4 C
Antwerp
16 november 2018

Data kopen en data krijgen
D
.

We staan aan de vooravond van de vierde industriële revolutie en die heeft ingrijpende gevolgen, voor het bedrijfsleven maar ook voor mens en maatschappij. “Al die connectiviteit is mooi, maar van wie zijn al die data en wie kan en mag ze gebruiken?”

Je geeuwt en wrijft de slaap uit je ogen. Het is 7 uur ’s ochtends. Je smartphone heeft je zachtjes gewekt, de gordijnen schuiven open en de geur van verse koffie komt je tegemoet. De melk is bijna op, maar je slimme koelkast heeft er al nieuwe besteld. In de badkamer is het licht aangegaan en je bad volgelopen. Wat later komt je auto voorgereden, voorverwarmd en met je favoriete muziek op. Tijd voor je mails, wat bankzaken of de digitale krant, want zelf rijden hoeft niet meer.

Klinkt nog als toekomstmuziek, maar is dichterbij dan je denkt. Vandaag bestaan er namelijk al systemen die je verwittigen wanneer je van je baanvak afwijkt of die zelf remmen wanneer je een voetganger of obstakel nadert. De auto’s van de toekomst zullen echt ‘met elkaar praten’. “Onze auto’s maar ook onze wegeninfrastructuur zullen in de toekomst intelligent en interactief worden”, zegt Christophe Weerts, pr-verantwoordelijke bij BMW. “Slimme auto’s zullen ons adviseren en rijtaken van ons overnemen.”

Slimme auto’s zullen ons adviseren en rijtaken van ons overnemen

– Christophe Weerts

Autoconstructeurs zullen toepassingen ontwikkelen om auto’s van op afstand te volgen en data te lezen. Zo kunnen ze auto’s herstellen via software-updates of de bestuurder extra service of informatie aanbieden. “Dat impliceert wel dat er gesofisticeerdere navigatiesystemen moeten komen die veel nauwkeuriger zijn”, aldus Weerts. BMW heeft daarom samen met Daimler en Audi, in HERE, het mappingsysteem van Nokia, overgenomen om klaar te zijn tegen 2020. Dan zal het Europese satellietnavigatiesysteem Galileo, de tegenhanger van het Amerikaanse GPS (Global Positioning System), operationeel zijn. “Hoe kunnen connected cars elkaar anders verwittigen dat er twee kilometer verderop ijzelvorming is?”

We evolueren stilaan naar een tijd waarin alles met alles geconnecteerd zal zijn, slimme apparaten met elkaar praten en slimme systemen via sensoren allerlei data verzamelen, analyseren en actief en reactief interageren met de reële en virtuele digitale wereld. Dirk Torfs, CEO van Flanders Make ziet het alvast rooskleurig in: “Bedrijven zullen over massa’s data beschikken. Daarmee kunnen ze hun productieprocessen zo bijsturen dat ze meer produceren met minder fouten, met een efficiënter materiaal- en energiegebruik en minder afval.” Producten zullen met andere woorden al in de ontwerpfase virtueel getest worden zodat de kinderziekten er voor de productie al uitgehaald zijn. Tijdens hun levensduur zullen ze verder gemonitord worden om de volgende producten nog verder te verbeteren of functionaliteiten toe te voegen.

Best is dat partijen afspraken maken en toestemming vragen om data te gebruiken en te bewaren

– Dirk Torfs

Al die connectiviteit is prachtig en biedt voordelen voor zowat alle sectoren. Ook voor de overheid én voor de maatschappij. Tenminste, zolang het over open data gaat, gegevens die iedereen kan en mag gebruiken. Wanneer steeds meer bedrijven en onderzoeksinstellingen data beschikbaar stellen of delen, wekt dat vertrouwen. Tegelijk loeren de gevaren om de hoek en duiken er vragen op als: ‘Wie is de eigenaar van data?’

Want wanneer het om persoonsgebonden informatie gaat, wordt het tricky. Dat is informatie waarmee je mensen kunt identificeren. “Een echte omkadering over het gebruik van data is er eigenlijk nog niet”, zegt Torfs. “Best is dat partijen afspraken maken en toestemming vragen om data te gebruiken en te bewaren.” Daarin schuilt immers het gevaar dat hoe meer gegevens een bedrijf in bezit heeft, hoe makkelijker er parallellen, patronen en profielen uit afgeleid kunnen worden. En net voor persoonsgegevens ligt dat gevoelig. Dataretentie zou dus eigenlijk niet onbeperkt mogen zijn.

Tekst Hilde Van Raemdonck

Lees meer.

Als één plus één drie is

Elke ondernemer ziet zijn bedrijf graag groeien, dat is de aard van het beestje. Als dat, om welke reden dan ook, niet met organische groei kan, is er nog altijd de mogelijkheid om concurrenten of sectorgenoten in te lijven. Al is dat meestal geen proces dat op één, twee, drie is afgerond.

Lean management: invloed van je werkplek op je productiviteit

De alom gekende lean filosofie toepassen op de werkvloer en er zo voor te zorgen dat medewerkers gelukkiger en dus productiever worden. Of hoe een aangename werkplek wel degelijk een invloed heeft op de productiviteit.

Spelen: Kinderen zijn elkaars eerste opvoeders

De kinderen als zombies verankerd aan een tablet of smartphone. Ouders die tot vervelens toe herhalen ‘ga toch eens buiten spelen’. Wie kinderen heeft, herkent het wellicht al te goed. En toch moeten we blijven motiveren want ‘samenspelen’ sterkt een kind in zijn opvoeding. En wat met die tablet? We legden onze vragen even neer bij drie experts.

Gericht ingericht.
 Het prototype voor een goed interieur

Interieur-enthousiastelingen hebben ongetwijfeld hun jaarlijkse portie design, gemixt met functionaliteit en innovatie alweer binnen. De Biennale Interieur 2018 toonden van 18 tot 22 oktober het strakste van het strakste, het kleurrijkste van het pallet en een algemene vormgeving om U tegen te zeggen. Een huis vol designstukken is misschien niet voor iedereen weggelegd, maar laat het je vooral niet tegenhouden om je laten inspireren en zelf met een eigenzinnig interieur aan de slag te gaan.

Patrick Marck: ‘Troeven genoeg om te slagen, maar tijd dringt’

De Belg is een ervaren online shopper, maar kiest vaak voor buitenlandse webshops. Patrick Marck, directeur FeWeb, vindt het hoog tijd dat Belgische ondernemers de digitale revolutie omarmen.

Aandacht nodig voor jonge landbouwer

Onze voeding komt niet vanzelf in de supermarkt terecht, het heeft een lange productieweg afgelegd. Maar blijven we in tijden van continue bevolkingsgroei wel zeker van ons dagelijks brood?

Archief.

Griet Deceuster:‘Onze visie op mobiliteit verandert’

Eeuwenlang zijn steden drukke plaatsen geweest, en ongetwijfeld zullen ze dat ook in de toekomst blijven. Maar de mobiliteitsoplossingen van morgen zullen verschillend zijn van die van vandaag. Griet Deceuster, directeur TM Leuven: “We gaan minder en minder zelf rijden, en meer en meer van diensten gebruik maken.”