3.2 C
Antwerp
11 december 2018

Er is leven na de kernuitstap
E
.

Volgens de letter van de wet gaan tegen 2025 alle kerncentrales dicht. Na de sluiting zijn we voor onze elektriciteit op andere energiebronnen aangewezen. Gas, wind en zon liggen het meest voor de hand, maar zijn er ook andere pistes?

Eind dit jaar zal het er liggen: het energiepact dat onze stroomvoorziening voor de toekomst veilig stelt. ‘Eindelijk’ mogen we zeggen, want nu de kernuitstap nadert – officieel in 2025, maar mogelijk tien jaar later – dringt de tijd om het potentieel (én de kostprijs) van de alternatieven in te schatten. EnergyVille, het labo van KULeuven, VITO, imec en UHasselt gaan ervan uit dat tegen 2030 de helft van de stroom in België uit hernieuwbare energie komt. Gascentrales zouden de rest van onze elektriciteitsnood lenigen, samen met een klein percentage import uit het buitenland.

Bij die hernieuwbare, groene stroom moet je in de eerste plaats aan zonne- en windenergie denken. Van alle hernieuwbare bronnen hebben die het meeste potentieel. “Maar er volledig op overschakelen is niet voor morgen”, zegt Sebastian Verhelst, hoofddocent verbrandingsmotoren aan de UGent. “Je bent namelijk altijd van de weersomstandigheden afhankelijk. Weinig zon of wind betekent weinig energie.” Om die reden zullen we ook meer constante vormen van hernieuwbare energie nodig hebben, zoals geothermie (aardwarmte) en biomassa.

“Zeker biomassa moet de overheid in de elektriciteitsmix voor 2030 blijven opnemen”, vindt collega Johan Albrecht van de faculteit Economie. “Omdat je zo een bijkomend, duurzaam alternatief hebt voor je gascentrales, die traditioneel veel CO2 uitstoten.” Biomassacentrales, die houtpellets en ander biologisch materiaal verbranden, kun je daarentegen als CO2-neutraal beschouwen. “Omdat de bomen die je verbrandt, eerst CO2 hebben geabsorbeerd. Je kringloop is dus gesloten.” Verhelst volgt die redenering, maar schat het potentieel van biomassa in België eerder gering in. In tegenstelling tot pakweg Brazilië hebben we hier immers onvoldoende biologisch materiaal met een hoog rendement, zoals suikerriet, beschikbaar.

Elke energiebron kun je onder de vorm van waterstof opslaan.— Sebastian Verhelst

Toch komt vandaag ongeveer de helft van al onze groene stroom uit biomassa. In 2015 haalden we 3851 GWh stroom uit bio-energie, waarmee we 1,1 miljoen gezinnen van elektriciteit konden voorzien. “Het nadeel van energie uit biomassa is dat het materiaal niet gratis beschikbaar is”, legt Jan Verheyen, woordvoerder van de OVAM uit. Afhankelijk van het soort biomassa en de gebruikte conversietechniek kan de kost tot meer dan de helft van de operationele kosten vertegenwoordigen. Toch schat ook hij in dat biomassa nog wel een tijdje zijn plaats in onze energiemix zal behouden.

Biologisch materiaal moet je trouwens niet per se verbranden om er energie uit te halen, je kunt het ook vergisten tot biogas. In Vlaanderen wordt die techniek toegepast om dierlijke mest, energiegewassen, gft-afval en organisch-biologisch bedrijfsafval te verwerken, goed voor 10 procent van onze groenestroomproductie. “En er is zeker nog potentieel”, klinkt het bij de OVAM. “Zeker als alle Vlaamse gemeenten op gft-inzameling overschakelen en het bestaande gft-verwerkingspark met een voorvergistingsstap uitbreidt. Dan combineer je materiaalrecyclage met groenestroomproductie.”

Een andere sterk opkomende en interessante energiebron voor het energieverhaal, is waterstof. Dat kan bijvoorbeeld gebruikt worden om zonne- en windenergieoverschotten op te vangen. Door energie toe te voegen aan water (elektrolyse), splits je water op in waterstofgas en zuurstofgas. Dat waterstofgas kun je opslaan, vervoeren en wanneer nodig terug verbranden om energie vrij te krijgen. “Het grote voordeel van waterstof is dat de productie en het gebruik ervan heel flexibel zijn”, zegt Sebastian Verhelst. “Elke energiebron kun je onder de vorm van waterstof opslaan. En je kunt het met een groot rendement terug omzetten. Zonder uitstoot bovendien.” Het nadeel is de lage energiedichtheid: je hebt enorme tanks nodig om het goedje op te slaan. Toepassingen ziet hij daarom vooral in het transport en de industrie. Al kunnen er tegen 2030 natuurlijk nog andere revolutionaire technologieën opduiken.

Lees meer.

IoT, AI en blockchain: de heilige drievuldigheid

Internet Of Things, Artificial Intelligence en blockchain: het zijn drie sterk opkomende technologieën die vooralsnog vooral afzonderlijk van elkaar worden genoemd. Jammer, want als trio hebben ze het potentieel om écht revolutionair te zijn.

Gezondheidszorg: het kan altijd (nog) beter

In 2017 stond België op de 11de plaats in de wereldranking wat kwaliteit van de zorgverlening betreft. Daarmee moesten we landen als Luxemburg (1), Singapore (2), en Zwitserland (3) laten voorgaan. Wat moet België ondernemen om een nog betere positie te bemachtigen?  

Ann Van Elsen: Ik probeer mijn werk rond mijn kind te regelen

Ook voor een voormalige Miss België is de opvoeding van een kind geen evidente zaak. Met vallen en opstaan, maar vooral met heel veel liefde probeert Ann Van Elsen haar dochter June groot te brengen. “Niks weegt op tegen de verrijking die een kind in je leven brengt.”

Jack Mikkers: ‘De ‘smart city’ ten dienste van onze stedelingen’

Het welbekende enthousiasme van premier Rutte kende geen weerga toen we in 2016 in het Torentje ons idee voor een nationale Smart City strategie bespraken. Volgens hem vergde dat een brede aanpak, die niet bij een van de ministeries moest liggen.

Toegepaste digitaalkunde voor de toekomst

De digitalisering is niets nieuws. Bedrijven werken al langer aan het inbrengen van technologie in hun visie. Het digitaal verhaal is er dan ook niet een voor het slapengaan, maar wel een opwindend ‘verhaal zonder eind’ om mee op te staan, en om in je toekomstplan te brengen.

Change management als antwoord op arbeidsinnovatie

Nieuwe technologieën, social media, digitalisering, e-commerce… beïnvloeden de manier waarop bedrijven produceren, communiceren en hun producten en diensten aanbieden. Om succesvol te zijn, moeten bedrijven snel kunnen inspelen op die veranderingen. En dat vraagt om een andere organisatiecultuur en flexibele werknemers.

Archief.

Griet Deceuster:‘Onze visie op mobiliteit verandert’

Eeuwenlang zijn steden drukke plaatsen geweest, en ongetwijfeld zullen ze dat ook in de toekomst blijven. Maar de mobiliteitsoplossingen van morgen zullen verschillend zijn van die van vandaag. Griet Deceuster, directeur TM Leuven: “We gaan minder en minder zelf rijden, en meer en meer van diensten gebruik maken.”