Interview door Hannes Dedeurwaerder

Allard Castelein, Haven van Rotterdam, streeft naar impact

‘With great power comes great responsibility’. Een quote die ook zeker opgaat voor de Rotterdamse haven, de grootste zeehaven van Europa. Vooral op vlak van digitalisering en duurzame energietransitie wil de haven een (inter)nationaal voorbeeld zijn. Een gesprek met president-directeur Allard Castelein.

Heeft de grootste zeehaven van Europa een voorbeeldfunctie inzake klimaatoplossingen en energietransitie?

“Dat vind ik wel. We hebben hier een heel mooie infrastructuur en goede bedrijven én we onderschrijven de klimaatambities die in het akkoord van Parijs staan. Dan lijkt het me logisch dat we, samen met die bedrijven, het voortouw nemen. Door zelf de nodige inspanningen te doen, maar ook onze ervaringen te delen met zaken die wel en niet werken, zodat andere regio’s en havens daarin kunnen volgen. Want het klimaatprobleem lossen we niet op door al onze kaarten dicht tegen eigen borst te houden en het alleen te willen oplossen: het is een collectieve uitdaging voor onze planeet. En als je de kwaliteit, de mogelijkheden en de middelen hebt om mee het verschil te maken, dan moet je dat gewoon doen.

Met alle respect, maar als grootste haven van Europa kunnen wij niet wachten tot een kleine haven als pakweg Manilla op vlak van klimaatinspanningen een voortrekkersrol gaat spelen. Dat moeten wij doen. Als een vorm van verantwoordelijkheid, van lead by example.”

Een zeehaven is heel complex en telt veel stakeholders. Hoe krijg je alle neuzen in dezelfde duurzame richting?

“Dat is een werk van lange adem, waarbij we heel helder een inclusieve ambitie moeten formuleren en daarover blijven communiceren. Waarom doen we dit, waarom is het goed voor bedrijven en samenleving, hoe genereren we hier als haven impact mee? Want ‘impact’ vind ik veel breder en belangrijker dan een eerder eendimensionaal gegeven als ‘volume’ of ‘marktaandeel’. We moeten met de haven niet de grootste willen zijn, maar streven naar de meeste impact – zowel sociaal, maatschappelijk als economisch. Dan zullen bedrijven sneller geneigd zijn om daarin mee te gaan, en die omslag niet zo bedreigend te ervaren.

En die aanpak werkt, want toen ik dit alles zo’n zes jaar geleden voor het eerst als president- directeur van het Rotterdams Havenbedrijf aankaartte, werd dat toch met enig argwaan en weerstand ontvangen. Nu merk ik veel meer intentie, tractie, enthousiasme en energie.”

We moeten met de haven niet de grootste willen zijn, maar streven naar de meeste impact – zowel sociaal, maatschappelijk als economisch.

De petrochemische bedrijven in de haven zijn goed voor 15 procent van de Nederlandse CO2-uitstoot. Je wilt tegen 2050 naar ‘praktisch nul’. Is helemaal nul niet haalbaar, of is dat gewoon voorzichtigheid?

“Toch even nuanceren: we willen tegen 2050 effectief emissieneutraal zijn – dat blijft onze ambitie. Maar dat betekent níét dat we aan de voorzijde geen fossiele brandstoffen en grondstoffen meer zullen inzetten, wél dat we dat moeten compenseren. Zo hebben we eind 2019 met vier bedrijven een overeenkomst gesloten over een project rond afvang, transport en opslag van zo’n 2 miljoen ton CO2 per jaar in een leeg gasveld onder de Noordzee. Een oplossing die we trouwens ook aan andere havens aanbieden, zoals Antwerpen. Omdat klimaat, zoals ik al eerder zei, een collectieve uitdaging is.”

In hoeverre kan de huidige coronacrisis roet in het eten gooien wat die klimaatambities betreft?

“Dat is een interessante vraag. De crisis kan effectief een accelerator zijn voor de duurzame programma’s die lopen. Tot op heden zie ik wat Rotterdam betreft geen tekenen van vertraging. Hoewel ik me er heel bewust van ben dat dit snel kan veranderen, en dat we dus goed de vinger aan de pols moeten houden.”

Jullie willen in de Rotterdamse haven de grootste groene waterstoffabriek van Europa bouwen. Waarom geloof je zo sterk in waterstof?

“We hebben een aantal jaren geleden, in samenwerking met het Wupperthal Institute for Climate, Environment and Energy, scenario’s ontwikkeld rond de overgang naar een CO2-neutrale haven. We kwamen uit op drie stappen naar duurzaamheid: meer energie-efficiëntie, een nieuw energiesysteem – de vervanging van olie en aardgas door groene elektriciteit en waterstof – en circulaire processen. Waterstof stond dus al enige tijd op onze radar. En tegelijkertijd zien we overal ter wereld processen opstarten waarin de rol van waterstof dominanter wordt. Aangezien wij momenteel dé energiehaven van Noord- Europa zijn, denken we bijgevolg dat we in toekomstige verdienmodellen niet zonder infrastructurele investeringen in waterstof zullen kunnen. En omdat de energie-uitdaging heel groot is, kunnen we niet anders dan groots denken in termen van oplossingen.

Maar uiteraard moeten en gaan we veel meer paden bewandelen dan alleen waterstof. Zo bekijken we ook hoe we zoveel mogelijk daken van bedrijven in de haven van zonnepanelen kunnen voorzien, bouwen we windmolens op de buitenste zeekering…”

Ik geloof niet in laaghangend fruit (lacht). Energietransitie is een proces met veel partijen en van veel kleine stapjes over héél lange tijd.

Waar zie je de quick wins, het laaghangend fruit?

“Dan moet ik je teleurstellen: ik geloof niet in laaghangend fruit (lacht). Energietransitie is namelijk een proces met veel partijen en van veel kleine stapjes over héél lange tijd. Er is niet één knop om in te drukken om van vervuilend naar volledig duurzaam te gaan. Het is een en- en-strategie: bestaande fabrieken vernieuwen en nieuwe fabrieken verwelkomen.”

Jullie willen ook de slimste haven ter wereld worden, onder meer door samen met onder andere IBM een digital twin te bouwen. In hoeverre draagt dit bij tot de duurzame ambities?

“Het gaat hand in hand, natuurlijk. Als we erin slagen de logistieke keten veel slimmer en efficiënter te maken, winnen we niet alleen geld en tijd, maar vermijden we ook dat schepen werkloos in de dokken liggen. Door zeeschepen efficiënter in te zetten, kunnen we de logistieke en transportprocessen verduurzamen. Een ander voorbeeld: vandaag zetten we sensoren in om onze kademuren slimmer te maken, vooral in het kader van inspecties en predictive maintenance. Hoe efficiënter we kunnen werken – betere logistiek, supply chain, meer big data om te interpreteren, autonoom varende schepen… – hoe duurzamer we uiteindelijk worden.”

Smart
fact

Zijn je uitgesproken havenambities het gevolg van de eeuwenlange, bijzondere relatie dat Nederland heeft met de zee?

“In Nederland hebben wij inderdaad een mooie geschiedenis wat betreft het overwinnen van water. Kijk maar naar de grote Deltawerken, waardoor ook de haven van Rotterdam zo groot is kunnen worden. Maar dat was eerder een infrastructurele overwinning – kademuren, betonnen ver- ankeringen… Vandaag willen we meer dan ooit inzetten op de digitale component om hetzelfde resultaat te verwezenlijken. En dat ik een optimistisch persoon ben, kan daar alleen maar bij helpen (lacht).”

Vorig artikel
Volgend artikel