15.8 C
Antwerp
19 oktober 2018

Er is leven na de kernuitstap
E
.

Volgens de letter van de wet gaan tegen 2025 alle kerncentrales dicht. Na de sluiting zijn we voor onze elektriciteit op andere energiebronnen aangewezen. Gas, wind en zon liggen het meest voor de hand, maar zijn er ook andere pistes?

Eind dit jaar zal het er liggen: het energiepact dat onze stroomvoorziening voor de toekomst veilig stelt. ‘Eindelijk’ mogen we zeggen, want nu de kernuitstap nadert – officieel in 2025, maar mogelijk tien jaar later – dringt de tijd om het potentieel (én de kostprijs) van de alternatieven in te schatten. EnergyVille, het labo van KULeuven, VITO, imec en UHasselt gaan ervan uit dat tegen 2030 de helft van de stroom in België uit hernieuwbare energie komt. Gascentrales zouden de rest van onze elektriciteitsnood lenigen, samen met een klein percentage import uit het buitenland.

Bij die hernieuwbare, groene stroom moet je in de eerste plaats aan zonne- en windenergie denken. Van alle hernieuwbare bronnen hebben die het meeste potentieel. “Maar er volledig op overschakelen is niet voor morgen”, zegt Sebastian Verhelst, hoofddocent verbrandingsmotoren aan de UGent. “Je bent namelijk altijd van de weersomstandigheden afhankelijk. Weinig zon of wind betekent weinig energie.” Om die reden zullen we ook meer constante vormen van hernieuwbare energie nodig hebben, zoals geothermie (aardwarmte) en biomassa.

“Zeker biomassa moet de overheid in de elektriciteitsmix voor 2030 blijven opnemen”, vindt collega Johan Albrecht van de faculteit Economie. “Omdat je zo een bijkomend, duurzaam alternatief hebt voor je gascentrales, die traditioneel veel CO2 uitstoten.” Biomassacentrales, die houtpellets en ander biologisch materiaal verbranden, kun je daarentegen als CO2-neutraal beschouwen. “Omdat de bomen die je verbrandt, eerst CO2 hebben geabsorbeerd. Je kringloop is dus gesloten.” Verhelst volgt die redenering, maar schat het potentieel van biomassa in België eerder gering in. In tegenstelling tot pakweg Brazilië hebben we hier immers onvoldoende biologisch materiaal met een hoog rendement, zoals suikerriet, beschikbaar.

Elke energiebron kun je onder de vorm van waterstof opslaan.— Sebastian Verhelst

Toch komt vandaag ongeveer de helft van al onze groene stroom uit biomassa. In 2015 haalden we 3851 GWh stroom uit bio-energie, waarmee we 1,1 miljoen gezinnen van elektriciteit konden voorzien. “Het nadeel van energie uit biomassa is dat het materiaal niet gratis beschikbaar is”, legt Jan Verheyen, woordvoerder van de OVAM uit. Afhankelijk van het soort biomassa en de gebruikte conversietechniek kan de kost tot meer dan de helft van de operationele kosten vertegenwoordigen. Toch schat ook hij in dat biomassa nog wel een tijdje zijn plaats in onze energiemix zal behouden.

Biologisch materiaal moet je trouwens niet per se verbranden om er energie uit te halen, je kunt het ook vergisten tot biogas. In Vlaanderen wordt die techniek toegepast om dierlijke mest, energiegewassen, gft-afval en organisch-biologisch bedrijfsafval te verwerken, goed voor 10 procent van onze groenestroomproductie. “En er is zeker nog potentieel”, klinkt het bij de OVAM. “Zeker als alle Vlaamse gemeenten op gft-inzameling overschakelen en het bestaande gft-verwerkingspark met een voorvergistingsstap uitbreidt. Dan combineer je materiaalrecyclage met groenestroomproductie.”

Een andere sterk opkomende en interessante energiebron voor het energieverhaal, is waterstof. Dat kan bijvoorbeeld gebruikt worden om zonne- en windenergieoverschotten op te vangen. Door energie toe te voegen aan water (elektrolyse), splits je water op in waterstofgas en zuurstofgas. Dat waterstofgas kun je opslaan, vervoeren en wanneer nodig terug verbranden om energie vrij te krijgen. “Het grote voordeel van waterstof is dat de productie en het gebruik ervan heel flexibel zijn”, zegt Sebastian Verhelst. “Elke energiebron kun je onder de vorm van waterstof opslaan. En je kunt het met een groot rendement terug omzetten. Zonder uitstoot bovendien.” Het nadeel is de lage energiedichtheid: je hebt enorme tanks nodig om het goedje op te slaan. Toepassingen ziet hij daarom vooral in het transport en de industrie. Al kunnen er tegen 2030 natuurlijk nog andere revolutionaire technologieën opduiken.

Lees meer.

Nathalie Hellinckx: ‘Bij ons kopen ze groenten die recht van het veld komen’

Ja, er zijn nog jongeren die met volle goesting in de boerenstiel stappen. Nathalie Hellinckx draait al jaren mee in de groenteboerderij van haar ouders. En ze heeft haar eigen ideeën voor de toekomst. “Ik geloof sterk in de directe band tussen boer en consument, zonder tussenpersonen.”

Jo Caudron: De digitale transformatie, wat een hype!

Als je zoals ik meer dan 25 jaar in het digitale vak zit, dan heb je al heel wat hypes gezien. Van WAP voor mobiel in 1997 tot de rampzalige beursgang van Facebook in 2012. En de grootste hype van al is dat internet zelf, natuurlijk. Een speeltuin voor werklozen, studenten en nerds.

Peter Michiels: Over het belang van HR

De komst van windmolen- en zonneparken zet ook netbeheerder Elia onder hoogspanning. Om de uitdagingen van de energietransitie het hoofd te bieden, zet Elia volop in op nieuwe competenties én een andere organisatiecultuur. Het veranderingsproces wordt aangestuurd door Peter Michiels, in april verkozen tot Trends HR Manager of the Year.

Sandra Bekkari: ‘Gezond koken in no time’

Vaak hoor ik mensen zeggen dat ze ‘het karakter niet hebben’ om gezond te koken en te leven. Wat ze ervaren, is echter helemaal geen zwakte of gebrek aan doorzettingsvermogen. Het is simpelweg een trucje van hun brein. 

Veertig graden in de winter

Lekker met de hele familie samen voor de buis? Best gezellig. Toch zijn er ook in de koudste maanden van het jaar heel wat plezante buitenactiviteiten.

Zorgeloos beleggen? Ga voor een hotel!

Op zoek naar een interessant alternatief voor je spaarboekje? Waarom kijk je eens niet naar hotelvastgoed? Want dat heeft meerdere voordelen.

Archief.

Griet Deceuster:‘Onze visie op mobiliteit verandert’

Eeuwenlang zijn steden drukke plaatsen geweest, en ongetwijfeld zullen ze dat ook in de toekomst blijven. Maar de mobiliteitsoplossingen van morgen zullen verschillend zijn van die van vandaag. Griet Deceuster, directeur TM Leuven: “We gaan minder en minder zelf rijden, en meer en meer van diensten gebruik maken.”