Eric Kuster

‘Comfort is uiteindelijk de grootste vorm van luxe’

“Ik hou van de afwisseling van mijn job wat locaties, projecten en klanten betreft. Eigenlijk vind ik alles eraan leuk.” Die passie voor textiel, interieur en persoonlijkheid, alles waar zijn designlabel voor staat, komt duidelijk naar voor wanneer Eric Kuster aan het woord is.

Het bedrijf dat Eric Kuster twintig jaar geleden overnam als een kleine antiekwinkel is in tussentijd uitgegroeid tot Metropolitan Luxury. Een internationaal designlabel met een breed scala aan activiteiten: van het inrichten van hotels en huizen tot het creëren van meubels, textiel en zelfs een eigen interieurmagazine Entourage. Het werk wordt getypeerd door contrasten. “Ik ga telkens op zoek naar het contrast tussen klassieke en hedendaagse elementen, glanzende en matte materialen, goedkope en dure stukken. Die contrasten maken het werk telkens opnieuw interessant. Zo blijft het verrassend.”

Hoe zou je de stijl van je label in eigen woorden omschrijven?
“Eerst en vooral is het een heel internationale stijl die op veel verschillende manieren kan toegepast worden. Beeld je hier vooral een heel comfortabele stijl in, geïnspireerd op het gevoel dat je krijgt wanneer je binnenloopt of verblijft in een vijfsterrenhotel. Het is belangrijk dat het interieur erg leefbaar is op een luxueuze manier. Met luxueus bedoel ik dan dat wij bij klanten altijd alles proberen in te richten, in die mate dat alles aanwezig is wat ze nodig hebben: geurkaarsen, handdoeken, mooie bloemen… Op die manier voelt hun woning zo mooi en comfortabel aan als een hotel, maar dan in eigen huis. Dat is waar ‘Metropolitan luxury’ echt voor staat. Uiteindelijk is comfort de grootste vorm van luxe die je kunt hebben. De tijden van show off luxury zijn voorbij.”

Als die tijden van show off luxury voorbij zijn, waar kunnen we ons dan het komende jaar aan verwachten op vlak van stijlen binnen de interieursector?
“Luxe is voor iedereen een andere beleving, natuurlijk, maar wij proberen luxe eerder te creëren in de zin van een mooie ruimte waarin je prachtige stoffen en bijpassende materialen terugvindt. Eigenlijk helemaal niet meer de glitter en glamour van vroeger. Het komt dan misschien niet als een verrassing dat de nieuwe fase binnen de interieurwereld eerder in de richting van ingetogen chique gaat. Alles mag terug soberder. De komende jaren is alles meer gericht op een terugkeer naar de natuur. Je zal heel veel groen en planten zien in verschillende interieurs en het gebruik van materialen zoals sisal en raffia, of mooi zijde en linnen komt centraal te staan. Klanten willen in plaats van veel bling bling in hun interieur weer naar hun roots gaan.”

Wat de klanten willen, speelt een grote rol bij ‘Metropolitan Luxury’. Elk project is op maat gemaakt. Hoe gaan jullie hierbij te werk?
“Wel, naar de opdrachtgever luisteren is een van de belangrijkste aspecten om tot een geslaagd interieur te komen. Voor ons is een succesvol project een geslaagde vertaling van de persoonlijkheid en de wensen van de klant naar een passend interieur. Mensen komen bij ons aan met bepaalde ideeën en die bekijken we in combinatie met de architectuur van het gebouw, de locatie en het type bewoners. Zo achterhalen we hoe we de uitdaging het best aangaan. De architect van het gebouw is uiteindelijk het masterbrain van een project, daar moet je als designer mee op inspelen. De locatie is ook enorm belangrijk, want een huis in Spanje vraagt natuurlijk om een andere inrichting dan een huis in Duitsland of in Zweden. Het type bewoners vertelt ons dan weer veel over de mogelijkheden. Een huis voor een gezin moet anders uitgerust zijn dan dat van een alleenstaande. Sommige klanten hebben ook meerdere huizen op verschillende locaties. Dan is het de uitdaging om dezelfde persoonlijkheid telkens op een andere manier uit te werken in een interieur.”

 

“De mensen willen geen bling bling in hun interieur, ze willen weer naar hun roots gaan.”

Denk je dat die persoonlijke aanpak jullie unique selling point is?
“Ik denk dat het label hierin wel een verschil maakt. Soms hebben mensen een fout beeld van interieurdesigners en denken klanten dat ze zelf niets te zeggen hebben. Dat is helemaal niet het geval bij ons, wij luisteren echt naar hen. Daarnaast vinden wij het essentieel dat alle projecten die wij afleveren volledig duurzaam zijn. Duurzaam als in: ze gaan een heel lange tijd mee. We zijn geen groen label, maar zijn wel bewust bezig met de keuze van onze materialen. Als je een zetel bij ons koopt, moet je daar binnen 20 jaar nog steeds van kunnen genieten. Dat is voor ons een duurzame manier van produceren, zeker in een tijd waarin er overal wegwerpartikelen te vinden zijn. Wij willen kwalitatieve, mooie, life long lasting producten aanbieden. Klanten hebben bij ons ook levenslange garantie.”

Is er een bepaalde stijl of een specifiek ontwerp dat tot jouw favorieten behoort binnen de designwereld?
“Ik sluit me eigenlijk aan bij de fase waarin we nu terechtgekomen zijn in de interieurwereld. Het is fantastisch dat mensen teruggaan naar hun roots en op zoek gaan naar de traditionele bouwstructuren. Moderne, strakke ontwerpen met veel glas oogt zeker mooi, maar soms past dat niet helemaal in de omgeving. Ik ben fan van die traditionele architectuur en vind het leuk als mensen aan hun eigen cultuur vasthouden. Er zijn zoveel prachtige oude gebouwen die de tand des tijds hebben doorstaan, waaraan je ziet dat erin geleefd werd. Verder vind ik ook de algemene mid-century architectuur van de jaren 50 heel mooi. Alles in die stijl spreekt mij enorm aan. Onze showroom past qua interieur trouwens helemaal bij die laatste.”

Wat wil je in de komende jaren zeker nog bereiken met het label?
“Heel veel (lacht). Ik wil eigenlijk vooral mijn meubel- en textielcollectie wereldwijd bekend maken. Daar zijn we momenteel al heel hard mee bezig in Amerika, India, Thailand en toch ook nog meer in Europa. Dat is mijn grootste droom. Daarnaast zou ik nog een heel mooi hotel willen inrichten. Ik denk dan in de richting van een mooi stadshotel of een resort hotel. We zijn nu bijvoorbeeld bezig aan een prachtig strandhotel in Italië, dat is al een stap in die richting. En voor de rest draait het voor mij voornamelijk rond tevreden klanten. Dat is uiteindelijk het belangrijkste voor een succesvol bedrijf.”

SMART FACT

Wat als je geen interieurdesigner was geworden?
“Ik zou graag dj zijn. Het lijkt me fantastisch als je een groot publiek van 50.000 mensen kunt opzwepen en enthousiast maken. Dat moet een serieuze adrenaline boost geven. En zowel het reisaspect als het creatievere gedeelte zitten er dan bij, net zoals bij wat ik nu doe.”