Ben Lambrechts: “Duaal leren: een ongelooflijk positief paard van Troje”

Als algemeen directeur van de Hogeschool PXL is Ben Lambrechts een absolute voorstander van duaal leren. In het Hasseltse opleidingsinstituut is leren in de klas en leren op de werkvloer dan ook stilaan de norm geworden.

Wie durft te zeggen dat Limburgers traag praten, heeft nog geen babbeltje gedaan met Ben Lambrechts. Misschien ligt het aan het onderwerp, maar als het over duaal leren gaat, toont de PXL-directeur zich meteen een enthousiaste spraakwaterval.

“Duaal leren ligt me heel nauw aan het hart”, begint hij. “Ik pleit er al jaren voor om dit ook in het hoger onderwijs ingang te laten vinden. Kijk, om je al de competenties van een beroep eigen te maken, blijft theoretische onderbouw natuurlijk zeer belangrijk. Maar die theorie meteen ook in de praktijk toetsen, is evenzeer enorm waardevol.” Hij maakt de vergelijking met een kleerkast. Daarbij is de theorie die je nu doorgaans in de klas krijgt als een kapstok, waarmee je je competenties bij in je kleerkast kunt hangen. “Maar die kleerkast zelf, dat is de praktijk. En die moet er ook zijn, anders gooi je de kapstok met je kleren gewoon doorheen de kamer. En dan krijg je chaos.”

Grenzen laten vervagen

Duaal leren haalt tegelijk ook de hogeschool uit zijn ivoren toren, erkent Lambrechts. “De grenzen tussen scholen en bedrijven moeten vervagen. We gaan daar al vrij ver in, sommige campussen staan zelfs al op de bedrijfssites zelf.” Een voorbeeld is hun opleiding Toegepaste Informatica, goed voor 1.600 studenten. Samen zitten ze op Corda Campus, een bedrijvensite waar veel start-ups aan de slag zijn. Ook met Journalistiek en Communicatie Management palmen ze binnenkort 1.000 vierkante meter in bij Mediahuis, en met Logistiek zitten ze in-house bij het bedrijf Essers. Maar ook verpleegsters, sociaal werkers en ergotherapeuten runnen zelfstandig een ziekenhuisafdeling, en studenten lerarenopleiding brengen hun hele laatste derde jaar door in een secundaire school. “Dat zijn fantastische kansen voor de studenten. En via IdeaalDuaal wordt een mooie wending gegeven om ook hoger onderwijs klaar te maken voor duaal leren.”

Ervaring en ondersteuning

Sommige criticasters vinden dat door duaal leren de scholen hun onderwijstaak uitbesteden. Lambrechts ziet dat anders. “We laten onze studenten wel los, maar tegelijk krijgen ze ook een soort één-op-één-onderwijs. Wij coachen hen nog heel sterk, houden ze voortdurend in de gaten, we evalueren, gaan regelmatig op bezoek… dat vraagt een stevige inspanning. Het kost ons veel meer tijd en moeite dan gewoon 200 man in een aula te steken.” Hij nuanceert verder: tegenwoordig valt veel onder de noemer van duaal leren, maar dat is natuurlijk meer dan een paar stages lopen. “Wij organiseren opleidingen waarbij studenten op het einde tot drie dagen per week bij een bedrijf doorbrengen. Zij krijgen dus voortdurend praktijkervaring toegediend en wij zorgen, net op tijd, voor theoretische ondersteuning. Ik denk dat er geen betere manier is om absolute novieten tot excellente professionals te maken. Dat is een ongelooflijk positief Paard van Troje.”

“Geen enkele richting is niet vatbaar om te profiteren van duaal leren.”

Kennis alleen is niet genoeg 
Niet alleen de bedrijfswereld kan profiteren van duaal leren, ook de student zelf heeft er alle baat bij, meent Lambrechts. “Kwaliteitsvol hoger onderwijs is meer dan enkel kennis hebben. Het gaat ook over het hart en de handen. Hoger opgeleid is niet enkel iemand die met een toga aan in een denktank zit en Plato-gewijs de wereld gaat veranderen. Nee, dat zijn mensen die het verschil kunnen maken voor bedrijven. De homo universalis die tegenwoordig zo belangrijk is, krijg je alleen maar door samenwerking.” Hij schetst nog een voorbeeld: de hedendaagse IT’er, niet langer iemand met een bril die een hele dag achter een computer zit. Er moeten nu ook empathische vaardigheden aanwezig zijn. Ook die moet nu begrijpen wat een klant wil en zich in diens situatie kunnen inleven.

‘Sponzen’ afleveren

Wat de huidige ‘mismatch’ tussen scholen en bedrijven betreft, pleit Lambrechts voor realisme. Dé perfecte match bestaat niet. “Zelfs een CEO die bij een nieuw bedrijf begint, moet eerst acclimatiseren en de structuren doorgronden. We leven ook niet meer in de Industriële Revolutie waar iedereen maar bandwerk moest doen. De wereld vandaag is zo complex, je wordt met zulke ingewikkelde problemen geconfronteerd. Het is onzin om te verwachten dat iedereen dat vanaf dag één kan behappen. Ik verwijt het de bedrijfsleiders ook wel een beetje: zij verwachten perfect opgeleide werknemers voor hun situatie. Maar wij leveren mensen af die héél hun leven kunnen bijleren: sponzen die constant nieuwe kennis, attitudes en vaardigheden willen opslorpen.”

Win-win-win

Tot slot: zijn er richtingen die meer kunnen profiteren van duaal leren dan anderen? Lambrechts hoeft er, alweer, niet lang over na te denken. “Geen enkele richting is niet vatbaar. De technische beroepen die infrastructuur vragen die in de bedrijven gebruikt wordt, zijn natuurlijk de quick wins. Maar elke opleiding die wij organiseren, van pop en rock over vroedvrouw of sociaal werk, tot en met verwarmingstechnieken… ze hebben er allemaal bij te winnen.”