12.5 C
Antwerp
22 september 2018

In de bres voor goeie ideeën
I
.

0,40 euro. Zoveel investeerde de gemiddelde Belg in 2014 in crowdfunding. Weinig, als je het naast de cijfers van pakweg Groot-Brittannië en Nederland legt, waar inwoners respectievelijk 29,5 en 3,7 euro vijl hadden. Wat moet je weten als je er zelf mee wilt beginnen?

Een atleet die naar de Olympische Spelen wil, buren die een feeststraat organiseren, milieuactivisten die een advocaat willen betalen. Google het woord crowdfunding en je vindt tientallen voorbeelden van lopende campagnes. Allemaal steunen ze op het principe ‘vele kleintjes maken één groot’. Zelfs commerciële bedrijven, vaak start-ups, laten projecten op die manier financieren. Op gespecialiseerde online platformen plaatsen ze filmpjes, verleidelijke slagzinnen en wat financiële basisgegevens om de massa te overtuigen via donatie, lening, aandelen of in ruil voor een beloning een beperkte som in hun business te investeren.

Crowdfunding heeft vooral voor de consumentenmarkt meerwaarde.– Frank Maene

Dat Jan en Mieke Modaal bereid zijn om met centen over de brug te komen, bewijst de succesvolle rondgang van Domobios, dat producten tegen huisstofmijten en andere schadelijke insecten ontwikkelt en verkoopt. Om voldoende kapitaal te verzamelen, ging de Brusselse start-up langs bij de bank, enkele durfkapitalisten én crowdfundingsite MyMicroInvest. Tot twee keer toe haalde het via die laatste 99.500 euro bij het grote publiek op. De eerste keer schreef Domobios aandelen uit (wat de belegger mede-eigenaar maakt en eventueel een dividend oplevert), de tweede keer koos het voor schuldfinanciering via leningen. Als alles goed loopt, krijgen de investeerders over twee jaar het uitgeleende bedrag terug, plus een interest van 6 procent.

In tijden waarin de rente op de spaarboekjes tot een minimum herleid is, klinkt zo’n percentage als muziek in de oren. Toch is waakzaamheid geboden. Want hoge interesten betekenen automatisch grote risico’s. “Daarin verschilt crowdfunding niet van andere beleggingsvormen”, reageert Tom Vanacker, docent aan de vakgroep Accountancy, Bedrijfsfinanciering en Fiscaliteit van de Universiteit Gent. “Als investeerder moet je beseffen dat het merendeel van de start-ups de eerste vijf jaar niet overleeft. De kans dat je er slapend geld aan verdient, is dus niet zo groot.”

Omwille van het hoge risico heeft de wetgever in ons land bepaald dat een investeerder maximum 1.000 euro per project (van maximum 300.000 euro) mag neerleggen. In andere landen, zoals Groot-Brittannië, liggen die bovengrenzen hoger en zijn er bovendien tal van fiscale incentives. Dat financiële crowdfunding er hogere toppen scheert dan bij ons, heeft onder meer daarmee te maken. Vanacker: “De tax shelter voor startende ondernemingen, die de Federale regering vorig jaar lanceerde, zou daar deels verandering in kunnen brengen. Alleen heeft de FSMA, de financiële waakhond van ons land, nog geen enkele crowdfundingsite erkend, met als gevolg dat een crowdfunding-investeerder de fiscale voordelen voorlopig aan zijn neus ziet voorbijgaan.”

Als investeerder moet je beseffen dat het merendeel van de start-ups de eerste vijf jaar niet overleeft.– Tom Vanacker

Durfkapitalist Frank Maene van Volta Ventures gelooft dat crowdfunding vooral voor de consumentenmarkt meerwaarde heeft, al was het maar omwille van de bekendheid die het aan een product geeft. “Crowdfunding is interessant als financiering- maar ook als marketingtool. Voor de zaakvoerders is het een eerste test. Als ze hun doel bereiken, weten ze meteen dat er een publiek voor hun product bestaat.” Voor bedrijven die zich op de B2B-markt begeven, denkt Maene dat een venture capitalist relevanter is. “Bekendheid is voor die ondernemingen minder belangrijk. Bovendien brengt die durfkapitalist naast geld ook veel kennis, ervaring en een netwerk binnen.”

Of crowdfunding in ons land een vaste waarde kan worden, hangt uiteraard ook af van hoe de pioniers het ervan af zullen brengen. De meeste crowdfundingprojecten in België moeten nog tot volle wasdom komen. De vraag is of het enthousiasme zal blijven als mensen hun centen verliezen in plaats van winnen.

Tekst Hermien Vanoost

Lees meer.

Vergeet je tandenborstel niet!

De wereld rondtrekken met je hele hebben en houden. Zorg voor een goede start en wees voorbereid op tegenslagen.

Jan De Nul: ‘In het buitenland moet je op je hoede zijn’

Van Panama over Australië tot Vietnam en Angola. De Jan De Nul Group bouwt en baggert zowat de hele wereld rond. Topman Jan Pieter De Nul sprak met ons over de risico’s en de uitdagingen van zijn vak. “Baggeren is eigenlijk geen rendabel beroep.”

Dirk Inzé: “Ik voorspel een revolutie in de landbouw”

Een wetenschapper die de wereld heeft veranderd. Dat is het verhaal van Dirk Inzé. Mee dankzij zijn onderzoek naar de groei van planten, halen boeren vandaag meer opbrengst uit hun gewassen dan ooit tevoren. Wat mogen we nog meer verwachten van de biotechnologie?

Dominique Leroy: “Mensen onderschatten hoeveel wij bezig zijn met R&D”

Geen sector die de laatste jaren zo sterk geëvolueerd is als de telecomsector. Telecombedrijven zijn actief op zoek naar de rol die zij te spelen hebben in een wereld vol data. En dat gaat verder dan enkel het faciliteren van een razendsnel netwerk. Proximus-CEO Dominique Leroy laat haar licht schijnen over de recente en toekomstige ontwikkelingen in haar sector.

Zoveel om van te houden

In het hart van de Europese Unie bevindt zich de provincie Antwerpen, met haar 1,8 miljoen inwoners de grootste Vlaamse provincie. Wereldwijd wordt Antwerpen om haar veelzijdigheid geroemd. Terecht, volgens Cathy Berx.

Axl Peleman: ‘Ik was de dikke nek van ’t stad’

De hele wereld heeft hij rondgetoerd met verschillende rockgroepen, maar sinds enkele jaren zingt hij alleen nog maar in zijn moedertaal: het Antwerps. Met zijn volksliekes veroverde Axl Peleman de harten van menig Antwerpenaar. Maar zijn liefde voor zijn eigen stad is minstens zo groot.

Archief.

Griet Deceuster:‘Onze visie op mobiliteit verandert’

Eeuwenlang zijn steden drukke plaatsen geweest, en ongetwijfeld zullen ze dat ook in de toekomst blijven. Maar de mobiliteitsoplossingen van morgen zullen verschillend zijn van die van vandaag. Griet Deceuster, directeur TM Leuven: “We gaan minder en minder zelf rijden, en meer en meer van diensten gebruik maken.”