kijken de baarmoeder na, testen of de eierstokken werken, controleren de hormoonspiegels en analyseren het sperma. Merken we bijvoorbeeld dat de kwaliteit van het sperma onvoldoende is, dan stellen we het koppel een ICSI- voor, in plaats van een klassieke IVF-behandeling. In dat geval injecteren we één zaadcel rechtstreeks in de eicel, wat de kans op het ontstaan van een embryo groter maakt.”

Wat doorheen de jaren ook verbeterd is, zijn de invriestechnieken. “Als we vroeger vijf embryo’s invroren, konden we er vaak maar twee gebruiken”, zegt Ombelet. “Nu zullen dat er vier of vijf zijn. Dat is de reden waarom we op dit moment minder vaak meerdere embryo’s in één keer terugplaatsen. Het risico op een meerlingzwangerschap na IVF is daardoor sterk gedaald.”

Als we vroeger vijf embryo’s invroren, konden we er vaak maar twee gebruiken. Nu zullen dat er vier of vijf zijn.

Dr. Willem Ombelet

Eenvoudiger én goedkoper

In 2013 lanceerde Ombelet zelf ook een nieuwe en goedkopere IVF-techniek. Het principe erachter is dat de bevruchting volledig in de proefbuisjes plaatsvindt, dus zonder dat de eitjes tussendoor er worden uitgehaald, wat bij de klassieke methode wel gebeurt. “We bootsen als het ware de omstandigheden uit het lichaam na”, verduidelijkt Ombelet. “Het resultaat is dat er geen duur labo of broedstoof aan te pas moet komen en je dus goedkoper kunt werken. De labokosten van een IVF-behandeling kunnen zo met 70 à 80 procent verminderd worden.”

Alles bij elkaar zijn er intussen bijna 200 gezonde baby’s via de techniek van Ombelet geboren. De arts hoopt vooral in de ontwikkelingslanden een doorbraak te realiseren. “Vrouwen daar worden vaak gestigmatiseerd omdat ze geen kinderen kunnen krijgen”, zegt hij. “Via deze IVF-techniek zouden we hen kunnen helpen.” Zouden, want op dit moment is de techniek nog niet geaccrediteerd, waardoor er nog geen internationale uitrol mogelijk is. “We zijn wel klaar om op grote schaal onderzoek te doen in China, Paraguay en Egypte. Alleen COVID-19 strooit momenteel nog wat roet in het eten.”

Vorig artikel
Volgend artikel