Jan Cremer: ‘Het leven is een ontdekkingsreis, houd je ogen open’

Zijn ‘Ik Jan Cremer’ wordt beschouwd als literair boegbeeld van de dekselse jaren 60. Maar hoe kijkt schrijver en schilder Jan Cremer – net 80 geworden, maar zeker niet minder ‘deksels’ – naar de huidige tijd? “Ik hoop dat mensen leren omgaan met stilte en rust.”

Stilzitten is niks voor Jan Cremer. De kunstenaar – in woord en beeld – is al vanaf zijn 14de levensjaar onderweg. Zelfs nu, op zijn 80ste, heeft hij geen vaste verblijfplaats. Samen met zijn vrouw Babette verblijft hij afwisselend in Umbrië, waar ze op kleine schaal olijfolie produceren (“per ongeluk de allerbeste van de streek”), Amsterdam of Parijs. Door de coronacrisis zit Cremer ten tijde van het interview al enkele maanden ‘vast’ in Nederland, maar ondanks zijn onrustige geest, geniet hij ervan. 

Je staat bekend als een eigengereid iemand voor wie vrijheid enorm belangrijk is. Hoe heb je de beperkende coronamaatregelen beleefd?
“Ik ben een paar weken voordat de Tweede Wereldoorlog uitbrak geboren. Dat je niet op straat mocht komen door een avondklok, is voor mij niet echt nieuw. Toen waren de straten ook leeg, en ondanks dat het prachtig weer was, mocht je na 7 uur ’s avonds niet meer naar buiten. Dan werd je opgepakt. Maar het was natuurlijk een compleet andere situatie. Nu voel ik me veilig. We hebben een groot huis, een tuin… En de eerste paar weken van de quarantaine was het dood- en doodstil op straat. Prachtig. Ik hoop dat mensen beter met stilte en rust leren omgaan. We hebben het, zeker in het Westen, hard nodig.”

Met je 80 jaar heb je inderdaad een hoop meegemaakt en gezien. Maakt de coronacrisis nog enige indruk?
“Het zijn heel bijzondere tijden nu. Ondanks dat we pandemieën al honderden keren hebben meegemaakt in de geschiedenis, is het wel een moment waarop verandering mogelijk is. Ik hoop echt dat er een andere tijd zal volgen, waarin we boeren beter behandelen en teruggaan naar een kleinschaliger leven. Afgrijselijke instituten als de bio-industrie moeten verboden worden, net als veetransporten… We zeggen te leven in een beschaafde wereld, maar hoe wij met dieren omgaan, is misdadig. Wakker worden, mensen! Hoe hebben we zo kunnen leven? Vroeger slachtte de slager een koe en een varken en daar leefde een heel dorp een week van. Nu is het een en al massaslachting.”

Jij schildert graag de natuur in haar roerige, onvoorspelbare staat van zijn. Het lijkt alsof je je doorlopend bewust bent van hoe nietig wij eigenlijk zijn, terwijl anderen daar een virusuitbraak voor nodig hebben.
“Ik ben opgegroeid in Twente, met boeren om me heen. Al vanaf mijn vierde leerde ik rooien, ploegen, eggen, paardrijden, jagen… Ik had al heel vroeg respect voor de natuur en droomde van een eigen boerderij met een grote muur eromheen. Hier zou ik dan samenleven met paarden, ezels, ganzen, honden en katten. Nu heb ik een groot woud in Italië met olijfbomen. Dat is een prachtige boom, een sterke overlever. In de Romeinse tijd brandden ze olijfbomen af als straf, maar ze groeiden altijd terug… Dat is een mooie symboliek.”

Hoe kunnen we onze band met de natuur herstellen?
“Door om je heen te kijken. Ik ben noodgedwongen in armoede opgegroeid, maar in landschappen vond ik rijkdom. De vogels in bomen, de geur van het land… Je kunt jezelf tevredenstellen met in feite niks. Met kijken en ruiken. Zet je zintuigen open. En verplaats je in een dier. Observeer een kat of een vos, je zult veel over jezelf leren. We schieten raketten af en gaan naar Mars, maar we zouden beter eens kijken naar wat de aarde ons te bieden heeft. Ik zeg altijd maar: het leven is een ontdekkingsreis, maar je moet wel je ogen openhouden.”

“Juist nu er een grote verandering mogelijk is, is er nood aan kunstenaars, aan mensen met een visie die groots durven te denken.”

Over ‘de ogen openen’ gesproken, dat deed je met ‘Ik Jan Cremer’ in 1964. Dat boek stond vol geweld, seks en bloed. Denk je dat de huidige kunst nog choqueert? En moet dat nog?
“We hebben zeker nood aan taboedoorbrekende kunst, maar het is er niet. We leven in een paradijs. De generaties na de Tweede Wereldoorlog zijn verwend. Ze hebben altijd centrale verwarming gehad, goed eten, nooit een oorlog meegemaakt… Zeker de huidige generatie jonge mensen ligt op een donzen deken. Dat zie je ook terug in de kunst en de literatuur. Als ik schilder, smijt ik met verf; als ik schrijf, dan hamer ik de letters op papier met een schrijfmachine. Je moet een strijd leveren, moeite doen voor kwaliteit. Voor veel jonge mensen is de coronacrisis misschien wel het eerste beetje tegenslag dat ze meemaken. Het zal ze doen nadenken over het leven.”

Maak je je zorgen over de staat van de kunsten? Niet alleen inhoudelijk, maar ook door wat de crisis zal aanrichten?
“Ik maak me geen zorgen, want ik kan er niks aan doen. Nederland is een geweldig land, maar er is een groot nadeel: er is geen kunstministerie. Voor een beschaafd land is dat een beetje beschamend. Dat de minister-premier zegt: kunst is voor de amateurs… Waar heeft hij het over? Kunst doet een mens leven! Het brengt kleur in het bestaan. Holland mist een kunstcultuur. Kijk naar Italië of Frankrijk: daar kan iedereen je vertellen over de mooiste kunstwerken, vol trots. Het idee is: het brengt geen geld op, dus is het niet interessant. Maar juist nu er een grote verandering mogelijk is, is er nood aan kunstenaars, aan mensen met een visie die groots durven te denken.”

Hoe denk je dat we over pakweg 20 jaar terugkijken op 2020?
“Als ik realistisch ben, denk ik: waarschijnlijk hebben we tegen dan vier of vijf van zulke pandemieën gehad, en zijn we het allang weer vergeten. Maar toch hoop ik dat we op deze tijd terugkijken als een tijd van bewustwording. Een boer uit Twente zei me eens: je moet de aardbol zien als een appel. Daar steken we nu de hele tijd breinaalden in. Wat blijft er van die appel over? Niks. Er zijn te veel mensen op de aarde, er is te veel industrie, de rijken worden rijker, de armen armer… Het zou mooi zijn als banken en rijke oligarchen nu hun verantwoordelijkheid zouden nemen en kapitalen zouden investeren in de natuur.”

“Ik hoop echt dat er een andere tijd zal volgen, waarin we boeren beter behandelen en teruggaan naar een kleinschaliger leven.”

Wat vind je eigenlijk van ouder worden, Jan?
“Omdat ik nog steeds zoveel werk, heb ik niet door dat ik ouder word. Ik ben nog steeds die jongen van 14 die hard aan het werk is. Nog steeds rusteloos en ik wil eigenlijk juist steeds meer doen. Wat mij betreft word ik 120.”

SMART FACT.

Wat is het belangrijkste advies dat jij ooit hebt gekregen?
“Mijn moeder heeft me geleerd: ga negatieve mensen uit de weg. De nee-zeggers, zij die ‘ja, maar…’ zeggen, behoren tot de massa. Degenen die hun eigen koers blijven varen, zijn zij die echt iets kunnen betekenen in de wereld. Verloochen jezelf dus niet. In één van mijn boeken schreef ik: ‘Je komt alleen, je bent alleen, je sterft alleen.’ Dus doe waar je zin in hebt en geniet van dit moment, want dat is uiteindelijk het mooiste moment.”