Effkes onderons met SONS

Minder dan twee jaar geleden hadden ze nog geen voet buiten hun repetitiekot in Melsele gezet. Vorig jaar stonden ze al op Rock Werchter, dit jaar was Pukkelpop aan de beurt. Het gaat snel voor de garagerockers van SONS (mét hoofdletters). Gaan ze, ondanks hun jonge leeftijd, volwassen om met dat succes en is de rockwereld echt zo macho als beweerd wordt?

Het zijn een bijzonder goedgeluimde Robin Borghgraef (27 – zang en gitaar) en Jens De Ruyte (25 – bas en zang) die we treffen in het Antwerpse café waar we dit interview afnemen. Geef ze eens ongelijk: hun band won ‘De Nieuwe Lichting’ van Studio Brussel en hun debuutalbum Family Dinner vol snelle, catchy en punky garagerock werd overal lovend onthaald. De plaat katapulteerde hen in een rotvaart naar podia waar ze een paar maanden daarvoor nog niet eens van durfden dromen. België is al even overstag gegaan, aan Nederland en de andere buurlanden wordt gewerkt.

Heren, wat doet zo’n snel succes met een mens? Hebben jullie al M&M’s in één kleur op jullie rider (verlanglijstje voor de kleedkamer, nvdr.) staan?
Robin: (lacht) “Nee, dat nog niet. Wel al een fles rum. En een paar pintjes.
Jens: Kraslotjes! Die hebben we er nu ook opgezet. Wel nog niks gewonnen, helaas. Robin: Goh ja, wat doet succes met een mens? We proberen er zoveel mogelijk van te genieten, natuurlijk. Vier jonge gasten die eigenlijk totaal niks van de muziekbusiness kenden en nu worden we een beetje voor de leeuwen gegooid. We hebben op korte tijd gigantisch veel ervaring opgedaan, dat is spannend en tegelijk ook heel fijn. ’t Is nu pas dat we een beetje beginnen te wennen aan die nieuwe realiteit waarin we plots zitten.
Jens: Door zoveel live te spelen, evolueer je ook als groep en word je beter. We leggen de lat voor onszelf almaar hoger. En dat moet ook.”

Het leek de laatste tijd alsof elke zestienjarige vooral met samplers, vocoders en hiphopbeats aan de slag wou. Luiden jullie de revival van de gitaarrock in?
Robin: “De gitaar is nooit echt helemaal weggeweest, hoor. Ze is terug wat prominenter in beeld dan een tijdje geleden, dat wel. Maar in Engeland, bijvoorbeeld, heb je nu een heel levendige gitaarrockscene met groepen als Idles, Fontaines D.C. en Shame. In Californië heb je een hele scene rond Ty Segall. Er zit dus zeker nog leven in de gitaar. En ons heeft ze altijd geboeid.”

‘Er zijn best veel vrouwelijke artiesten die meer aandacht verdienen. Ze zijn er wel, maar ze blijven nog te veel onder de radar – zeker in de rockwereld.’

Jullie debuut heet ‘Family Dinner’. Zijn jullie familiemensen?
Jens: “Ja, toch wel, we komen alle vier uit een warm nest. Maar dat is niet waar de titel op slaat.
Robin: ‘Family Dinner’ was eigenlijk het eerste nummer dat naar boven kwam toen we de opnames van de plaat begonnen voor te bereiden. Het gaat over iemand die zich niet goed voelt in de familie en dat is, voor alle duidelijkheid, totaal niet autobiografisch. Maar het concept ‘familiefeest’ leek ons wel geestig om in een song te gebruiken, omdat het voor iedereen iets anders kan betekenen: sommige mensen gaan er heel graag naartoe, voor anderen is het net iets heel awkward. Het contrast met dat woord en onze muziek vonden we ook tof: op de meeste family dinners zal vermoedelijk geen SONS gespeeld worden (lacht).”

SONS

Hadden jullie mannelijke helden vroeger? Of rolmodellen?
Robin: “Nick Cave. Het was zelf niet eens zozeer zijn muziek die mij boeide, maar wel zijn ongelooflijke uitstraling en charisma. Wat muziek betreft, luisterde ik als jonge gast vooral naar hardcore en punkgroepen uit de eighties: Bad Brains, Minor Threat, Black Flag… Dat waren mijn muzikale helden.”

Van de muziekwereld wordt wel eens beweerd dat het een vat vol testosteron is. Is dat ook jullie ervaring?
Robin: “Er zijn best veel vrouwelijke artiesten die zeker meer aandacht verdienen. Ze zijn er wel, maar ze blijven nog te veel onder de radar, zeker in de rockwereld. Maar dat wil niet zeggen dat ze geen ballen hebben.
Jens: Ik zie die mannelijke dominantie vooral ook achter het podium. Podiumtechniekers, geluidsmensen, organisatoren, managers… Bijna altijd mannen. Ik weet niet waarom dat zo is. Vrouwen doen dat ongetwijfeld even goed. We hebben laatst een stagiaire gehad die voor ons werkte, en ons optreden op Rock Werchter helemaal van A tot Z begeleid heeft… Zij deed dat supergoed. Maar dat zijn jammer genoeg toch nog uitzonderingen in het wereldje.”

‘Ik zou er geen vrede mee kunnen nemen om iets te maken waar ik zelf niet achtersta.’

Komen er veel meisjes of vrouwen naar jullie optredens?
Robin: “Ja, toch wel. Ik kan er nu geen exact getal op plakken, maar dat zal toch fifty-fifty zijn. Van Spotify krijgen we het geslacht meegedeeld van de mensen die onze muziek beluisteren en daar is het ongeveer de helft. Onderbouwd met cijfers dus.”

Wat zouden jullie later jullie eigen zonen graag meegeven in het leven? Stel dat ze de muziek in willen.
Jens: “Als ze maar niet beginnen voetballen.
Robin: Ik denk niet dat ik mijn zoon in de richting van de muziek zou pushen. Volgens mij moet je ze vooral laten doen wat ze graag doen. Dat werkt het beste.
Jens: Ja, dat is waar. Maar ik zou ze wel proberen mee te geven waarom bepaalde muziek mijn passie is. De pa van Arno, onze gitarist, luisterde in zijn jonge tijd bijvoorbeeld heel veel naar Led Zeppelin en Black Sabbath. Arno heeft dat op die manier bijna met de paplepel meegekregen. En als je hem nu daarover hoort praten, hoe hij via zijn vader die groepen heeft ontdekt… ik vind dat ontroerend. Mijn vader luisterde helaas vooral naar Eros Ramazotti.”

 

SMART FACT 

Een dilemma. Wereldwijde roem met een complete rotplaat of het ene miskende meesterwerk na het andere afleveren?
Robin/Jens (samen, zonder nadenken): “De meesterwerken!
Robin: Ik zou er geen vrede mee kunnen nemen om iets te maken waar ik zelf niet achtersta. Ook al word ik er wereldberoemd mee.
Jens: De nummers die we nu gemaakt hebben, vinden we zelf goed en die spelen wij ook erg graag. Dan maakt het eigenlijk niet uit of er tien man in de zaal staat of honderd man. En dat geldt voor alle vier de groepsleden. Als je elke avond iets moet spelen waar je zelf niks aan vindt… dat lijkt me verschrikkelijk vermoeiend (lacht).”