4.7 C
Antwerp
15 november 2018

Kristiaan Borret, de bouwmeester die Brussel ruimtelijk beheert
K
.

Niet ver van het Koninklijk Paleis werkt Kristiaan Borret in opdracht van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest als Bouwmeester Maître Architecte. Verwacht niet dat hij zich enkel over de tekentafel buigt. De bouwmeester is coördinator, klankbord, adviseur, en bruggenbouwer.

Met een curriculum dat reikt tot Barcelona draagt hij sinds 2015 de verantwoordelijkheid van Brussels bouwmeester. Bij dat middeleeuwse begrip denk je aan de ontwerper-manager van imposante publieke gebouwen maar die taak behoort tot het verleden. Om het met de woorden van Bob Van Reeth, de eerste Vlaamse bouwmeester te zeggen: “De bouwmeester bouwt niet”.

Hoe omschrijft u uw taak dan?
“Een bouwmeester heeft een aanjaagfunctie: als coach, gespreksleider, onafhankelijk adviseur. De politici, opdrachtgevers en ontwerpers moeten stimuleren en prikkelen. In politiek en administratie is autonomie dan ook essentieel. Ze leidt tot verbindend en transversaal werken. In Brussel willen we de schaal van wijk of gemeente vergroten en pakken we grote strategische gebieden aan, zoals de Kanaalzone. De 19 Brusselse gemeenten en een portie ‘oude cultuur’ zorgden al te lang voor institutionele lasagne. Nu kan ik vaak rekenen op een ‘coalition of the willing’.”

Wie consulteert u bij een project?
“De bewoners. Mondige burgers spreken mij aan. De stad wordt niet enkel gemaakt door professionals, maar ook door hen. Dankzij de bewonersverenigingen zijn er al projecten gerealiseerd, zoals de voetgangerszone. Ik heb met diverse groepen een gestructureerd contact. De bouwpromotoren vormen een aparte groep. Die hadden in Brussel bijna vrijspel, zonder veel kwaliteit te leveren. Al snel moest ik toenadering zoeken en samenwerking. Na wat spierballengerol, organiseren we nu architectuurwedstrijden met private ontwikkelaars. Er is dus een kentering: de markt is nu verbreed en opener. Ook zij hebben aandacht voor kwaliteit en vinden het interessant om met ons samen te werken. Ik ben ook Keizer Nero niet die wikt en weegt, kiest en verwerpt. Mooi en lelijk bestaat trouwens niet. Het gaat over contextuele, ruimtelijke kwaliteit en over maatschappelijke relevantie, duurzaamheid, efficiëntie… In de kwaliteitskamer voeren we een gesprek over kwaliteit, integer en beargumenteerd zonder machtsspelletjes. We gaan samen op zoek, zodat de goede projecten bovendrijven.”

De tijd van stedelijke expansie is voorbij. New Towns en buitenwijken worden niet meer gebouwd

Een complex beroep toch. Ook omdat u nooit ‘tabula rasa’ werkt, maar rekening moet houden met het lappendeken van buurten, gebouwen, parken, wegen, historische sites…
“Tabula rasa is te gemakkelijk. We moeten de complexiteit niet schuwen. Net omwille van de diversiteit is een meerlagige Europese stad als Brussel voor mij boeiend. Zo’n potpourri vind ik interessanter dan een landschap of het platteland. ‘Mixiteit’ is de basis. De tijd van de expansie is voorbij. New Towns en buitenwijken worden niet meer gebouwd. We zijn toe aan ‘transformatie’, hetzelfde anders en slimmer doen. Werken met het bestaande, het opwaarderen en afstemmen. Voorzichtig, respectvol en ontvankelijk, en niet beuken. Zo kunnen we overal betrokken bij geraken en dan onze standpunten ingang doen vinden.” 

U kreeg de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Architectuur en Vormgeving in de periode van 8 jaar dat u Antwerps bouwmeester was. Kunt u Antwerpen en Brussel even vergelijken?
“Antwerpen beschikte over veel cultuur op het vlak van ruimtelijk kwaliteitsbeleid, maar was te lang gefocust op de renovatie van de binnenstad. De stadsvernieuwing in de voorstad werd verwaarloosd. In Brussel, waar de bewustwording wat achterloopt, is dé vraag: hoe kun je slim ‘verdichten’? Hoe vang je binnen dezelfde oppervlakte een Europese stad op met een jaarlijkse demografische groei van 15.000 bewoners? Simpelweg torens bouwen vind ik een verkeerde keuze en er is een spreiding van de verdichting nodig in de randwijken. Door de krimpende woningoppervlakte, hebben we open ruimte en parken nodig. Kijk naar de Kanaalzone, het grootste stadsontwikkelingsgebied. Het gebied rond die duurzame as heeft nog veel ruimte en kan verdeeldheid en sociale breuklijnen wegwerken. Er komen nieuwe woningen, maar ook bedrijfjes, logistiek die thuishoren in een stad. Bij stadsvernieuwing moet men ook bijvoorbeeld een betoncentrale of een containerpark inpassen. Ook productieve economie hoort in de stad.”

Het credo ‘Act first, think later’ belet traagheid en verzanding in discussies. We willen kansen grijpen, klaarstaan, en springen als we een opening zien

Staat de auto de gezonde vernieuwing in de weg?
“ ‘Minder auto’ is beter. De basis van de mobiliteit is voor mij het openbaar vervoer. Dat is inclusief en daarop moet de verdichting gebaseerd worden. In Brussel wordt de druk van auto’s vooral door pendelaars veroorzaakt. Enkel een fiscale ingreep kan die auto weren uit de stad. Nu wordt autogebruik aangemoedigd. Salariswagens zijn het grootste obstakel voor een betere stedelijke leefkwaliteit. Er is dus nood aan een politieke keuze. Pas dan zal dat ons de volledige vrijheid geven om de straten anders in te richten.”

Met welke taken wordt een dag van een bouwmeester nog ingevuld?
“Ik heb een prettige job vol afwisseling. Soms discussieer ik superconcreet over een baksteenkleur. Soms hyperabstract en lange termijn. Ik vergader met bewoners, politici, ontwerpers. Ik overleg met mijn team of spreek voor een grote zaal. Vrijblijvend en stressloos is het nooit, door ambities, deadlines, en temeer omdat we snel willen schakelen. We willen kansen grijpen, klaarstaan, en springen als we een opening zien. Het credo ‘Act first, think later’ belet traagheid en verzanding in discussies. Ons team ontwikkelde ook een eigen werkwijze: ‘Research by Design’. Vergaderingen moeten met kaart en tekeningen erbij. Tabellen bekijken, praten en rekenen volstaat niet.
We moeten ontwerpmatig nadenken.”

Smart fact

Als u geen bouwmeester was geworden, dan…
“Moeilijke vraag. In die verbindingsfunctie tussen ontwerp en publiek engagement vond ik mijn ideale beroep. Die twee componenten en hun onderlinge relatie zijn voor mij onmisbaar. Ik ben ook geen ontwerper pur sang of een projectmanager. Creativiteit en politiek bewustzijn horen voor mij samen. Dus, indien ik geen bouwmeester was… koos ik misschien voor het beroep van kok. Koken ontspant me. Op een relaxte manier kun je uit verscheidenheid, samenhang halen. Lood in goud veranderen…”

Lees meer.

Dirk Frimout: ‘De eerste Belg in de ruimte’

Op 24 maart 1992 gebeurde het: eindelijk had ook België een ‘eigen’ astronaut. Dirk Frimout was de allereerste landgenoot die met de Space Shuttle meevloog en sindsdien is hij een bevlogen pleitbezorger voor meer ruimtevaart en meer technologie in het algemeen.

Een huis vol verhalen

Hygge. Het woord is ons nieuw, maar het gevoel zelf – een gezellige geborgenheid – is iets wat we allang kennen en waar we allemaal wel naar verlangen. Zeker in eigen huis, waar we het merendeel van onze tijd doorbrengen, zoeken we dat gevoel op. Interieur is dus hot tegenwoordig, en we liken met z’n allen prikbordjes vol inspiratie op Instagram en Pinterest. Maar wat maakt een huis precies tot een thuis?

Afval: Verpakkingen, een pak ellende?

We kopen steeds vaker online en verwachten ook dat onze bestelling gaaf en ongeschonden tot bij ons geraakt. Daar zorgt de verpakking voor. Tegelijk zijn we ons er allemaal van bewust dat verpakkingen de afvalberg alleen maar vergroten. Een heus dilemma.

Liefde is….

Zoetje hier, liefje daar: de koosnaampjes worden met Valentijn nog iets vlotter in de mond genomen dan op een gewone dag. Het is dé dag om je lief te verrassen. Ook Bekend Vlaanderen doet mee. Maar hoe romantisch komen zij uit de hoek met het feest van Cupido om de hoek? Hugo Segal, Roel Vanderstukken en Femke Herygers klappen uit de biecht.

In de knoop met de verkeersknoop

Elke dag hetzelfde liedje: dan ben je eens op tijd uit je bed, kom je toch nog te laat door die verrekte files. Een vlot verkeer, daar ijveren we al lang voor. Door politici aan het werk te zetten, maar ook door zélf mee te denken. “In Rotterdam haalden ze zo al 6000 auto’s uit de file.”

De grenze(n)loze ondernemer

De stap naar het buitenland is voor veel ondernemers aanlokkelijk, maar zeker niet vanzelfsprekend. Wat met de risico’s, administratieve rompslomp, lokale arbeidscontracten en financiering? Is zo’n buitenlands avontuur dus eigenlijk wel de moeite waard, en waarom dan (niet)?

Archief.

Griet Deceuster:‘Onze visie op mobiliteit verandert’

Eeuwenlang zijn steden drukke plaatsen geweest, en ongetwijfeld zullen ze dat ook in de toekomst blijven. Maar de mobiliteitsoplossingen van morgen zullen verschillend zijn van die van vandaag. Griet Deceuster, directeur TM Leuven: “We gaan minder en minder zelf rijden, en meer en meer van diensten gebruik maken.”