Interview door Victor Peeters

Jan Adriaenssens: ‘Technologie moet het leven in de stad op een onzichtbare manier verbeteren’

Jan Adriaenssens studeerde Wiskunde in Antwerpen en Filosofie in Londen. Hij deed een aantal jaar ervaring op in het innovatiebe- leid bij de Vlaamse overheid. Vandaag is hij als directeur van City of Things bij imec dagelijks bezig met de impact van technologie op de samenleving.

Op de zevende verdieping van The Beacon in Antwerpen hebben we een imposante blik over de stad. Hoog in de lucht valt het op hoe gecompliceerd en verweven steden in elkaar zitten. We konden geen betere plek uitkiezen om te achterhalen wat de toekomst is van deze steden. Jan Adriaenssens legt uit hoe onze leefwereld zal veranderen en welke rol technologie hierbij kan spelen.

Staat een moderne stad steeds gelijk aan een smart city?

“Persoonlijk ben ik niet zo’n voorstander van de term smart city. Het insinueert dat steden in de toekomst op een overdreven strakke manier gehandhaafd zullen worden door allerhande technologische snufjes. Niet de middelen maar het doel moet vooropgesteld worden, pas dan is er sprake van een moderne stad. Op deze manier vormt geavanceerde technologie eerder een dystopie dan een opportuniteit. Moderne stad vind ik beter klinken. Ook deze term omvat een bredere gelaagdheid, want in de stad moeten we werken aan zowel verkeersveiligheid als klimaatneutraliteit, weerbaarheid, en ga zo maar verder. Het zijn steden die werken aan het slim bestuur van de stad en aan het technologisch aanpakken van complexe problemen. Beide zijn essentieel en kunnen niet los van elkaar bestaan.” vertelt Jan Adriaenssens.

Zal het inzetten van technologie leiden tot een stad met een futuristische look? Denk maar aan scififilms zoals Blade Runner?

“Een stad is natuurlijk constant in evolutie, het is dan ook normaal dat steden doorheen de tijd veranderen van uitzicht. Dit heeft vooral met architectuur en trends te maken. Als het enkel van technologie zou afhangen, dan zou er visueel eigenlijk weinig mogen veranderen. Technologie moet slim worden ingezet om het leven in de stad te verbeteren, en mag juist niet zichtbaar zijn. Wanneer de stad verbetert en de inwoners er zo goed als niets van merken, weet je dat je goed werk verricht hebt. Helaas heeft dat ook wel te maken met het feit dat het negatieve een veel groter oppervlak krijgt. Bussen die te laat komen of verkeerslichten die minutenlang op rood blijven staan vallen veel meer op dan wanneer alles gestroomlijnd op elkaar is afgestemd. Films als Blade Runner zien er heel imposant en intrigerend uit, maar dat is niet per se de weg die we moeten inslaan.”

Niet de middelen maar het doel moet vooropgesteld worden, pas dan is er sprake van een moderne stad.

Niet direct vliegende auto’s dus. Wat zijn vandaag de grootste uitdagingen voor de moderne stad?

“We kunnen een stadsbestuur ook bekijken als een groot bedrijf, en de inwoners als de klanten. Een bedrijf wil zijn klanten tevreden stellen, dat is net hetzelfde bij een stad. Ze moeten dus ook een digitale transformatie doormaken om met de tijd mee te gaan. Daarnaast is het essentieel dat steden stilstaan bij de impact die ze willen realiseren en welke doelen ze vooropstellen. Klimaat en mobiliteit lijken mij alvast enorme uitdagingen. We zetten ons de laatste jaren wel meer in voor het klimaat, maar we moeten ons realiseren dat onze leefomgeving nog steeds drastisch gaat veranderen. Dit kunnen we niet negeren. Daarom is niet enkel klimaatmitigatie belangrijk, waar de teller van netto broeikasgassen op nul gehouden wordt, maar ook klimaatadaptatie. Door op voorhand simulaties te maken van bijvoorbeeld overstromingen of stormen, kan er op voorhand ingegrepen worden op de zwakke punten in de stad, zowel op lange termijn in stadsplanning, als op korte termijn door de hulpdiensten. Qua mobiliteit denk ik in het bijzonder aan de stiptheid van het openbaar vervoer en het beperken van verkeersslachtoffers.”

Hoe kan technologie hierbij helpen?

“Op vlak van verkeer zijn er enkele duidelijke voorbeelden. Intelligente verkeerslichten kunnen zich aan de hand van slimme dataverzameling aanpassen aan de verkeerssituatie. Beeld je in dat een straat verder een ambulance, geladen met een patiënt in levensgevaar, in volle vaart komt aangereden. De ambulance zal een signaal kunnen uitsturen naar de naburige verkeerslichten om ruimschoots op voorhand de lichten van de tegenliggers op rood te zetten zodat er vlot gepasseerd kan worden zonder dat er opstoppingen gecreëerd worden. Nu we toch bij het verkeerslicht zijn beland, stel je voor dat we op een regenachtige dag staan te wachten aan het licht. Het verkeerslicht, dat in connectie staat met een buienradar, weet dit en zal daarom sneller groen geven zodat voetgangers en fietsers niet onnodig moeten verkleumen. Op deze manier zijn er oneindige aanpassingen in de hele stad mogelijk. Je merkt ze daarom niet meteen op, maar wanneer er terug naar het oude systeem zou worden overgeschakeld, zal meteen opvallen dat kleine aanpassingen een wereld van verschil kunnen maken.” legt Jan Adriaenssens uit.

Jan Adriaenssens

Dataverzameling kwam aan bod, is er nog sprake van privacy? Of is dat op dit punt nog maar een illusie?

“Privacy is altijd een heikel punt natuurlijk, maar wanneer we de vergelijking maken met de Verenigde Staten of China kunnen we zeggen dat we er in Europa nog goed aan toe zijn. In vergelijking met deze twee wereldmachten wordt privacy in Europa heel gebalanceerd benaderd. Natuurlijk moeten we wel beseffen dat er vandaag zo goed als 24/7 diverse data verzameld worden, maar dat wordt pas gevaarlijk wanneer er specifiek op individuen gericht wordt in plaats van op groepen.” zegt Jan Adriaenssens.

Om met een mogelijke vakantietip te eindigen, welke stad is het perfecte voorbeeld van een moderne stad?

“De stad die mij direct te binnen schiet is Kopenhagen. Kopenhagen heeft al 40 jaar lang de titel van beste fietsstad ter wereld. Dat is heel opvallend, maar valt simpel te verklaren. Ze beschikken over een maatschappelijk draagvlak voor dat doel, door het politieke spectrum heen. Steeds wordt er de focus gelegd op de fiets. Hier kunnen andere steden een voorbeeld aan nemen. Niet de middelen maar het doel moet worden vooropgesteld, pas dan is er sprake van een moderne stad.”

29.06.2022
door Victor Peeters
Vorig artikel
Volgend artikel