Koen Crucke en Jan Gheysens vijftig jaar samen

‘Gisteren was mooi, maar ons moment is vandaag’

Een halve eeuw zijn Koen Crucke en zijn levensgezel Jan Gheysens dit jaar bij elkaar. Wij vinden dat misschien bijzonder, zijzelf zeker niet. Verjaardagen zijn vakjes in de kalender. Die kruist het tweetal nog even terloops af als toen ze elkaar leerden kennen.

Als ze het raam van hun fraaie appartement in De Haan opentrekken, horen en ruiken ze de zee. “Zo vaak zien we ze eigenlijk niet”, zegt Koen. “Een hoop water bijeen”, vult Jan aan. Het is duidelijk, deze mannen hebben de zee niet nodig om gelukkig te zijn. En dan nog. Geluk, wat is dat, vraagt Koen zich af. “Dix minutes de bonheur par jour, c’est déjà pas mal”, citeert hij zijn idool Edith Piaf.

Liever zijn deze twee ‘tevreden’. Dat lukt aardig. In dit charmante kustdorp voelen ze zich op hun plaats. “We hebben hier een groter sociaal leven dan toen we nog in Gent woonden”, stemmen ze met elkaar in. Al zou Koen naar eigen zeggen zelfs praten tegen een hond met een hoedje op. Jan is bedachtzamer. Hij is de planner, de manager, Koens zakelijke helft. Wat ze gemeen hebben: beide laten ze liefst geen minuut van het leven onbenut.

Jullie cirkelen nu allebei rond de 70. Is rustiger aan doen een optie?

Koen: “Eerlijk? Nee, niet echt. Stilstaan is niets voor ons. We zijn de voorbije vijftig jaar altijd bezig geweest, constant aan het werk. We hebben de tijd amper vooruit zien gaan. Een zegen is dat. Alleen word je zo natuurlijk ook rapper ouder.

Jan: Je bedoelt dat de jaren sneller gaan. Maar de energie blijft gelijk. Koens planning voor de komende maanden zit overvol. Nu al ben ik in onderhandeling voor opdrachten tot de herfst van 2020. Weet je waar wij al dertig jaar van dromen? Om met kerst eens naar Oostenrijk te gaan, een grote chalet te huren met een volle frigo en kaviaar erbij, en daar dan arm in arm naar de middernachtmis te trekken. Het is er nog niet van gekomen.

Koen: (lacht) Ik moet dan altijd de Samson & Gert Kerstshow spelen.

Jan: Wij kunnen het niet laten om bezig te zijn. Het is geen hysterie, gewoon een tweede natuur. Koen is iemand die nooit inactief zal zijn. Nooit. Hij zoekt altijd een oplossing voor het feit dat hij een namiddag vrij heeft.”

Fokus55plus-Interview-002
©Ian Hermans

Een ‘oplossing’ voor een middag vrij?

Koen: “Ik kan het niet hebben om hier te zitten en niets te doen. Als Jan ’s avonds nog even aan het werk is, ga ik in ons stamcafé om de hoek iets drinken. Of ik kruip toch in bed, met de tv op stil. Maar amper flitst het beeld aan of ik zit alweer teksten of nieuwe nummers te studeren.

Jan: Dat doet hij elke dag twee uur, disciplinair.

Koen: Ik ben nu bezig met de voorbereidingen van ‘La Cage Aux Folles’, de musical die ik in oktober ga spelen. Tegen Stany (Crets, red.) heb ik gezegd: ik wil graag al mijn muziekteksten voordat de repetities beginnen. Alles wil ik op voorhand van buiten kennen. Natuurlijk, vroeger moest ik mijn rol bij wijze van spreken maar onder mijn hoofdkussen leggen en ik kende hem de volgende ochtend uit het hoofd. Nu kost dat wat meer moeite. Maar ik wil dat het perfect is. Als ik met collega’s op de scène sta die hun rol niet kennen, krijg ik het op mijn heupen. Ze hebben mij wel eens gezegd dat ik een ambetanterik ben om mee op een podium te staan. Dat is niet waar. Maar pas op, als ze hun job niet doen…”

Jan, jij bent al even perfectionistisch. Botst dat nooit?   

“Nee, wij hebben amper woorden. Wij willen en denken hetzelfde. Het gaat zelfs zo ver dat ik regelmatig tegen Koen moet zeggen: blijf alsjeblieft eens uit mijn hoofd. Dan zitten we samen in de auto, mijn gedachten dwalen af en precies op dat moment zegt hij: ‘Zeg, Jan, we moeten eens…’

Koen: Wat wil je, na vijftig jaar. Je bent in elkaar verweven.

Jan: Verstrengeld.”

Jullie hebben elkaar al erg jong leren kennen.

Koen: “Ik was zeventien, nog niet meerderjarig.

Jan: Ik eenentwintig.

Koen: In feite was ik zijn genre niet en hij niet het mijne. Ik had een andere smaak van vent. (lacht)

Jan: We hebben elkaar nog even afgetast. Ik woonde een tijdje in Londen, hij in Wenen. We zagen elkaar ergens middenin en namen ’s avonds het vliegtuig weer naar huis. Op een bepaald moment kreeg Koen een aanbod voor een vast contract in Vlaanderen. Ik stond op het punt om internationaal carrière te maken als lichttechnicus in het theater, maar heb voor hem gekozen.

Koen: Toen wist ik al wel dat hij de man was met wie ik de rest van mijn leven wou samen zijn.

Jan: Ik heb me daar zelfs nooit vragen bij gesteld. Ik heb altijd gedacht: dit is hem. Punt.”

Fokus55plus-Interview-003
©Ian Hermans

Jan, heb jij er nooit moeite mee dat jouw leven enigszins ‘in het teken staat van’?

“Wij zijn complementair. Zo simpel is het. Ik heb zijn succes nodig om gelukkig te zijn. Als hij op de scène een staande ovatie krijgt en het publiek gaat uit de bol, dan ben ik de gelukkigste mens ter wereld. Ik kan dan huilen als een kind. Wat ik voor hem probeer terug te doen, is ervoor te zorgen dat hij zich buiten zijn kunst van niets wat hoeft aan te trekken. Ik neem hem alles uit handen. Hij is daar soms kwaad om.

Koen: Tot een jaar geleden wist ik nog niet hoe ik mijn wasmachine in gang moest zetten. Ik heb gezegd: nu ga ik dat eens zelf doen. Als ik er ooit alleen voor sta – ik hoop dat het nooit gebeurt – moet ik ook zelf mijn plan trekken.

Jan: En dan haal ik zijn grootmoeder aan, die zei: ‘Hij zal altijd iemand vinden in het leven die het in zijn plaats zal doen.’”

Ben jij een diva, Koen?

Jan: “De grootste die je je maar kunt voorstellen.

Koen: Ik weet dat van mezelf.

Jan: Dat is ook mijn fout. Ik heb van hem een diva gemaakt en niet altijd goed nagedacht waar ik mee bezig was. En eens het te laat is, is het te laat. Dan moet je óf consequent zijn, óf weggaan.”

Kijken jullie ooit achterom?

Koen: Ik heb zoveel dingen gedaan in mijn leven. Dat zit allemaal in het archief. Ik kijk naar wat er nu moet gebeuren. Je hebt mensen die zeggen: weet je het nog, in onze tijd? Daar doen wij niet aan mee. Nú is onze tijd.

Jan: Dat is onze spreuk. Gisteren was ook mooi, maar vandáág is het aan ons. Als ik dan toch een keertje terugkijk, ben ik vooral dankbaar. Omdat we heel die weg hand in hand zijn afgegaan en nooit hebben gezegd: zouden we wel…? We hebben het gewoon gedaan.”

SMART FACT.

Welke tip hebben jullie voor wie de 55 nadert?

Jan: “Niet panikeren, je hebt er nog 40 te goed. En als de machine niet meer mee wil, probeer er dan iets aan te doen.

Koen: Jan heeft twee nieuwe heupen, ik één. Een kennis van ons liep een tijdje geleden – het was nog maar vlak na zijn operatie – te neuten dat het nooit meer goed zou komen. We hebben eens serieus met hem gepraat. Een paar weken later liep hij te dansen over straat.”