Lieven Maesschalck

Uit succes leer je weinig

Onze nationale voetbalploeg heeft op het afgelopen WK een prachtig parcours afgelegd. Dat is in de eerste plaats de verdienste van de voetballers zelf, maar daarnaast valt de rol van Lieven Maesschalck, kinesist van de Rode Duivels, nauwelijks te onderschatten.    

Hoe hebt u het afgelopen WK beleefd?
“Ik weet natuurlijk niet hoe de mensen in België het ervaren hebben, aangezien ik zelf in Rusland zat, en bovendien in een soort van cocon. Maar het was wel speciaal: je werkt dag in, dag uit met die spelers, je hoopt dat blessures uitblijven… Met uiteindelijk een heel mooi eindresultaat.”

Kunt u naar een match van de Rode Duivels kijken als supporter, of let u vooral op de verkrampte spieren, plooiende enkels…?
“Vanuit mijn job ben ik natuurlijk verantwoordelijk voor die atleten, dus uiteraard houd ik die zaken in de gaten. Maar voor een deel kijk je inderdaad als supporter. Het blijft je ploeg, je kunt dat niet zomaar neutraal en vanop afstand gaan bekijken. Dus als er een doelpunt valt, spring ik ook recht. Sport is nu eenmaal emotie.”

In 2014 zei je in een interview dat je de nationale ploeg als een ‘professionele speeltuin’ beschouwde. Wat bedoel je daar precies mee?
“Dat de uitdagingen heel divers zijn. Die spelers komen uit verschillende landencompetities, de ene is oververmoeid terwijl de andere net te weinig heeft gespeeld… Als kinesist is het fantastisch om met die variatie aan de slag te gaan. Bovendien kun je in voetbal heel preventief werken en komt er veel wetenschap bij kijken. En dan zwijg ik nog maar over de boeiende mensen die je in die wereld leert kennen.”

Is kinesitherapie op uw niveau eigenlijk ook topsport?
“Ja, maar dat geldt voor elk beroep en voor het dagelijks leven in het algemeen, vind ik. Als je iets goed wil doen, moet je fit zijn – zowel geestelijk als lichamelijk. Als ik morgen loom ben en niet goed in mijn vel zit, zal ik niet de gewenste energie op mijn patiënt kunnen overbrengen. Ik moet er staan voor mijn patiënten, dat ben ik hun verplicht.”

FokusMenselijkLichaam_LievenMaesschalk-c-IanHermans-1
©Ian Hermans

Wat is, in de 30 jaar dat u actief bent als kinesist, de grootste evolutie die u gezien heeft?
“Alles is veel actiever geworden: we behandelen topsporters niet langer op een passieve manier, ze werken nu heel intens mee – zowel preventief als bij revalidatie. Ook de technologie is enorm geëvolueerd: er wordt veel meer gemeten op cardiovasculair vlak, op niveau van snelheid, verandering en vermoeidheid. Verder wordt in behandelingen de persoonlijkheid van de sporter veel meer betrokken.

Uiteraard heb ik gesupporterd voor de Rode Duivels. Sport is emotie

En ten slotte is ook food coaching erg belangrijk geworden, waarbij voor elke atleet een individueel dieet wordt uitgetekend op basis van diens smaak, suikerbehoefte, bloedsamenstelling… Samengevat kunnen we stellen dat alles vandaag veel meer multidisciplinair is: koks, masseurs, kinesisten, psychologen… – iedereen werkt samen om het lichaam van de topsporter tot in de puntjes in topconditie te krijgen en hem of haar die 0,01 procent beter te maken. Want in topsport gaat het net om die marges.”

Dan wordt de verantwoordelijkheid van de atleet in zijn vrije tijd ook steeds groter en belangrijker, kan ik me voorstellen.
“Zeker weten, en wees maar gerust dat ze daarmee bezig zijn. De klassieke ‘winterslaap’, waarbij atleten tijdens hun vakantie enkele kilo’s bijkwamen, zie je niet meer. De huidige generatie atleten is natuurlijk ook anders opgevoed: tijdens de jeugdopleiding worden ze van jongs af aan bewustgemaakt van hun eigen verantwoordelijkheid, van het belang van de juiste voeding… Je mag ook de concurrentie niet vergeten: sporten worden mondialer, de kleinste details kunnen het verschil maken en de ruimte voor fouten wordt veel kleiner.” 

Als een topsporter net voor een belangrijke wedstrijd uitvalt door een blessure, moet je dan als kinesist ook zijn psycholoog zijn?
“Voor een stuk wel: lichaam en geest kun je nu eenmaal niet uit elkaar halen. Die zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden – het brein is nu eenmaal ook een orgaan. Bovendien maken emoties deel uit van het menszijn, je kunt die niet negeren bij een behandeling. Of het nu gaat om ontgoocheling door een blessure, euforie na een overwinning of emoties in de privésfeer. Als het mentaal niet goed zit, kan een atleet niet presteren. Het is mijn taak om ervoor te zorgen dat ze er weer staan, op elk vlak, als eenheid. Dat is de kunst.”

De klassieke ‘winterslaap’, waarbij atleten tijdens hun vakantie enkele kilo’s bijkwamen, zie je niet meer

In hoeverre denkt u op lange termijn? Dus niet aan de volgende wedstrijd, maar aan het lichaam van de atleet na zijn of haar carrière, om te vermijden dat het ‘op’ is?
“Wat is ‘op’? Ik zie veel atleten die na hun carrière nog steeds veel sporten en dat graag blijven doen – zelfs al is het dan iets helemaal anders, zoals golf. Akkoord, het lichaam kan schade oplopen na een topcarrière, maar er is nog zoveel dat je dan kunt doen om in vorm te blijven.”

Denkt u dat de positieve resultaten van onze Duivels, turnsters en hockeyers de Belgen kunnen aanzetten tot meer beweging?
“Succes inspireert altijd, iedereen wilt zich daarmee identificeren. Je ziet dan inderdaad dat het aantal inschrijvingen bij sportclubs toeneemt. Daarom moet het beleid blijven inzetten op topsport, zelfs al is dat maar weggelegd voor pakweg 0,1 procent van de bevolking.”

Wat zou uw ultieme tip zijn voor mensen om gezond te blijven?
“Het gaat om een gevoel van geluk, goed in je vel zitten. En dat heeft met verschillende factoren te maken: het fysieke, maar ook het mentale en het sociale. Wat het lichamelijke betreft, zit dat vaak in heel kleine dingen: de auto laten staan, de trap nemen… Je moet dus niet meteen gaan denken aan intense trainingen. Vaak gaat het om kleine investeringen – ook wat eten betreft. Ik denk dat apps een steeds belangrijkere rol zullen gaan spelen in de motivatie van mensen.”

Maar er is werk aan de winkel, als we de cijfers rond obesitas zien…
“Absoluut, zeker als je weet wat de gevolgen van overgewicht zijn, en wat het ons als maatschappij kost. Mensen moet zelf zorg willen dragen voor hun lichaam. De nieuwe, preventieve geneeskunde kan daar veel bij helpen, omdat die focust op voldoende bewegen en gezond eten om ziekterisico’s bij voorbaat uit te schakelen.”

Welke lessen kunnen mensen eigenlijk leren van topsporters? Discipline? Luisteren naar je lichaam?
“Ik denk vooral: durven mislukken en leren omgaan met tegenslag. Uit succes leer je vaak heel weinig. Maar wanneer je iets overkomt – een nederlaag, een blessure – begin je je vragen te stellen: hoe ga ik om met een letsel, hoe knok ik terug na een verloren eerste set? Heel boeiende vragen, met vaak heel mooie antwoorden die ook in het dagelijks leven van toepassing kunnen zijn.”

Smart fact

Als je geen kinesist was geworden, dan…

“Die vraag gaat voor mij eigenlijk niet op. Ik wist namelijk vanaf mijn twaalfde al dat dit de weg was die ik zou inslaan. Ik heb nooit een andere professionele droom gehad, ook niet voor mijn twaalfde. Zelf topsporter worden? Nee, dat heeft me eigenlijk nooit geïnteresseerd, dat is niets voor mij. Ik ben van jongs af aan gepassioneerd door het menselijk lichaam en ben heel blij dat ik er nu al meer dan 30 jaar mijn creativiteit in kwijt kan. Ik hoop oprecht dat ik dit nog tot mijn 95e kan blijven doen.”