Hans Maertens

Duaal leren is de leervorm van de toekomst

Als topman van de werkgeversorganisatie VOKA kent hij als geen ander de noden van de bedrijven. Competente, goed opgeleide en gemotiveerde mensen vinden, is er daar zeker een van. En duaal leren kan hiervoor een enorme hefboom zijn, aldus directeur Hans Maertens.

We ontmoeten Hans Maertens op het statige hoofdkwartier van VOKA in Brussel. De werkgeversorganisatie zorgde er een jaar of vijf geleden al mee voor dat duaal leren in het regeerakkoord kwam. Momenteel spelen in het onderwijs een viertal tendensen die ervoor zorgen dat duaal leren de leervorm van de toekomst zal worden, zegt Maertens.

Duaal

“De eerste is dat onderwijs sowieso naar ‘duaal’ zal evolueren. Je zult niet enkel op school moeten leren, maar ook nadien, als je al in een bedrijf of organisatie in dienst bent. Die leervorm zal ook breder toegepast worden dan enkel in beroeps- of technisch onderwijs.” Ook in het hoger en universitair onderwijs moeten vormen van duaal leren mogelijk worden. In Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk wordt het al lang met succes toegepast.

Digitaal

Een tweede evolutie is ‘digitaal’, gaat Maertens verder, zowel in vorm als inhoud. Qua inhoud zal de focus op STEM liggen Science, Technology, Engineering en Math. “Het zijn de richtingen van de toekomst die mee zullen bepalen hoe onze maatschappij evolueert. Qua vorm moeten we het klassieke, papiergedreven, ex cathedra-lesgeven toch eens herbekijken. We moeten onderzoeken hoe we digitaal onderwijs organiseren, met apps, digitale leervormen, onderwijs op afstand, MOOC’s (Massive Open Online Course)… Het zal op die manier ook mogelijk worden om een diploma te behalen aan de andere kant van de wereld.”

Internationaal

De derde tendens is ‘internationaal’, de hele beweging om ons onderwijs te internationaliseren. Jongeren moeten gedurende hun hele onderwijscarrière zoveel mogelijk in contact komen met andere talen en culturen, zoals bijvoorbeeld in het Erasmusproject. “Dat is, zowel voor henzelf als voor de bedrijven waar ze aan de slag gaan, een enorme meerwaarde. De tweede component daar is de uitdaging voor onze onderwijsinstellingen om internationale talenten aan te trekken. Niet enkel internationale studenten en onderzoekers, maar ook het aanbieden van internationale cursussen. We hebben goed onderwijs, laten we dat internationaliseren.”


Vitaal

Als vierde element vinden we ‘vitaal’ terug, met het Latijnse ‘vita’ dat staat voor ‘levenslang leren’. “De vraag daarbij is natuurlijk hoe we mensen moeten stimuleren en ‘onderwijsproducten’ ontwikkelen om levenslang leren normaal te maken. Die cultuur is er nu grotendeels nog niet. En als je die vier tendensen − duaal, digitaal, internationaal en vitaal − combineert, moet je tot onderwijs komen dat mensen doet uitblinken en dat performanter wordt.”

Duaal leren kan ook een antwoord bieden op de kloof die er nu nog vaak bestaat tussen wat scholen afleveren en wat bedrijven vragen, zegt Maertens. De rollen van zowel onderwijs als bedrijfswereld zullen daarbij duidelijk afgebakend blijven. “Het onderwijs en de bedrijfswereld moeten elkaar sowieso nog veel beter moeten leren kennen. Duaal leren is niet iets waarmee het bedrijfsleven het onderwijs wil overnemen, absoluut niet. Het pedagogisch project blijft voor het onderwijs. Alleen willen wij onze deuren veel breder opengooien omdat we door samen te werken tot veel betere resultaten kunnen komen. Op korte termijn in de vorming van onze leerlingen, op lange termijn in de vorming van onze medewerkers. En er zijn verschillende manieren waarop we kunnen samenwerken. Door debatten of participerende projecten, door materiaal ter beschikking te stellen, door stages… noem maar op.”

Optimistisch realistisch

In heel dit verhaal neemt SYNTRA Vlaanderen ook een zeer duidelijke sleutelrol in: zij zijn de regisseur van het geheel, vindt Maertens. “De actoren zijn de bedrijven, de scholen en de administraties. In Vlaanderen hebben we vaak goede actoren, maar ontbreekt die regie vaak. We pleiten er ook voor dat die regie in handen van één organisatie komt. Zij hebben de expertise en kunnen mensen en middelen mobiliseren. Mijn enige zorg is dat we te snel op onze lauweren rusten. Zo van: er is nu een project, we zijn er. Nee, dit wordt een moeilijk proces dat veel tijd en moeite zal kosten en waar we constant aan moeten werken. Hoe we dat organiseren, wordt nog een gigantische uitdaging. En we mogen het niet verkwanselen. Het in gang zetten van duaal leren is niet iets wat je om de paar jaar kunt organiseren. Dit is een unieke kans.”

Wat de toekomst betreft, pleit Maertens voor optimisme. “Optimisme is een plicht”, zegt hij, “maar je moet ook realistisch zijn. Ik hoop dat we over vijf jaar kunnen zeggen dat we enorme stappen hebben gezet op het gebied van duaal, digitaal, internationaal en vitaal leren. Iedereen weet dat dit de richting is die we uit moeten. Maar we zullen vaak out of the box moeten durven denken. Niet dat alles totaal vernieuwend moet zijn of dat alles op z’n kop gezet moet worden. Maar een aantal heilige huisjes, structuren en verworvenheden zullen we toch moeten durven loslaten.”